Marga Minco

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sara Menco
Marga Minco in 1981
Marga Minco in 1981
Algemene informatie
Pseudoniemen Marga Minco
Geboren 31 maart 1920, Ginneken
Land Vlag van Nederland Nederland
Religie Joods
Beroep Schrijfster
Werk
Bekende werken Het bittere kruid
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Marga Minco, pseudoniem van Sara Menco (Ginneken, (Breda), 31 maart 1920) is een Nederlandse schrijfster. Haar bekendste titel is de veel vertaalde oorlogskroniek Het bittere kruid (1957), een klassieker uit de Europese literatuur over de Tweede Wereldoorlog.[1]

Biografie[bewerken]

Sara Menco (een ambtenaar verwisselde per ongeluk de klinker waardoor Minco ontstond), geboren in een orthodox joods gezin, ging in 1938 werken bij de Bredasche Courant. Daar werd zij in mei 1940 op last van Duits-gezinde commissarissen ontslagen, nog voordat de Duitsers hun anti-joodse maatregelen afkondigen.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog verbleef zij in Breda, Amersfoort en Amsterdam. Minco kreeg een lichte vorm van tbc en belandde in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort. In het najaar van 1942 keerde ze terug in Amsterdam en trok zij in bij haar ouders, die door de Duitse bezetters gedwongen waren om in de Jodenbuurt te gaan wonen. Later tijdens de oorlog werden haar ouders, broer en zus gedeporteerd. Minco is de enige overlevende door aan arrestatie te ontsnappen en de rest van de oorlog onder te duiken. Minco kreeg toen ook een nieuwe naam: Marga Faes waarvan ze de voornaam later aanhield.

Marga Minco was getrouwd met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992), die zij in 1938 had leren kennen. In de oorlog zat zij bij hem ondergedoken. Na 1945 werkt zij aanvankelijk bij een aantal kranten en tijdschriften. In 1957 brak zij door als schrijfster. Marga Minco en Bert Voeten hebben twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.

Werk[bewerken]

Tussen 1950 en 1954 verschenen korte verhalen van Minco in periodieken als Mandril, Haarlems Dagblad en Het Parool.[2] In 1957 verscheen Minco's eerste boek, 'de aangrijpende en onderkoeld geschreven kroniek'[3] van de jodenvervolging Het bittere kruid, waarin de (naamloze) hoofdpersoon oorlogservaringen beleeft die doen denken aan die van haarzelf. De titel van haar tweede boek, Een leeg huis heeft niet alleen betrekking op het gesloopte huis dat de hoofdpersoon aantreft wanneer zij na de bevrijding uit haar onderduik terugkeert. De titel verwijst ook naar de leegte die de ik-persoon en haar vriendin Yona in de naoorlogse jaren ervaren. Hieraan wordt bijgedragen door de afstandelijke en soms zelfs vijandige bejegening in Nederland van mensen die na de oorlog uit de kampen teruggekeerden. Dit wordt door Marga Minco ook beschreven in de verhalenbundel De andere kant.

Het existentialisme legt een bijzondere beklemming op haar werk. De hoofdpersonages, vaak overlevenden van de Holocaust, ervaren hun (over)leven als zinloos. Terwijl hun geliefden worden vermoord, weten de hoofdpersonages vaak slechts door een reeks toevalligheden de oorlog te overleven. Frieda Borgstein in de novelle De val bijvoorbeeld liep tijdens de bezetting bij toeval niet in de val van de nazi's die haar man het leven kostte. In de novelle komt zij, vlak voor haar 85ste verjaardag, alsnog dodelijk ten val in een bij toeval niet afgesloten put van het energiebedrijf.

Stijl[bewerken]

Marga Minco wordt vaak geroemd om 'de uiterste soberheid en zuiverheid van haar stijl'[4], ook omschreven als 'onderkoeld.'[3] Daarentegen kenmerken de verhalen uit Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren (1974) zich door 'absurdistische en vaak humorvolle wendingen van een Kafka-esk kaliber.'[5]

Bibliografie[bewerken]

  • Het bittere kruid. Een kleine kroniek (1957)
  • Het adres (1957)
  • De andere kant (verhalen) (1959)
  • Tegenvoeters (met Bert Voeten) (1961)
  • Kijk 'ns in de la (1963)
  • Het huis hiernaast (1965)
  • Terugkeer (1965)
  • Een leeg huis (1966)
  • Het bittere kruid / Verhalen / Een leeg huis (1968)
  • De trapeze 6 (met Mies Bouhuys) (1968)
  • De dag dat mijn zuster trouwde (1970)
  • Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren (1974)
  • Je mag van geluk spreken (Bulkboek nr. 46, 1975)
  • Het adres en andere verhalen (1976)
  • Floroskoop – Maart (1979)
  • Verzamelde verhalen 1951-1981 (1982)
  • De val (1983)
  • De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986)
  • De glazen brug (met L. de Jong: De joodse onderduik) (budget-boek, 1988)
  • De zon is maar een zeepbel, twaalf droomverslagen (1990)
  • De verdwenen bladzij. Verhalenbundel voor kinderen (1994)
  • Nagelaten dagen (1997)
  • De schrijver. Een literaire estafette (met Harry Mulisch, Gerrit Komrij, Adriaan van Dis, Maarten 't Hart, Remco Campert, Hugo Claus, Joost Zwagerman) (2000)
  • Decemberblues (2003)
  • Storing (verhalen) (2004)
  • Een sprong in de tijd (2008) Voordracht tijdens de Nationale Dodenherdenking, Nieuwe Kerk (Amsterdam). In verband met ziekte van M. Minco, voorgelezen door haar dochter Jessica Voeten.

Prijzen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jan Brokken, "Marga Minco: 'Schrijven vervormt de herinnering.'" In: Jan Brokken, Schrijven. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1980, 173. Geraadpleegd op 1 april 2014.
  2. G.J. van Bork, "Marga Minco." In Schrijvers en dichters, online. Maart 2009. Geraadpleegd 1 april 2014
  3. a b Van Bork (2009).
  4. W. Gobbers, 'Marga Minco.' In: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden, met inbegrip van de Friese auteurs. Weesp, De Haan, 1985. Geraadpleegd op 1 april 2014.
  5. Van Bork (2009)