Marc Bossuyt
Baron Marc Bossuyt (Gent, 9 januari 1944) is een Belgisch rechter en sinds 2007 voorzitter van de Nederlandse taalgroep van het Grondwettelijk Hof. Hij was hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit Antwerpen. In 2009 werd hij in de Belgische adelstand opgenomen met de titel van baron.
Inhoud |
Opleiding [bewerken]
- Doctor in de rechten (Rijksuniversiteit Gent, 1968)
- Certificate of international relations (Johns Hopkins University Bologna, 1969)
- Diplomé de droit international et de droit comparé des droits de l'homme (Straatsburg, 1971)
- Docteur en sciences politiques (Universiteit Genève, 1975)
Loopbaan [bewerken]
- Aspirant Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO) (1970-1973)
- Doctorsassistent (1973-1975), eerstaanwezend assistent (1975-1979), werkleider (1979-1984), docent (deeltijds, 1977-1984; voltijds 1984-1985), hoogleraar (voltijds 1985-1987; deeltijds 1987-1999) en buitengewoon hoogleraar (1999-2007) aan de Universiteit Antwerpen
- UN human rights officer (1975-1977)
- Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de statenlozen (1987-1997)
- Lid V.N.-subcommissie ter bevordering en bescherming van de mensenrechten (1981-1985; 1992-1999; 2004- ...)
- Vertegenwoordiger van België in (1986-1991) en voorzitter van (1989) de V.N.-Commissie mensenrechten
- Lid V.N.-Comité ter uitbanning van rassendiscriminatie (2000-2003)
- Lid van het Permanent Hof van Arbitrage te Den Haag (2004-...)
- Rechter in het Grondwettelijk Hof (vroeger Arbitragehof) sinds 28 januari 1997.
- Voorzitter van het Grondwettelijk Hof (vroeger Arbitragehof) sinds 9 oktober 2007.
Uitspraken [bewerken]
Bossuyt verklaarde bij zijn installatie op 13 november 2007, dat zonder een wettelijke regeling voor het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde de volgende federale Belgische verkiezingen na 2007 ongrondwettelijk zijn. Immers sinds 2002 vallen de Belgische kieskringen samen met de provinicale grenzen, behalve in Brussel-Halle-Vilvoorde, waar die kieskring twee gewesten omvat. Namelijk het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het eentalige Halle-Vilvoorde in het Vlaams Gewest. Het Grondwettelijk Hof bestempelde die regeling als discriminerend. De rechter stelt dat er een nieuwe regeling moet uitgewerkt worden die deze discriminatie wegwerkt. De oplossing laat hij over aan de wijsheid en de creativiteit van de wetgever. Daarbij benadrukt hij dat de arresten van het Grondwettelijk Hof niet mogen gezien worden als gewone adviezen, maar dat ze te goeder trouw moeten uitgevoerd worden. [1]