Maria Magdalena leest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Magdalena leest, 62,2 cm x 54,4 cm National Gallery, Londen

Maria Magdalena leest is een van de drie resterende fragmenten van een groot schilderij, olie op eik, in de vorm van een altaarstuk door de Vlaamse primitief Rogier van der Weyden.

Grote delen van het doek zijn verdwenen. Het is niet zeker wanneer van der Weyden het doek heeft geschilderd alhoewel wordt aangenomen dat het vóór 1438 tot stand kwam. Het schilderij is bekend via een laat-vijftiende-eeuwse tekening van een deel ervan: Maagd en Kind met een heilige bisschop, Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Ergens vóór 1811 werd het origineel in meer dan drie stukken gesneden om waarschijnlijk zo ieder deel voor meer geld te kunnen verkopen dan het geheel.

In het deel van het schilderij dat Maria Magdalena leest wordt genoemd (zie afbeelding), en dat op zeker ogenblik op een mahoniehouten paneel werd overgebracht, heeft Maria Magdalena een bleke huid, hoge jukbeenderen en ovale, gebogen wenkbrauwen, typisch voor geïdealiseerde portretten van adellijke dames uit die tijd. De pot met oliën aan haar voeten die ze volgens Bijbelse bronnen gebruikt om berouwvol de voeten van Christus te wassen terwijl ze weent verraadt haar identiteit. Dit fragment wordt in het Londense museum National Gallery bewaard. De twee andere nog bestaande delen, die beduidend kleiner zijn, tonen vermoedelijk Jozef van Nazareth en Catharina van Alexandrië en worden in het Museu Calouste Gulbenkian te Lissabon bewaard. De tekening bevindt zich in Nationalmuseum te Stockholm.

De kunsthistoricus Lorne Campbell beschreef het doek Maria Magdalena leest als een van de meesterwerken van de 15e-eeuwse kunst en een van Rogiers meest belangrijke vroege schilderijen.

Fragmenten van het altaarstuk[bewerken]

Achter Maria Magdalena ziet men twee figuren die uit het originele doek werden gesneden: een figuur onmiddellijk boven haar en een figuur aan haar linkerzijde. De laatste is amper zichtbaar in het Londense fragment en lijkt te knielen. Wat van hem te zien is, is zijn rood kleed. Volgens de Stockholmse tekening is het Johannes de Evangelist, helemaal links, knielend voor de Maagd en Kind (niet teruggevonden fragment). De tekening in Stockholm is een gedeeltelijke kopie van het oorspronkelijke doek en toont grote delen niet maar de kleding van Johannes verschijnt opnieuw in het Londens doek als de figuur links van haar en dit was de sleutel om het verband te zien tussen de tekening en het Londens schilderij.

De tweede figuur, boven haar, houdt een rozenkrans vast en is hoogstwaarschijnlijk Jozef van Nazareth van het doek in Lissabon. Als men het fragment met Jozefs hoofd boven de figuur achter Maria Magdalena plaatst, merkt men dat beide samen horen. Dit fragment toont deze man niet in een interieur zoals Maria Magdalena, maar buiten, in een gotische omgeving. Men neemt aan dat de kathedraal een latere toevoeging is van een andere kunstenaar. Het was pas in 1955, toen men een laag pigment verwijderde van het doek in Londen en de figuren in de achtergrond verschenen dat men het verband zag tussen beide doeken.

Verder onderzoek toonde aan dat ook het fragment met Catharina van Alexandrië deelt uit maakt van het originele doek dat ongeveer 1 m x 1,5 m groot was. De structuur achter haar is terug te vinden in het stuk dat in Londen wordt bewaard.

Beschrijving en iconografie[bewerken]

Het doek toont een jeugdige Maria Magdalena, verstild in vroomheid, met een gebogen hoofd en haar ogen nederig afgewend van de kijker. Ze is in beslag genomen door haar heilig boek waarvan de omslag bedekt is met een wit doek, een toen gebruikelijke manier om een boek te beschermen. Vier gekleurde uit doek vervaardigde bladwijzers zijn vastgebonden aan een gouden stok boven aan de rug van het boek. In portretten uit die tijd toonde men uiterst zelden vrouwen die lezen en als de vrouw kon lezen, betekende dit dat ze tot de hogere klasse behoorde. Maria Magdalena zit op een rood kussen met haar rug tegen een houten paneel. Aan haar voeten bemerkt men het attribuut waaraan men haar herkent: het vaatje met oliën. Het uitzicht door het venster toont een kanaaloever in de verte met een boogschutter en een ander persoon wiens figuur in het water wordt weerspiegeld.

Typisch voor van der Weyden is dat het model een bijna gebeeldhouwd gezicht heeft terwijl haar kledij minutieus wordt geschilderd. Ze draagt een groen kleed; in de middeleeuwse kunst wordt Maria Magdalena ofwel naakt afgebeeld of in rijkelijk gekleurde kledij, typisch rood, blauw of groen maar nooit wit. Haar kleed wordt strak bij mekaar gehouden door een blauwe sjerp terwijl het met gouden brokaat versierde onderkleed opvalt door een zoom waarop juwelen zijn genaaid.

Robert Campin was een van de eerste schilders die figuren uit de christelijke wereld in een huiselijk interieur van zijn tijd plaatste. De kwaliteit van Rogiers schildertechniek is terug te vinden in het detail waarmee hij de nagelkoppen van de vloer afbeeldt, de virtuositeit bij de weergave van de rozenkrans van Jozef en in het gouden brokaat van Magdalena's onderjurk. Anders dan bij Jan van Eyck, een oudere tijdgenoot die altijd passief blijft, slaagt hij er in latere werken in om realistische details te verbinden met intens pathos of zachtmoedigheid.

Van der Weydens Maria Magdalena roept herinneringen op aan de figuur van Barbara op het rechterluik van het altaarstuk van Werl (zie afbeelding). Ook het interieur, de kleding van beide vrouwen, hun gezichten, het rode kussen waarop ze zitten en het uitzicht door het venster vertonen sterke overeenkomsten bij beide doeken. Op de Triptiek van de kruisiging (zie afbeelding) van van der Weyden zijn er opnieuw sterke gelijkenissen tussen Veronica op het rechterluik en Maria Magdalena van het hier besproken doek. Het gebrek aan kwaliteit bij het weergeven van de vloer en de kast achter Maria Magdalena doen sterk vermoeden dat van der Weyden dit en hoogstwaarschijnlijk ook andere figuren op het doek aan een andere schilder overliet.

Externe link[bewerken]