Marianne Cope

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
H. Marianne Cope

Marianne Cope, geboren als Maria Anna Barbara Koob, (Heppenheim, 23 januari 1839Hawaï, 9 augustus 1918) was een Duits-Amerikaanse kloosterzuster uit de orde der franciscanessen. Zij werd op 19 mei 2005 – als eerste tijdens zijn pontificaat – zaligverklaard door paus Benedictus XVI[1]. Op 21 oktober 2012 verklaarde diezelfde paus haar heilig[2]

Leven[bewerken]

Twee jaar na haar geboorte emigreerde het gezin naar de Verenigde Staten, om zich te vestigen in Utica (New York). Zij trad in 1862 in bij de Franciscanessen. In 1875 werd ze moeder-overste van het St-Jozef-hospitaal in Syracuse. Twee jaar hierna werd zij generaal-overste van de Franciscanessen in New York. Toen zij even later hoorde over het lot van de melaatsen op Hawaï, besloot zij – met een zestal medezusters – naar Kalaupapa op Molokai te trekken, om zich daar te ontfermen over de lijders aan deze ziekte. Hier leerde zij de Belgische Pater Damiaan kennen. Zij verpleegde ook hem, toen hij door de ziekte besmet was geraakt. Zelf bleef een dergelijk lot haar bespaard. Ze bleef zich vol overgaven wijden aan de verpleging van melaatsen, tot zij in 1918 stierf.

De Kerk gedenkt haar op 23 januari.

Bronnen, noten en/of referenties