Marcel Breuer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marcel Breuer (1957)

Marcel Breuer (Pécs, 21 mei 1902 - New York, 1 juli 1981) was een Hongaars-Amerikaans architect, interieurvormgever en meubelontwerper.

Biografie[bewerken]

Opleiding[bewerken]

Breuer werd geboren op 22 mei 1902 in de Hongaarse stad Pécs. In 1920 vertrekt Breuer met een studiebeurs naar de kunstacademie van Wenen. Als Breuer niet tevreden is met de opleiding verlaat hij deze. Hij werkt nog enkele weken in dienst bij een architect, maar vertrekt naar Duitsland als hij via Fréd Forbát over het kort daarvoor opgerichte Bauhaus hoort.[1]

In 1920 start Breuer aan het Bauhaus als leerling op de timmermansafdeling. In 1921 ontwerpt hij de Afrikaanse stoel en in het daarop volgende jaar, 1922, de houten lattenstoel. Deze laatste stoel wordt beschouwd als een van de belangrijkste producten van het Bauhaus. In 1923 is Breuer betrokken bij de inrichting van het experimentele huis Haus am Horn, dat ontwikkelt was voor de Bauhaus tentoonstelling van dat jaar. Hij ontwierp en voerde enkele meubels voor de woonkamer en de slaapkamer uit, waaronder de kaptafel waarmee hij in 1924 afstudeerde.[1] De meeste meubels, die Breuer tussen 1921 en 1925 ontwierp tonen een geestelijke verwantschap met het werk van de Nederlandse meubelmaker Gerrit Rietveld.[2]

Carrière[bewerken]

Nadat Breuer in 1924 korte tijd werkzaam was bij een architectenbureau in Parijs, keert hij in 1925 terug naar het Bauhaus om aan de slag te gaan als hoofd van de meubelafdeling. In datzelfde jaar produceert Breuer zijn eerste stalen buismeubel: de B3 stoel. Op deze stoel volgde diverse meubelen uitgevoerd in dezelfde techniek en materiaal. Deze meubelen werden onder andere uitgevoerd door Standard-Möbel (1927) en Thonet (1928/29). In de daarop volgende jaren is Breuer onder andere betrokken bij de inrichting van en meubelontwerpen voor de Masters'Houses en andere schoolgebouwen van het nieuwe Bauhaus complex te Dessau. In april 1928 vertrekt Breuer tegelijk met Walter Gropius bij het Bauhaus. Hij opent een architectenbureau in Berlijn. In deze periode is hij met name actief als meubelontweper en interieurvormgever. Zijn architectuurontwerpen worden nog niet uitgevoerd. Als hij in de jaren '30 minder opdrachten ontvangt, reist hij onder andere naar Griekenland, Spanje en Noord-Afrika.[1]

In 1932 wordt de bouw van het Harnischmacher House, Wiesbaden, afgerond - het eerste architectuurproject van Breuer dat gerealiseerd is. In 1934 volgen de Doldertal huizen in Zürich, die hij gezamenlijk met Alfred en Emil Roth heeft ontworpen. In dezelfde periode werkt Breuer aan aluminium meubelen. In 1933 wint hij in Parijs een prijs voor zijn ontwerpen, die in 1934 in productie worden genomen.[1]

In 1935 vertrok Breuer vanwege zijn Joodse afkomst noodgedwongen naar Londen. Hier opent hij samen met F.R.S. Yorke een architectenbureau. In het Gane Paviljoen (1936), Bristol, combineert Breuer voor het eerst traditionele materialen zoals steen en hout van lokale bronnen, met moderne elementen. Deze vormgeving karakteriseert vanaf dat moment zijn huizen.[1]

Twee jaar later, in 1937, vestigde Breuer zich definitief in de Verenigde Staten. Hij werd hoogleraar aan de Harvard-universiteit's School of Design. Breuer werkte vanuit Cambridge intensief samen met Walter Gropius. Breuer en Gropius ontwerpen gezamenlijk enkele privé vertrekken, waaronder het huis van Gropius zelf, en in 1939, het Pennsylveniaanse Paviljoen op de New York World's Fair.[1]

In 1941 begint Breuer een zelfstandige praktijk, die helaas door de oorlogsituatie, weinig succesvol is. In 1946 stopt hij als docent en vestigt zijn kantoor in New York. In de late jaren '40 en in de jaren '50 voert Breuer circa 70 opdrachten voor privé verblijven uit. De meerderheid van deze opdrachten zijn in New Engeland en werkt hij met dezelfde materialen en technieken. Nadat het New Yorkse museum voor moderne kunst (MOMA) in 1948 een reizende tentoonstelling over zijn werk heeft georganiseerd, wordt Breuer in het daaropvolgende jaar gevraagd het 'House in het Museum Garden' te ontwerpen.[1]

De samenwerking met Nervi en Zehrfuss voor het ontwerp van het UNESCO gebouw te Parijs (1953) levert Breuer internationale erkenning als architect op. In datzelfde jaar ontwerpt hij in samenwerking met Elzas het gebouw van De Bijenkorf in Rotterdam. In navolging van Le Corbusier werkt Breuer in deze periode met name met beton om zo monumentale en sculpturale vormen te kunnen benadrukken. Andere gebouwen van zijn hand zijn het Whitney Museum of American Art in New York en de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Breuers bureau, Marcel Breuer and Associates, werkt vanaf dit moment herhaaldelijk aan grote schaal projecten in Europa en de Verenigde Staten. Het bureau heeft in deze periode ook een vestiging in Parijs. In de jaren '50 en '60 wordt Breuer internationaal bewonderd en is hij een van de meest succesvolle architecten uit deze tijd. Marcel Breuer sterft 1 juli 1981 op 79-jarige leeftijd in New York.[1]

Belangrijkste meubelontwerpen[bewerken]

  • Afrikaanse stoel, 1921
  • Houten lattenstoel, 1922
  • Wassily-stoel (B3-stoel), 1925

Belangrijkste architectonische werken[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g h Magdalena Droste, Manfred Ludewig, Bauhaus-Archiv, 1992, 'Marcel Breuer Design', uitgever Benedikt Taschen, p. 149.
  2. Magdalena Droste (2002). Bauhaus 1919-1933. Köln: Taschen (ISBN 3-8228-2225-6): p. 56.