Marc Chagall

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marc Chagall (foto: Carl Van Vechten, 1941)

Marc Chagall, geboren als Movsja Zacharovitsj Sjagal (Russisch: Мовша Захарович Шагал, Jiddisch: סג"ל of משה שאַגאַל) (Vitebsk, 7 juli 1887Saint-Paul-de-Vence, 28 maart 1985) was een Frans kunstschilder van Joods-Wit-Russische afkomst.

Levensloop[bewerken]

Chagall werd geboren in het deel van het Keizerrijk Rusland dat tegenwoordig Wit-Rusland is. Later verdraaide hij zijn naam naar het meer Franse Marc Chagall. Hij was de zoon van een eenvoudige haringhandelaar en de oudste van negen kinderen. Het gezin was chassidisch joods. Deze arme maar gelukkige periode in Chagalls leven keert talloze malen terug in zijn werk.

Nadat hij op de basisschool kennis maakte met tekenen kreeg hij vanaf 1906 schilderlessen van de lokale kunstenaar Yehuda Pen. Zijn moeder stimuleerde zijn kunstzinnige ambities en een paar maanden later, in 1907, vertrok hij naar Sint-Petersburg om daar te studeren aan de kunstacademie onder leiding van Nikolai Roerich. Van 1908 tot 1910 studeert hij onder leiding van Léon Bakst aan de Zvantsevas kunstacademie. Bakst stond toen aan het begin van een geweldige carrière als decorontwerper.

Dit was een moeilijke periode voor Chagall. Joodse burgers konden alleen in St. Petersburg wonen met een vergunning en hij bracht korte tijd in de gevangenis door. Toch bleef hij in St. Petersburg tot 1910, al bezocht hij Vitebsk met grote regelmaat. Daar ontmoette hij in 1909 zijn toekomstige vrouw Bella Rosenfeld.

'De wandeling', 1917, op Wit-Russische postzegel

In 1910 verhuist Chagall naar Parijs, het toenmalige middelpunt van het culturele leven. Na anderhalf jaar door te hebben gebracht in kamers in Montparnasse verhuisde hij naar "La Ruche" een gebied aan de rand van de stad waar de kunstenaars woonden. Hij raakte bevriend met een aantal avant-gardistische dichters en jonge kunstenaars waaronder Guillaume Apollinaire, Robert Delaunay en Fernand Léger. Deze periode wordt vaak zijn beste periode genoemd met werken als "I and the Village" ("Ik en het dorp").

Marc Chagall nam deel aan de tentoonstelling van de Salon des Indépendants en de Salon d'Automne. Zijn eerste belangrijke solo-tentoonstelling vond plaats in Der Sturm Galerie te Berlijn in 1914. Na de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog keerde Marc Chagall terug naar Rusland, waar hij deelnam aan exposities in St. Petersburg en Moskou. Door de oorlog kon hij pas weer in vredestijd naar zijn atelier in Parijs terugkeren, wat hij bij aankomst geplunderd en in verval aantrof. Een jaar later trouwt hij zijn verloofde, Bella en in 1916 kreeg Chagall een dochter, Ida.

Chagall was eerst enthousiast over de Russische Revolutie van 1917 en werd politiek actief. Het Sovjet ministerie van cultuur maakt hem commissaris van kunst in de regio Vitebsk, waar hij ambitieuze plannen maakte voor een kunstacademie en een museum. Maar na tweeënhalf werd hij moe van de onenigheid en discussie in het politieke en culturele klimaat en verhuisde naar Moskou. Van 1919 tot 1922 was hij art-director van het Joods Staatstheater in Moskou. Hier maakte hij verschillende muurschilderingen voor de lobby alsmede decors voor de voorstellingen.

In 1922 verlieten Chagall en zijn familie Rusland voorgoed. Eerst gingen ze naar Berlijn maar reisden spoedig door naar Parijs, waar hij zich in 1923 weer - dit keer met zijn familie - vestigde. In 1927 illustreerde hij de fabelbundel van Jean de la Fontaine, waarvan in 2003 een heruitgave in boekvorm is verschenen. Hij maakte reizen naar Palestina (1931) en Polen (1935) en werkte tot de Tweede Wereldoorlog aan zijn bijbelillustraties. In 1937 verwierf Chagall het Franse staatsburgerschap. Vanwege de Duitse bezetting van Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog en de vervolging van Joden, vluchtte Chagall. De Amerikaanse journalist Varian Fry hielp hem ontsnappen uit Frankrijk. Via Spanje en Portugal kwam Chagall met zijn familie in 1941 aan in de Verenigde Staten van Amerika waar hij zich vestigde in New York.

Op 2 september 1944 stierf zijn vrouw Bella na een ziekte. Twee jaar later in 1946 keerde Chagall terug naar Europa. In Europa werd de kunstenaar geëerd met tentoonstellingen in Parijs, Londen en Amsterdam. In 1950 vestigde hij zich in Saint-Paul-de-Vence. In 1952 hertrouwde Chagall met Valentina Brodsky. Hij reisde verscheidene malen naar Griekenland en in 1957 naar Israël. Hier maakte hij in 1960 een serie ramen voor de synagoge van het Hadassah Universitair Medisch Centrum in Jeruzalem alsmede een serie muurschilderingen voor het nieuwe parlement in 1966. In 1973 opent Musée National Message Biblique Marc Chagall in Nice, Frankrijk, om honderden van zijn Bijbelse scènes te huisvesten. Het museum in Vitebsk, naar hem vernoemd, opende in 1997 in het huis waar hij met zijn familie leefde, in de Pokrovskaiastraat op nummer 29. Wrang genoeg was hij tot zijn dood, voor de val van de Sovjet-Unie, een persona non grata in zijn vaderland. Chagall stierf op 97-jarige leeftijd in Saint-Paul-de-Vence, Frankrijk.

Werk[bewerken]

Orpheus

Zijn werk wordt vaak geassocieerd met het surrealisme. Maar eigenlijk valt zijn werk onder verschillende stromingen al maakt het nergens helemaal deel van uit. Chagall heeft een hele eigen stijl die dromerig aan doet. Hij haalde zijn inspiratie uit de Russische volkskunst en het volksleven, zijn herinneringen aan zijn jeugd en de rol van het Jodendom hierin. Hij combineerde elementen hiervan met onder andere de kleur van de moderne stijlen die hij in Parijs ontmoette. Zijn werk laat sporen van het Expressionisme, Kubisme en Fauvisme zien. Tevens beeldde hij met grote regelmaat Bijbelscènes af.

Zijn jeugd is een terugkerend thema in zijn werk. De rabbi’s, geitjes en muzikanten die in zijn schilderijen figureren, vinden daar hun oorsprong. Chagalls werk is zeer uitbundig van kleur. Picasso zei eens over hem 'de enige kunstenaar die nog weet wat kleur is'.

Een rationele analyse van zijn werk wees Chagall af, schilderen was voor hem een intuïtief proces.

Glas en keramiek[bewerken]

Hoewel hij zich, evenals Picasso, pas op betrekkelijk hoge leeftijd de keramiekkunst eigen maakte, geldt het keramisch werk van Chagall als een hoogtepunt in de hedendaagse keramiek. Het getuigt van dezelfde energie en levenslust als zijn experimenten met het schilderen decennia eerder. Ook weet hij zich in de traditie te vestigen, maar deze tegelijkertijd te vernieuwen.

In de jaren zestig, Chagall was toen al ongeveer zeventig jaar oud, leerde hij zich glas-in-loodramen maken. Deze eeuwenoude traditie wist hij, evenals die van het keramiek, naar zijn hand te zetten en te vernieuwen, hierbij gestimuleerd door zijn vrouw. Kenmerkend zijn de sprankelende kleuren en de grote mate van symboliek, wat ze uitermate geschikt heeft gemaakt voor religieuze doeleinden. Dit is mede doorslaggevend geweest voor zijn enorme populariteit. Chagall werkte samen met de glazeniers uit het atelier van Charles Marq uit Reims. Dit atelier heeft ervaring met dit ambacht sinds de 15e eeuw, en medewerkers van Marq voerden nagenoeg alle glas-in-loodontwerpen van Marc Chagall uit.

Glas-in-loodramen zijn onder meer aangebracht in de kathedralen van Metz en Reims en in de St. Stefanskerk in Mainz waarvoor Chagall negen vensters ontwierp (de overige 18 vensters werden in dezelfde stijl door Charles Marq ontworpen).

In augustus 2008 werd in de kathedraal van Metz een in 1963 voltooid glas-in-loodraam van Marc Chagall door vandalen ernstig beschadigd. In het betreffende raam werden Adam en Eva uitgebeeld.[1]

Jodendom en kunst[bewerken]

Door het religieuze verbod op het afbeelden van mensen, waar het jodendom zich streng aan houdt, is een Joodse schildertraditie nooit ontwikkeld. Hierdoor was er erg veel ruimte voor de kunstenaar, die zich maar aan weinig conventies diende te houden. Er waren echter ook veel problemen, omdat typisch Joodse thema's niet bestonden en het referentiekader dus door de eerste generatie Joodse kunstenaars uitgevonden moest worden. Schilders als Chagall, Chaïm Soutine en Jacques Lipchitz doen vermoeden dat er toch al gauw een identiteit gevonden werd door de Joodse schilders, omdat hun werken erg op elkaar lijken wat thematiek en stijl betreft.

Chagalls positie en invloed hier zijn niet te overschatten. Behalve een van de oudste Joodse schilders, was hij ook de langst levende en heeft hij daardoor altijd een voortrekkersfunctie gehad en die van baken voor andere kunstenaars, waaraan zij hun oeuvre konden toetsen. Zijn herinneringen aan zijn jeugd, die zijn belangrijkste inspiratiebron vormden, tonen allerlei Joodse thema's die daarvoor nooit afgebeeld waren. Rabbijnen, violisten, arbeiders uit het getto, synagogen, alles laat een Joodse cultuur zien die door anderen nooit eerder zo vrijelijk en liefdevol afgebeeld was, met al haar gebreken en pluspunten. Een kritische noot die hierbij vaak gehoord wordt, is dat Chagall in zijn bijna 98-jarige leven nooit een ander thema heeft aangepakt en als het ware zijn succes benut heeft zonder nieuwe artistieke risico's te nemen.

Glas-in-lood door Chagall

Bekende werken[bewerken]

  Bonjour Paris 1939 - 1942, Parijs, Chagall

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een collectie Engelse citaten gerelateerd aan: Marc Chagall
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Glas-in-loodraam Marc Chagall in Reims vernield, Reformatorisch Dagblad, 13 augustus 2008. In het Reformatorisch Dagblad wordt abusievelijk Reims vermeld