Maria Spiridonova

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Spiridonova

Maria Aleksandrovna Spiridonova (Russisch: Мария Александровна Спиридонова) (Tambov, 16 oktober 1884 – nabij Orjol, 11 september 1941) was een vooraanstaande persoon in Russisch revolutionaire kringen aan het begin van de Twintigste Eeuw.

Leven[bewerken]

Spiridonova werd tijdens haar verpleegsteropleiding lid van de Russische Sociaal-Revolutionaire Partij. In januari 1906 schoot ze op een treinstation te Borisoglebsk politie-inspecteur Loezjenovski dood, die de gewelddadige onderdrukking van een boerenopstand tijdens de Russische Revolutie van 1905 had bevolen. Ze werd gearresteerd en werd tijdens haar gevangenschap slachtoffer van ernstig psychische vernederingen, fysiek geweld en seksueel misbruik door soldaten en gevangenisbewaarders. Toen signalen van haar wrede behandeling naar buiten kwamen ontstonden er protesten en uiteindelijk hadden deze tot gevolg dat ze niet ter dood werd veroordeeld, maar naar een vrouwengevangenis in Siberië gestuurd.

Na de Februarirevolutie (1917) kreeg Spiridonova amnestie en blies vervolgens meteen met enkele voormalig medegevangenen de gevangenis op waar ze was vastgehouden. Na haar terugkeer in Sint-Petersburg werd ze ‘de facto’ leider van de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij. Ze keerde zich als zodanig tegen het verdrag van Brest-Litovsk en verbrak de samenwerking met de Bolsjewieken, ook omdat ze een andere visie had op het boerenvraagstuk.

In juni 1918 was Spiridonova direct betrokken bij een mislukte opstand van de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij tegen de Bolsjewieken, en werd ze opnieuw gearresteerd en gevangengezet in een psychiatrische inrichting[1]. Na nog een keer ontsnapt te zijn werd ze uiteindelijk verbannen naar Oefa. Een poging in 1923 om naar het buitenland te ontkomen mislukte. In 1937 werd ze tijdens de Grote Zuiveringen opnieuw gearresteerd en veroordeeld, deze keer tot 25 jaar gevangenis, op beschuldiging van het organiseren van een boerenopstand. Ze werd overgebracht naar een gevangenis in Orjol. Op 21 september 1941 werd ze samen met 150 medegevangenen (waaronder Christian Rakovski en de vrouw van Lev Kamenev) in de bossen nabij de gevangenis geëxecuteerd.

Externe links[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. In reactie op haar gevangenneming braken begin 1919 onlusten uit in Sint-Petersburg, onder meer in de Poetilovfabrieken. Zie: Opstand in de Poetilov-fabriek