Margaretha-Maria Alacoque

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
San Michele Santa Margherita Maria Alacoque2.jpg

Margaretha-Maria Alacoque (Frans: Marguerite-Marie Alacoque) (Verosvres, 22 juli 1647Paray-le-Monial, 16 oktober 1690) was een Frans religieuze, mystica en heilige. Zij heeft door haar werk vormgegeven aan de devotie tot het Heilig Hart.

Leven[bewerken]

Margaretha-Maria leed in haar kindsheid aan kinderverlamming en zou daarvan op onverklaarbare wijze zijn genezen. Zij zou in deze tijd reeds visioenen hebben gehad. In 1671 trad zij toe tot de Orde van Maria Visitatie (Latijn: Ordo de Visitatione Beatae Mariae Virginis, OVM) in Paray-le-Monial. Sinds de intreding tot de kloosterorde namen haar visioenen in aantal en hevigheid toe, hetgeen leidde tot een vijandige houding van haar medezusters jegens haar. Niettemin wijdde Margaretha-Maria zich meer en meer aan contemplatie. Op 16 juni 1675 ontving zij een visioen, waarin haar verklaard werd dat voortaan op vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag een feestdag ter ere van het Heilig Hart van Jezus zou dienen te worden ingesteld. Alacoque zou vanaf dit moment de devotie tot het Heilig Hart met alle energie verbreiden. Daarbij kreeg zij steun van Claude de la Colombière, overste van de Jezuïeten in Paray-le-Monial.

Heilig Hart[bewerken]

Margaretha-Maria Alacoque staat met haar mystieke beleving in een lange traditie, welke teruggaat tot in de 13e eeuw (zie Heilig-Hart-verering). Pas in 1765 werd de eerste liturgische viering ter ere van het H. Hart toegestaan. De Heilig Hart-verering werd in 1856 door Pius IX officieel goedgekeurd. Paus Benedictus XV verklaarde Margaretha-Maria Alacoque heilig op 13 mei 1920. Vanwege de verschijningen aan Margaretha-Maria Alacoque werd de Onze Lieve Vrouwe-kerk in Paray-le-Monial verheven tot basiliek, welke tegenwoordig een belangrijk bedevaartsoord is.

Aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw kreeg de Heilig Hart-verering nieuwe impulsen. De opkomende industrialisering, de daarmee gepaard gaande verstedelijking en gedeeltelijke proletarisering van de samenleving dwong de Katholieke Kerk in een nieuwe rol. De overheid en samenleving waren seculier geworden, buiten het kerkgebouw was het geloof niet meer vanzelfsprekend aanwezig. Naast de ontwikkeling van de katholieke sociale leer (encyclieken Rerum Novarum in 1891 en Quadragesimo Anno in 1931), het optreden van een nieuwe generatie zielzorgers (in Nederland Alfons Ariëns en Henri Poels, in Duitsland Oswald von Nell-Breuning en in Frankrijk Leo Dehon), zou de Heilig Hart-verering persoonlijke vroomheid met sociale actie in het teken van naastenliefde moeten stimuleren. Zo werden bijvoorbeeld in deze periode in de provincie Limburg meer dan honderd Heilig-Hart-beelden op pleinen en straten in woonwijken geplaatst en tientallen parochie-broederschappen gesticht met het doel de Heilig Hart-verering te verdiepen.

De devotie tot het Heilig Hart van Jezus is in de Katholieke Kerk wijd verspreid. Behalve het hoogfeest van het Allerheiligste Hart van Jezus (derde vrijdag na Pinksteren) wordt doorgaans elke eerste vrijdag van de maand aan het Heilig Hart van Jezus toegewijd en verbonden met een sacramentsuitstelling.

Zie ook[bewerken]