Marcus Porcius Cato Censorius maior

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buste van Cato de Oudere

Marcus Porcius Cato Censorius maior (234-149 v.Chr.) ook Cato de Oude of Cato de Censor genaamd, ter onderscheiding van naamgenoten, is de meest typische vertegenwoordiger van de regerende klasse van het oude republikeinse Rome: een bekwame magistraat, legerofficier, even wilskrachtig als koppig, even sober als conservatief.

Biografische gegevens[bewerken]

Hij werd geboren in 234 v.Chr. geboren te Tusculum uit een plebejisch geslacht, en diende tijdens de Tweede Punische Oorlog als officier. De schrandere, roodharige boer met blauwe ogen maakte als homo novus een schitterende politieke carrière. Hij werd consul in 195 v.Chr. en censor in 184 v.Chr.. In deze functies streefde Cato ernaar met grote ernst en gestrengheid de oud-Romeinse tradities te handhaven. Als senator en gevat spreker waarschuwde hij voor de permanente bedreiging van aartsrivaal Carthago, door elke toespraak - over welk onderwerp dan ook - te laten eindigen met de zin: "Ceterum censeo Carthaginem delendam esse." (Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden!). Deze zin dankt zijn bekendheid mede aan het traditionele gebruik bij het onderwijs in het Latijn als voorbeeld van de werkwoordsvorm gerundivum.

Als behoudsgezinde boer stond hij ook argwanend tegenover de nieuwe tijd en aldus, in tegenstelling tot de clan der Scipiones, afwijzend tegenover de in de 2e eeuw v.Chr. sterk opkomende invloed van de Griekse cultuur. Typerend in dit opzicht is Cato's houding tegenover de Griekse artsen: "Ze hebben niet alleen gezworen ons allemaal uit te roeien, maar ze laten er zich nog voor betalen ook." Rome zou zijn raad niet opvolgen.

Cato overleed in 149, het beginjaar van de Derde Punische Oorlog, die zou eindigen met de verwoesting van Carthago in 146. M. Porcius Cato Censorius is tweemaal getrouwd geweest en had twee zonen. Zijn oudste zoon Marcus Porcius Cato Licinianus kwam voort uit zijn eerste huwelijk, met Licinia. Zijn tweede zoon, Marcus Porcius Cato Salonianus, kreeg hij op 80-jarige leeftijd en kwam voort uit zijn tweede huwelijk, met Salonia.

Werken[bewerken]

Zijn afwijzende houding ten aanzien van de Griekse cultuur had ook een positieve kant: zoals Ennius de vader van de Latijnse poëzie is, zo is Cato de schepper van de Latijnse prozastijl. Zijn tijdgenoten gaven de voorkeur aan het Grieks.

  • Hij ontplooide een omvangrijke literaire activiteit, waarbij hij zich manifesteerde als redenaar, historicus, kenner van de landbouw en van het Romeinse recht, maar van zijn proza is slechts De Agri Culturā (Over de Landbouw) bewaard, een praktisch vademecum voor de hereboer, beheerder van een landbouwbedrijf. De literaire waarde ervan is gering, maar het is interessant, zowel als specimen van het oud Latijn, als door de inhoud: behalve voorschriften en richtlijnen vindt men er ook recepten en een oud gebed in terug.
  • Van zijn Origines (Oorsprongen), een Romeinse geschiedenis, en zijn encyclopedisch werk over landbouw, geneeskunde en retoriek bleven slechts fragmenten over. De Origines vormden Cato’s hoofdwerk. Behalve de stichtingssagen van Italische steden beschreef hij hierin ook de latere geschiedenis tot aan zijn eigen tijd. Omdat hij een hekel had aan personencultus, vermeed Cato de namen van personen te vermelden, maar hij had veel aandacht voor de kwaliteiten van het Romeinse volk in het algemeen.
  • Orationes
  • De re militari
  • De lege ad pontifices auguresque spectanti
  • Praecepta ad filium
  • Historia Romana litteris magnis conscripta
  • Carmen de moribus
  • Apophthegmata

Beoordeling[bewerken]

De stijl van Cato is even krachtig en onverfijnd als de man zelf moet zijn geweest. Zijn kortademige, primitieve proza werd dan ook door de Romeinen bewonderd, maar niet nagevolgd.
Zijn kernachtige manier van spreken maakte vele van zijn uitlatingen spreekwoordelijk: later circuleerde onder zijn naam (maar niet van zijn hand!) een verzameling Disticha Catonis (Spreuken van Cato), die tot in de late Middeleeuwen grote populariteit bezat. Een voorbeeld:

Contra verbosos noli contendere verbis:
sermo datur cunctis, animi sapientia paucis.
Vermijd woordenwisselingen met kletskousen:
elk kreeg een tong, maar weinigen verstand.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Astin, A. E. (1978), Cato the Censor, Oxford: Clarendon Press
  • Dalby, Andrew (1998), Cato: On Farming, Totnes: Prospect Books, ISBN 0-907325-80-7
  • Goujard, R. (1975), Caton: De l'agriculture, Paris: Les Belles Lettres