Maria Immaculata van Bourbon-Sicilië (1844-1899)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Immaculata

Maria Immaculata van Bourbon (Napels, 14 april 1844Wenen, 18 februari 1899), prinses van Beide Siciliën, aartshertogin van Oostenrijk, was een dochter van koning Ferdinand II der Beide Siciliën. Ze trouwde met aartshertog Karel Salvator van Oostenrijk.

Leven[bewerken]

Prinses Maria Immaculata werd geboren als het vijfde kind en de tweede dochter van koning Ferdinand II en koningin Theresia van Beide Sicilië. Maria Immaculata had acht broers en drie zussen.

Ze trouwde, net als haar zusje Maria Annunciata, met een Oostenrijkse aartshertog: Karel Salvator van Oostenrijk. Hij was de tweede zoon van groothertog Leopold II van Toscane uit diens tweede huwelijk met Maria Antonia van Bourbon-Sicilië, dochter van koning Frans I der Beide Siciliën. Het huwelijk werd op 19 september 1861 in Rome voltrokken, waarna ze de titel “aartshertogin van Oostenrijk” kreeg. Maria Immaculata en haar echtgenoot onderhielden goede relaties met het Weense hof. Zo kreeg zij na haar tiende bevalling, tot ongenoegen van keizerin Elisabeth, een parelketting van keizer Frans Jozef. Ook trouwde één van haar zonen met de jongste dochter van de keizer, Marie-Valerie.

Aartshertogin Maria Immaculata stierf op 18 februari 1899 op 54-jarige leeftijd in Wenen. Ze werd bijgezet in de Ferdinandsgruft, een grafkelder in de buurt van de keizerlijke grafkelder (Kapuzinergruft). Een aantal van haar kinderen stierven jong en liggen eveneens in de Ferdinandsgruft.

Kinderen[bewerken]

Maria Immaculata schonk aan tien kinderen het leven: