Margaretha van York (1446-1503)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Margaretha van York
1446-1503
Margaret of York.jpg
Hertogin van Bourgondië
Hertogin-gemalin van Luxemburg
Hertogin van Brabant

Gravin van Henegouwen
Gravin van Holland
Gravin van Zeeland
Gravin van Vlaanderen
Gravin van Artesië
Gravin van Franche-Comte

Periode 1468-1477
Voorganger Isabella van Portugal
Opvolger Maximiliaan I van Oostenrijk
Hertogin van Gelre
Periode 1473-1477
Voorganger Katharina van Kleef
Opvolger Maximiliaan I van Oostenrijk
Vader Richard van York
Moeder Cecily Neville

Margaretha van York (Fotheringay Castle, 3 mei 1446Mechelen, 23 november 1503) was een telg van de oudste tak van het Engelse koningshuis. Zij was een dochter van Richard van York en van Cecily Neville, en de zus van twee Engelse koningen, Eduard IV en Richard III.


Echtgenote van Karel de Stoute[bewerken]

In 1468, ze was toen 22, stak ze het Kanaal over om in de Nederlanden de derde vrouw te worden van Karel de Stoute, hertog van Bourgondië. Van Margaretha wordt beweerd dat ze met haar blonde haren een meer dan aantrekkelijke prinses was. Op 3 juli 1468 trouwde ze met Karel te Damme in het huis van baljuw Eustachius Wyts. Het huwelijk bleef kinderloos. Karel, die dertien jaar ouder was dan zij, had uit zijn vorige, tweede huwelijk, met Isabella van Bourbon, een dochtertje: Maria van Bourgondië. Op het ogenblik dat Margaretha in haar leven kwam, was Maria amper elf. Zij konden het heel goed met elkaar vinden. Op politiek vlak speelde Margaretha van York een belangrijke rol in de onderlinge contacten tussen haar man en haar broer Eduard IV.

Verblijf aan het hof te Mechelen[bewerken]

Na de tragische dood van Karel de Stoute (5 januari 1477) vestigde zij zich in Mechelen, en ontfermde zij zich over haar onervaren stiefdochter Maria. Zij stond Maria met raad en daad bij in het bestuur van de Nederlanden en bewerkstelligde ook haar huwelijk met Maximiliaan van Habsburg. Tegen de politiek van Lodewijk XI van Frankrijk, die de Bourgondische landen ernstig bedreigde, zocht zij hulp bij haar broer. Na de vroegtijdige dood van Maria van Bourgondië op 27 maart 1482 stond zij te Mechelen in voor de opvoeding van haar jonge kleinkinderen.

In 1486 schonk ze haar paleis aan de stad Mechelen, die het op haar beurt als donatie schonk aan Maximiliaan en zijn zoon Filips de Schone. Op 9 maart 1500 werd de kleinzoon van Maria van Bourgondië, Karel (zo genoemd ter herinnering aan zijn overgrootvader Karel de Stoute) door Margaretha ten doop gedragen in de Gentse Sint-Janskerk.

Literatuur aan het hof[bewerken]

Hoewel haar invloed niet overschat moet worden, bekleedde deze intelligente vrouw een belangrijke plaats in de Nederlanden: er zijn aanwijzingen dat zij ook al voor haar gemaal Karel tijdens diens afwezigheid regeringsplichten waarnam. Zij was een liefhebster van literatuur en boeken: het eerste in de Engelse taal gedrukte boek werd in haar opdracht door William Caxton vervaardigd (1474). Door haar invloed kreeg de Engelse cultuur ingang op het Europese vasteland en kregen omgekeerd ook kunstenaars uit de Lage Landen voet aan de grond in Engeland. Voor de naam en de faam van de stad Mechelen is zij van grote betekenis geweest. De ontvangstzaal van haar hof is in Mechelen, in de Keizerstraat, nog steeds bewaard. Nu is er de stadsschouwburg gevestigd.

Overlijden[bewerken]

Margaretha van York overleed in 1503 en werd op haar verzoek begraven in de Mechelse Minderbroederskerk. Haar ingewanden werden begraven in het kartuizer klooster te Scheut (een gehucht van Anderlecht, in die tijd in het hertogdom Brabant gelegen; nu Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Haar hart - het bijzonderste lichaamsorgaan - in het kartuizerklooster van Herne (gemeente van het toenmalige Dietse deel van het graafschap Henegouwen; nu Vlaams-Brabant).

Externe link[bewerken]