Marcus (evangelist)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koptisch icoon van Sint Marcus

Marcus de evangelist (Latijn: Marcus, Hebreeuws: מרקוס; Grieks: Μᾶρκος) (1? - 63) is volgens de traditie de auteur van het Evangelie volgens Marcus. Hij is ook de stichter van de Kerk van Alexandrië, één van de vier oorspronkelijke zetels in het christendom.

Traditioneel wordt hij geïdentificeerd met Johannes Marcus die als metgezel van Paulus wordt vermeld en van wie wordt gezegd dat hij later metgezel werd van Petrus.[1][2] Tussen 10 en 20 jaar na de hemelvaart van Jezus Christus reisde Sint Marcus naar Alexandrië en stichtte de Kerk van Alexandrië, die vandaag de Koptisch-orthodoxe Kerk wordt genoemd. Delen uit de koptische liturgie kunnen worden herleid tot Sint Marcus zelf. In 43 werd hij de eerste bisschop van Alexandrië en wordt geëerd als de stichter van het Christendom in Africa.[3] Hij stierf in het achtste jaar van Nero (63) en werd in Alexandrië begraven.[4]

De koptische traditie zegt dat Marcus "drie jaar na de Heer en Redder Jezus Christus" werd geboren in Cyrene in Pentapolis, het westelijke deel van Libië, ten westen van de grens met Egypte.[2] Dezelfde traditie zegt ook dat hij in 68[5] als een martelaar stierf toen heidense aanhanger van Serapis hem aan de staart van een paard bonden en hem twee dagen door het district Bokalia sleepten totdat zijn lichaam aan stukken was gereten.[6]

Zijn feestdag wordt gevierd op 25 april. In de beeldende kunst wordt Marcus, sinds de 4e eeuw, ook voorgesteld als zijn symboolgestalte: 'leeuw'. Deze weergave wordt tetramorf genoemd.

Tradities[bewerken]

Traditioneel wordt hij gelijkgesteld aan Johannes Marcus. Volgens sommige tradities was Marcus de man die water bracht naar het huis waar het Laatste Avondmaal plaatsvond (Marcus 14:13).[7] Toen Jezus in de nacht gevangen werd genomen, kwam er een jongeman kijken wat er gaande was. Hij had alleen een doek om zijn lichaam geslagen. Toen hij gegrepen werd, liet hij de doek achter en nam naakt de vlucht (Marcus 14:51, 52). Aangezien alleen Marcus gewag maakt van deze jonge man, wordt verondersteld dat dat Marcus zelf was.[8]

Sommige tradities nemen aan dat ook naar hem wordt verwezen in 2 Timoteüs 4:11 en Filemon 24. Ook in Kolossenzen 4:10 noemt Paulus een Marcus, nota bene de neef van Barnabas, waarvan sommige tradities deze identificeren als Johannes Marcus.

Tenslotte noemt Petrus "mijn zoon Marcus" in 1 Petrus 5:13. Sommige tradities stellen deze Marcus zowel gelijk aan Johannes Marcus als aan Marcus de evangelist en nemen aan dat het Evangelie volgens Marcus daarmee vooral is gebaseerd op de overlevering door Petrus.[9] Papias beweert dat de apostel Johannes placht te zeggen:

Aanhalingsteken openen

Marcus werd de tolk van Petrus en schreef nauwkeurig, weliswaar niet in volgorde, alles op wat hij zich herinnerde van wat de Heer had gezegd of gedaan. . . . Marcus deed er niet verkeerd aan toen hij aldus sommige dingen uit zijn herinnering optekende. Want voor één ding droeg hij zorg: niets weg te laten van wat hij gehoord had en zich daarin niet aan valse beweringen schuldig te maken.’[10]

Aanhalingsteken sluiten

Stoffelijke resten[bewerken]

Volgens de overlevering werd in 828 het lichaam van Marcus uit Alexandrië door Venetiaanse zeelieden ontvreemd en naar Venetië overgebracht. De legende vertelt dat zijn lichaam verborgen werd onder een stapel varkensvlees, zodat de moslims daar niet onder wilden kijken. Om het graf van Marcus werd later de Basiliek van San Marco gebouwd. Zijn relikwieën zijn daar nog te bewonderen. Kopten echter geloven dat het hoofd van Marcus in Alexandrië achterbleef, waar het bewaard wordt in de "Koptisch-orthodoxe kathedraal van Sint Marcus". In 1968 kreeg een delegatie van de Koptische kerk een stukje bot van Marcus uit handen van Paus Paulus VI.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ireneüs (c. 180): (en) Ontmaskering en omverwerping van de valselijk zo genoemde gnosis, III, 1, 1
  2. a b (en) St. Mark the Apostle op Coptic Orthodox Church Network, versie 13-8-2010
  3. Matthew Bunson, Margaret Bunson, Stephen Bunson (1998): Our Sunday Visitor's Encyclopedia of Saints, Our Sunday Visitor Publishing Division, Huntington, Indiana (Verenigde Staten), blz. 401 (ISBN 0-87973-588-0)
  4. Hiëronymus: De viris illustribus, VIII. Zie hier online: "Mortuus est octavo Neronis anno et sepultus Alexandriæ".
  5. Het jaar 68 ontstaat als Marcus de evangelist wordt gelijkgesteld aan de Marcus uit 2 Timoteüs 4:11. Deze brief was nog niet klaar in 62/63.
  6. Paus Sjenoeda III van Alexandrië: The beholder of God Mark the Evangelist, Saint and martyr, St. Peter and St. Paul Coptic Orthodox Church, Santa Monica, California, blz. 50. Dit boek is hier online te lezen.
  7. Jose Maria Casciaro (1999): The Navarre Bible: Saint Mark’s Gospel, Four Court’s Press, University of Navarre, Dublin, blz. 172 (ISBN 1-85182-092-2)
  8. Jose Maria Casciaro (1999): The Navarre Bible: Saint Mark’s Gospel, Four Court’s Press, University of Navarre, Dublin, blz. 179 (ISBN 1-85182-092-2)
  9. Eusebius: Historia ecclesiastica, VI, XXV, 3-7
    Tertullianus: Tegen Marcion, IV en V
  10. Eusebius: Historia ecclesiastica, III, XXXIX, 12-16