Marc Dutroux

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
zaak-Dutroux

Daders

Slachtoffers

Magistratuur

Overig

Marc Dutroux (Elsene, 6 november 1956) is een Belgische misdadiger, veroordeeld tot levenslang voor ontvoering, gijzeling, verkrachting, moord en illegale handel. Hij werd in 1996 opgepakt voor de ontvoering van zes meisjes, van wie slechts twee overleefden, bekend als de zaak-Dutroux.

Levensloop[bewerken]

Dutroux groeide op in Belgisch-Congo. Toen zijn ouders scheidden ging hij bij zijn moeder wonen in het Waalse Obaix. Hij maakte een rebelse en moeilijke jeugd door, maar behaalde uiteindelijk zijn diploma als elektricien. Desondanks was hij vaak werkloos. Dutroux trouwde voor het eerst toen hij 22 was en kreeg twee kinderen. In 1985 scheidde hij en werd hij door zijn ex-vrouw beschuldigd van mishandelingen. Dat jaar werd Dutroux ook voor het eerst gearresteerd op verdenking van diefstal en verkrachting.

In 1988 trouwde hij voor de tweede keer, met Michelle Martin, met wie hij al een kind had. Samen kregen ze nog enkele kinderen. Sinds het midden van de jaren tachtig zou Martin geholpen hebben bij het ontvoeren van meisjes - naar eigen zeggen - omdat ze bang was voor Dutroux.

Eerste veroordeling[bewerken]

In 1989 werden Dutroux en Martin beiden veroordeeld voor verkrachting van vijf minderjarige meisjes. Dutroux kreeg hiervoor een gevangenisstraf van dertien jaar en zijn echtgenote Michelle Martin een straf van vijf jaar. In 1992 werden ze door de toenmalige minister van Justitie Melchior Wathelet in het kader van de Wet-Lejeune vervroegd vrijgelaten.

Arrestatie[bewerken]

Op 13 augustus 1996 werd Dutroux gearresteerd, nadat de zes dagen tevoren ontvoerde Laetitia Delhez in zijn huis ontdekt werd, samen met Sabine Dardenne, die er al bijna drie maanden zat. Zij waren beiden nog in leven. Het bleek echter snel dat Dutroux ook verantwoordelijk was voor de ontvoering van Julie Lejeune, Melissa Russo, An Marchal en Eefje Lambrecks en voor de verdwijning van zijn handlanger Bernard Weinstein. Zij werden allen dood teruggevonden.

Dutroux wist op 23 april 1998 kortstondig te ontsnappen uit het gerechtsgebouw van Neufchâteau. Na een uur of vier werd hij in de bossen van Ardennen bij het plaatsje Herbeumont door boswachter Stéphane Michaux opgemerkt en vervolgens gearresteerd. Hierop namen minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte, minister van Justitie Stefaan De Clerck en generaal Willy Deridder (commandant van de Rijkswacht) - uit eigen beweging - ontslag. In 2000 kreeg Dutroux vijf jaar celstraf voor het bedreigen van een agent tijdens deze ontsnapping.

In 2002 kondigde Michelle Martin aan van Dutroux te willen scheiden, eind 2003 was de scheiding een feit.

Op 17 juni 2004 werd Dutroux schuldig bevonden aan: Ontvoering en verkrachting van zes meisjes en moord op vier meisjes. Volgens de jury was hij het hoofd van een criminele bende en is hij ook verantwoordelijk voor de verkrachting van drie meisjes uit Slowakije. Dutroux bekende de ontvoering en verkrachting, maar schoof de verantwoordelijkheid voor de dood van de meisjes op zijn handlangers. Hij beweerde slechts een klein radertje in een veel groter netwerk te zijn en in opdracht te handelen.

Op 22 juni 2004 werd hij veroordeeld tot levenslange celstraf en tien jaar terbeschikkingstelling van de regering, ondertussen gewijzigd in terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.

In 2008 werd hij overgebracht van de gevangenis van Itter naar deze van Nijvel. In maart 2010 moesten bewakers ingrijpen om te vermijden dat hij in elkaar werd geslagen door andere gevangenen. Eind januari 2011 werd hij opnieuw overgebracht naar Itter wegens interne organisatie.[1]

Huizen van Dutroux[bewerken]

Marc Dutroux bezat zeven huizen, maar vier ervan zijn gebruikt door Dutroux voor zijn kidnappings:

  • Het huis aan de Route de Philippeville 128 in Marcinelle wordt het vaakst genoemd in de media. Hier hebben alle meisjes vastgezeten, in de kelder en in de slaapkamer.
    De gemeente Charleroi is van plan dit huis te onteigenen, enerzijds vanwege wat er zich heeft afgespeeld, anderzijds vanwege de slechte staat van het huis. Het is de bedoeling dat het een open ruimte wordt met mogelijkerwijs een herinneringsmonument. Volgens de onteigeningsprocedure mag de eigenaar nog een laatste bezoek aan zijn huis brengen. Reden waarom Dutroux op 10 september 2009 onder zware politiebewaking zijn woonhuis in Marcinelle voor zeer korte tijd bezocht.[2]
  • Een huis in Jumet, dat inmiddels gesloopt is. In de tuin van dit huis zijn An en Eefje begraven door Dutroux. Bernard Weinstein heeft een tijd in dit huis gewoond. Op de plek van het huis is een klein monument geplaatst.
  • Een huis in Marchienne-au-Pont. Julie en Mélissa zijn hier korte tijd vastgehouden na hun kidnapping.
  • Een huis in Sars-la-Buissière. Hier zijn Julie, Mélissa en Bernard Weinstein begraven nadat Dutroux hen vermoord heeft. Het huis werd begin 2009 door de gemeente Lobbes opgekocht. Deze is van plan er een park aan te leggen waar de slachtoffers van Dutroux zullen worden herinnerd.

In de media[bewerken]

  • De Commissie-Dutroux. Het rapport (met commentaar) - door Wim Winckelmans (1997) ISBN 9789056171223
  • Mijn zoon Marc Dutroux - door vader Victor Dutroux (2003) ISBN 9789002214059
  • De zaak Marc Dutroux - door oud-journalist Hans Knoop (1998) ISBN 9055015857
  • Ik was twaalf en ik fietste naar school - door ontkomen slachtoffer Sabine Dardenne (2005) ISBN 9049999719
  • De X dossiers - Wat België niet mocht weten over de zaak-Dutroux - door Annemie Bulté, Douglas De Coninck en Marie-Jeanne Van Heeswyck (1999) ISBN 9052405360

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noot