Maria-Theresia van Spanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Maria-Theresia
1638-1683
Koningin-gemalin van Frankrijk
Periode 1660-1683
Voorganger Anna van Oostenrijk
Opvolger Maria Leszczyńska van Polen
Vader Filips IV van Spanje
Moeder Elisabeth van Frankrijk
Koningin Maria-Theresia
Koningin Maria-Theresia

Maria-Theresia van Spanje (Madrid, 10 september 1638Versailles, 30 juli 1683) was de eerste echtgenote van de Franse vorst Lodewijk XIV vanaf 1660 tot aan haar dood. In Frankrijk staat ze bekend als Mariè-Thérèse d’Autriche, een verwijzing naar haar Habsburgse afkomst.

Maria-Theresia werd in 1638 geboren als de dochter van de Spaanse vorst Filips IV en zijn gemalin Elisabeth van Frankrijk, ze was dus een infanta van Spanje. Haar leven nam in 1660 plots een wending, toen ze door haar vader werd uitgehuwelijkt aan de Franse vorst Lodewijk XIV, haar 'dubbele' volle neef (langs vaders- én moederszijde). Het gearrangeerde huwelijk kwam uit de koker van de Franse kardinaal Mazarin, die het als de bekroning zag van de Vrede van de Pyreneeën (1659) – het verdrag maakte namelijk een einde aan de slepende oorlog tussen Frankrijk en Spanje. In het vredesverdrag werd tevens de bepaling opgenomen dat zowel Maria-Theresia als haar nakomelingen geen aanspraak konden maken op de Spaanse troon, in de hoop een nieuwe oorlog om erfopvolging te voorkomen. Het huwelijk vond op 9 juni 1660 met veel pracht en praal plaats in het baskische kustplaatsje Saint-Jean-de-Luz.

Het gearrangeerde huwelijk was echter verre van gelukkig. Lodewijk had vóór het huwelijk nog gehoopt te kunnen trouwen met zijn eerste liefde Maria Mancini, een nichtje van Mazarin. Maria-Theresia had haar echtgenoot pas drie dagen voor de huwelijksplechtigheid ontmoet op het Fazanteneiland, waar de vredesonderhandelingen plaatsvonden, en sprak amper een woord Frans bij haar aankomst in Versailles. Daar werd ze onder de hoede genomen door haar schoonmoeder en tante, de koningin-moeder Anna van Oostenrijk. Aan het hof werd ze bovendien het mikpunt van spot: Lodewijk raakte al gauw op zijn echtgenote uitgekeken en gaf de voorkeur aan een reeks maîtresses. Eerst deelde Louise de La Vallière het bed met de vorst, vervolgens Madame de Montespan, die Lodewijk maar liefst zeven kinderen schonk. Tot vernedering van Maria-Theresia deed de koning weinig moeite zijn minnaressen verborgen te houden; zijn affaires speelden zich open en bloot af aan het hof. Het volk sprak spottend van de ‘drie koninginnen’.

Maria-Theresia liet zich echter niet uit het veld slaan; ze onderging de vernedering met opgeheven hoofd, in de wetenschap dat ze moest aanvaarden wat het huwelijk haar bracht. Ze gedroeg zich juist overdreven menslievend, deugdzaam en godsvruchtig. Ook Lodewijk speelde het spel mee door zich achter de hofetiquette te verschuilen. Hij at ’s avonds met haar, sliep met haar en converseerde met haar, alsof zijn maîtresses niet bestonden. Zolang Maria-Theresia geen scène maakte, kon ze wat Lodewijk betreft haar eigen gang gaan. Ze gaf dan ook overdreven grote sommen geld uit aan haar honden en haar zestal dwergen, die geregeld met haar dineerden. Haar schoonzus, de Duitse prinses 'La palatine', geeft een beeld van haar;

...dat brave mens; ik moest vaak mijn lach inhouden als ik weer eens hoorde" Oh, ik ben gevallen!". Of toen ze naar het theater rende omdat ze schrik had dat er geen plaats meer zou zijn...Jammer van dat Spaanse accent dat ze na 25 jaar nog niet heeft kwijtgespeeld. Onnozel en bekrompen , maar o zo goed... en wat een majesteit heeft dit kleine mollige vrouwtje, dat de hele dag knabbelt en zich volgiet met chocolademelk met kaneel, en ondertussen met haar papegaaien praat...

Desalniettemin besefte Lodewijk dat hij een troonopvolger nodig had. Het echtpaar kreeg ondanks de gespannen relatie toch zes kinderen. Tot verdriet van Maria-Theresia overleden vijf van hen op zeer jonge leeftijd. alleen haar oudste zoon Lodewijk (ook wel le Grand Dauphin genoemd) overleefde zijn moeder – hij stierf in 1711, te vroeg om zijn vader op te volgen, die in 1715 overleed. Maria-Theresia schikte zich echter niet volledig in haar lot. In 1664 baarde ze onverwachts een mulattenmeisje. Omdat ze ooit een zwarte page ten geschenke had gekregen, waren de geruchten in Versailles niet van de lucht. Artsen bezwoeren Lodewijk dat de ongewone huidskleur was te wijten aan een beknelling tijdens de bevalling, maar toen de kleur weken later nog altijd niet was weggetrokken, liet de vorst heimelijk de page ter dood brengen. Historici betwijfelen echter of deze episode werkelijk heeft plaatsgevonden.

Uiteindelijk schonk Lodewijk op aandringen van zijn maîtresse Madame de Maintenon meer aandacht aan Maria-Theresia. Zijn minnares was namelijk zeer religieus; op aanraden van haar biechtvader spoorde ze Lodewijk aan zijn vrouw niet te verwaarlozen. Maria-Theresia had geen politieke taken. Alleen in 1672 trad ze kortstondig op als regent, toen Lodewijk een militaire campagne in de Nederlanden uitvoerde.

Maria-Theresia stierf plotseling in 1683: een goedaardige, maar slecht verzorgde tumor onder de arm was de doodsoorzaak. Op haar sterfbed uitte ze bedroefd haar laatste woorden: "Sinds ik koningin ben geweest, ben ik slechts één dag gelukkig geweest." Niemand aan het hof die echter wist welke dag ze bedoelde – het leek juist alsof ze geen enkele dag geluk had gekend. Zelfs Lodewijk was nauwelijks geraakt door haar overlijden. Enkele maanden na haar dood huwde hij in het geheim met Madame de Maintenon.

Van haar zes kinderen overleefde enkel Lodewijk zijn moeder. Hij was de kroonprins, maar overleed al in 1711, te vroeg om de Franse troon te bestijgen. Ook zijn eigen zoon Lodewijk overleed te vroeg, zodat Maria-Theresia's achterkleinzoon in 1715 haar echtgenoot zou opvolgen als koning Lodewijk XV van Frankrijk. Om haar kleinzoon Filips werd de Spaanse Successieoorlog uitgevochten, waarna hij koning van Spanje werd als Filips V.

 
Persoonlijke instellingen