Maria van Molina
| Maria van Molina | ||
| 1265-1321 | ||
| Koningin van Castilië-León | ||
| Periode | 1284-1295 | |
| Voorganger | Violante van Aragón | |
| Opvolger | Constance van Portugal | |
| Vader | Alfons van Molina | |
Maria van Molina (1265 - Valladolid, 1321) was een dochter van Alfons van Molina, een kleinzoon van Alfons IX van Castilië.
Zij huwde in 1281 met haar neef, de latere koning Sancho IV van Castilië. Voor het huwelijk was pas nadien dispensatie verleend. Na de dood van haar echtgenoot in 1295 werd zij tot 1301 regentes voor hun zoon Ferdinand IV. Deze opvolging werd echter door zijn ooms Jan en Hendrik en door de zoons van zijn overleden oom Ferdinand de la Cerda in twijfel getrokken omdat de huwelijksdispensatie laattijdig gegeven was. Ook de koningen Jacobus II van Aragón en Dionysius van Portugal steunden deze bezwaren en vielen in 1296 het land binnen.
Dankzij de politieke behendigheid en het doorzettingsvermogen van Maria konden deze invallen afgeslagen worden en in een pauselijke bul van 1301, werd haar huwelijk geldig verklaard. Na de meerderjarigheid van haar zoon Ferdinand trok zij zich terug uit de politiek.
Toen haar zoon Ferdinand IV in 1312 overleed, werd zijn zoon Alfons op eenjarige leeftijd uitgeroepen tot koning van Castilië, met alle rampzalige gevolgen van dien.
Feitelijk werd de regering overgenomen door haar schoondochter Constance van Portugal, haar zoons, de prinsen Don Juan en Don Pedro en Maria van Molina zelf. Voortdurende onenigheid tussen dit viertal leidde ertoe dat Maria van Molina ten slotte alleen regeerde.
Maria was de moeder van:
- Isabella van Castilië (1283-1328), gehuwd met Jacobus II van Aragón en vervolgens met Jan III van Bretagne.
- Ferdinand IV (1285-1312).
- Alfons (1286-1291)
- Hendrik (1288-1299)
- Pedro (1290-1319), gehuwd met Maria (1299-1316), dochter van Jacobus II van Aragón
- Filips (1292-1327), gehuwd met zijn nicht Margaretha, dochter van Ferdinand de la Cerda,
- Beatrix (1293-1359), gehuwd met Alfons IV van Portugal.