Maria de' Medici

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria de' Medici
1575-1642
Peter Paul Rubens 095b.jpg
Koningin-gemalin van Frankrijk
Periode 1600-1610
Voorganger Margaretha van Valois
Opvolger Anna van Oostenrijk
Koningin-gemalin van Navarra
Periode 1600-1610
Voorganger Anton van Bourbon
Opvolger Anna van Oostenrijk
Vader Francesco I de' Medici
Moeder Johanna van Oostenrijk
COA french queen Marie de Médicis.svg
Wapen als koningin van Frankrijk

Maria de' Medici (Florence, 26 april 1575 - Keulen, 3 juli 1642) was koningin van Frankrijk. Ze trouwde op 17 december 1600 met koning Hendrik IV van Frankrijk in de kathedraal van Lyon.

Biografie[bewerken]

Maria was een dochter van Francesco I de' Medici, groothertog van Toscane en diens echtgenote Johanna van Oostenrijk. Ze was een kleindochter van keizer Ferdinand I.

Maria de' Medici regeerde Frankrijk vanaf 1610. Op 14 mei van dat jaar werd haar echtgenoot Hendrik IV vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk XIII. Deze was echter nog maar 8 jaar oud, en daarom trad zijn moeder op als regentes. In die hoedanigheid riep zij als laatste Franse vorst in 1614 de Staten-Generaal bijeen.

In 1615 werd Lodewijk meerderjarig verklaard en in 1617 gaf hij zijn moeder het advies 'zich voortaan met haar eigen zaken te bemoeien'. Later verzoende hij zich met haar. Op de achtergrond bleef zij zich met de staatszaken bemoeien, ook toen die vanaf 1624 door kardinaal Richelieu werden behartigd. Teruggekeerd in Parijs hield ze zich bezig met de bouw van het Palais du Luxembourg waar zij in 1625 haar intrek nam. In het Parijse leven speelt ze de rol van mecenas door grote kunstopdrachten te verstrekken. Zo laat zij de schilder Rubens uit Antwerpen komen om een galerij van schilderijen gewijd aan haar leven te vervaardigen (1622-1625). Deze 'cyclus van Maria de Medici' omvat 24 omvangrijke schilderijen die thans bewaard worden in het Museum het Louvre.

Aankomst van Maria de' Medici in de haven van Marseille, Peter Paul Rubens, ca. 1622-1625

Op 10 november 1630 werd de koningin-moeder verbannen, nadat zij een complot tegen Richelieu had gesteund (Journée des Dupes). Zij vond dat haar zoon moest kiezen, 'voor de knecht of voor zijn moeder'; hij koos voor de 'knecht', zijn bekwame minister Richelieu.

Maria de' Medici in Holland[bewerken]

Via Luik en Den Bosch, waar zij is verwelkomd door stadhouder Frederik Hendrik, kwam de koningin-moeder aan in Den Haag en nam enkele dagen rust. Ze gaf er de voorkeur aan om over land te reizen en niet per trekschuit. De ambassadeur in Frankrijk Willem Boreel was betrokken bij de voorbereidingen van haar bezoek. Op 1 september 1638, ongeveer vijf uur 's middags kwam Maria de' Medici aan voor de poorten van Amsterdam, waar ze werd verwelkomd door de bestuurders Andries Bicker, Abraham Boom en Albert Burgh. Haar komst als koning-moeder van Frankrijk, dat toen in oorlog was met Spanje, betekende een informele erkenning van de Nederlandse Republiek, in een tijd dat de Tachtigjarige Oorlog met Spanje op zijn eind liep. Zij kreeg behalve een groots vuurwerk op de Amstel, ook een toernooi op het Rokin aangeboden. Ze bracht een bezoek aan het Oostindisch Huis, waar voor haar een Indische rijsttafel was bereid. Albert Burgh verkocht haar de beroemde rozenkrans van Franciscus Xaverius, die door Piet Hein in het Braziliaanse Salvador was veroverd. 's Avonds voer men naar het IJ waar een vlootschouw was georganiseerd. Gerrit van Honthorst schilderde haar portret, dat ze aan de stad geschenk deed.

Caspar van Baerle beschreef het verblijf en het enthousiasme. Vondel vertaalde het werk uit het Latijn; bij de uitgever Blaeu verschenen gravures.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Op 17 december 1600 trouwde Maria de' Medici met koning Hendrik IV. Ze kregen zes kinderen:

Waarschijnlijk was zij ook huwelijksmakelaar voor een van haar kleindochters, de Engelse prinses Maria Henriëtte Stuart, die met prins Willem II zou trouwen.

Bron[bewerken]

Landwehr, J. (1981) De Nederlander uit en thuis. Spiegel van het dagelijkse leven uit bijzondere zeventiende-eeuwse boeken, p. 76-79.

Externe link[bewerken]