Marie Louise Elisabeth van Orléans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prinses Marie Louise Elisabeth van Orléans, geschilderd door Pierre Gobert

Marie Louise Elisabeth van Orléans, hertogin van Berry (Kasteel van Versailles, 20 augustus 1695 - Parijs, 21 juli 1719) was een lid uit het Huis Orléans en ze was een Princesse du Sang. Na haar huwelijk, met de hertog van Berry, werd ze de hertogin van Berry (Duchesse de Berry). Door haar huwelijk werd ze ook petite-fille de France en nam ze zelf de titel Koninklijke Hoogheid aan.

Jeugd[bewerken]

Marie Louise Elisabeth van Orléans werd geboren in het Kasteel van Versailles nabij Parijs. Ze werd geboren als tweede dochter van de latere hertog Filips II van Orléans, en vanaf 1715 ook de regent van Frankrijk. Haar moeder was Françoise Marie van Bourbon, een onwettige dochter van koning Lodewijk XIV van Frankrijk en Madame de Montespan. Toen Elisabeth werd geboren was haar grootvader nog in leven, hertog Filips I van Orléans.

Mademoiselle de Valois, Elisabeths oudere zusje, en het oudste kind van haar ouders, was een jaar voor de geboorte van Elisabeth overleden. Toen Elisabeth geboren werd kreeg zij de titel Mademoiselle d'Orléans. Na haar huwelijk werd deze titel doorgegeven aan haar jongere zusje, Adélaïde.

Elisabeth groeide op in het Palais-Royal te Parijs, de residentie van de hertog van Orléans in Parijs. Dit paleis werd door de Franse koning, Lodewijk XIV, gegeven aan haar grootouders ten tijde van hun huwelijk. Ze werd omringd door een klein hof, veelal bestaande uit haar eigen vrienden en intimici. Op de leeftijd van zes jaar werd Elisabeth ernstig ziek. Deze ziekte werd haar bijna fataal. Maar ze overleefde het, en daardoor werd ze erg gehecht aan haar vader. Haar vader had haar namelijk dag en nacht bijgestaan, en verpleegd. Ze werd en bleef zijn favoriete dochter tot haar plotselinge dood op zeer jonge leeftijd. Haar grootmoeder aan vaderskant, madame Elisabeth Charlotte van de palts, beter bekend als Liselotte, schreef in haar memoires over de plotselinge dood van Elisabeth.

Broer en zussen[bewerken]

Uit het huwelijk van haar ouders werden acht kinderen geboren. Elisabeth had één jongere broer: Lodewijk (1703-1752) huwde Augusta van Baden en werd later de hertog van Orléans. Ze had een ouder zusje, de jong overleden Mademoiselle de Valois (1693-1694). Ze had vijf jongere zusjes: Adélaïde (1698-1743) bleef ongehuwd, Charlotte Aglaë (1700-1761) huwde Francesco III d'Este de hertog van Modena en Reggio, Louise Elisabeth (1709-1742) huwde Lodewijk I van Spanje, en was in 1724 koningin van Spanje, Philippine Elisabeth (1714-1734) bleef ongehuwd, en Louise Diane (1716-171734) huwde prins Lodewijk Frans I van Bourbon-Conti.

Elisabeths man, prins Karel

Huwelijk en kinderen[bewerken]

De besprekingen rond het huwelijk van Elisabeth zijn ontstaan op het moment dat haar nichtje, Louise-Elisabeth, de dochter van Lodewijk III van Bourbon-Condé en Louise Françoise van Bourbon, zou gaan trouwen met Karel van Frankrijk, hertog van Berry, de jongste kleinzoon van koning Lodewijk XIV. De moeders van Elisabeth en Louise-Elisabeth waren zusjes, en hadden al jaren lang ruzies met elkaar.

Er werd besloten dat Elisabeth zou gaan trouwen met de Hertog van Berry, kleinzoon van de Franse koning. Ze kregen namelijk hulp uit onverwachte hoek. De vrouw van Lodewijk, de hertog van Bourgondië, prinses Maria Adelheid van Savoye, zag meer in Elisabeth dan in haar nichtje, Louise-Elisabeth.

Het huwelijk werd voltrokken op 6 juli 1710 in het Kasteel van Versailles. Karel was de jongste zoon van Lodewijk, le Grand Dauphin (het enige nog levende kind van Lodewijk XIV en Maria Theresia van Spanje) en prinses Maria Anna van Beieren. In het begin was het een gelukkig huwelijk, dit kwam doordat ze zeer verliefd waren op elkaar. Maar later werd het huwelijk steeds minder goed. Ze hadden soms zelfs ruzie in het openbaar, dit tot grote woede van hun grootvader, Lodewijk XIV.

Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren, echter werd geen van die drie ouder dan drie maand:

Douairière-hertogin van Berry[bewerken]

Prins Karel van Berry overleed op 11 mei 1714 aan inwendige bloedingen, ontstaan tijdens een jachtpartij. Zijn dood was een grote schok voor Lodewijk XIV. Karels oudere broers, Lodewijk, was in 1712 overleden en Filips was in 1700 de koning van Spanje geworden. Daarom werd Elisabeths vader na de dood van Lodewijk XIV de regent voor diens minderjarige kleinzoon, de latere Lodewijk XV. Lodewijk XIV was bang dat Filips van Orléans de macht in handen zou nemen, daarom erkende hij zijn zoons, Lodewijk August van Bourbon en Lodewijk Alexander van Bourbon. Daarom werden die in de lijn van troonopvolging opgenomen.

Elisabeth werd na de dood van Karel bekend als de Douairière-hertogin van Berry (Madame la Duchesse de Berry Douairière). Ze behield deze titel tot aan haar dood. Toen haar grootvader, Lodewijk XIV, in 1715 overleed werd haar vader de regent van Frankrijk. Dit werd een week na de dood van Lodewijk XIV bevestigd door het Parlement van Parijs. Haar vader werd de regent voor de minderjarige koning Lodewijk XV. Dit betekende ook dat de familie Orléans het middelpunt van Frankrijk werd.

Haar laatste jaren[bewerken]

Elisabeth kreeg later het Palais du Luxembourg, dit werd toen haar Parijse residentie. Ze gaf hier grootse banketten en feestjes, dit was niet ten voordele van haar gezondheid, die echter haar hele leven al slecht was. Eén van de beroemdste werd gegeven voor haar tante, Elisabeth Charlotte van Orléans, die een bezoek bracht aan Elisabeth. Het banket bestond uit: 132 hors-d'oeuvre, 32 soepen, 60 voorgerechten, 130 hete entremets, 60 koude entremets, 72 Plats ronds, 82 duiven, 370 patrijzen en fazanten en 126 zwezeriken werden geserveerd aan de gasten. De desserts bestonden uit 100 manden van vers fruit, 94 manden van gedroogde vruchten, 50 gerechten van vruchten glacés en 106 compotes. Het evenement werd beschouwd als een van de meest uitgebreide recepties van het seizoen.

Tijdens het regentschap van haar vader (1715-1723) kreeg Elisabeth jaarlijks 600.000 livres. Ze mocht ook het Château de Meudon gebruiken, te Meudon. Plotseling stierf Elisabeth op 21 juli 1719 in het Château de la Muette, haar gezondheid geruïneerd door een reeks clandestiene zwangerschappen. Sinds de dood van haar man had ze vele minnaars en had de reputatie van een Messalina. De autopsie toonde aan dat de jonge prinses opnieuw zwanger was, slechts drie maanden na een moeilijk en gevaarlijk bevalling. In het Palais du Luxembourg zouden later ook haar jongere zusjes Charlotte Aglaë en Louise Elisabeth sterven.

Overlijden[bewerken]

Op zaterdag 22 juli 1719 werd haar hart naar de Val-de-Grâce kerk in Parijs gebracht. Een dag later werd ze bijgezet in de Kathedraal van Saint-Denis te Saint-Denis.

Galerij[bewerken]

Hieronder een aantal belangrijke mensen in het leven van Elisabeth: