Marine Luchtvaartdienst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het schip 'De Zeven Provinciën' in de Straat van Malakka met erboven een "van Berkel W-A" watervliegtuig [1]

De Marine Luchtvaartdienst (MLD) was een onderdeel van de Koninklijke Marine. De MLD werd opgericht op 18 augustus 1917.

Op 4 juli 2008 onderging de Marine Luchtvaartdienst een gedaanteverandering. De helikopters werden samen met die van de Koninklijke Luchtmacht geïntegreerd in het nieuwe Defensie Helikopter Commando (DHC) en onder commando van het Commando Luchtstrijdkrachten gebracht. Ongeveer een kwart van het personeel is nog van de marine afkomstig, het marinepersoneel binnen het DHC vormt, onder leiding van een groepsoudste, de Marine Luchtvaartdienst.[2]

Oprichting[bewerken]

Van Berkel watervliegtuig wordt in het water getakeld in de wateren van Nederlands-Indië.

De eerste plannen voor een vliegdienst voor de Nederlandse marine ontstonden in 1913 en waren gericht op het verbeteren van de mogelijkheden voor verkenningsvluchten. In juli 1914 kreeg de marine haar eerste vliegtuig, een nieuwe Farman HF-22, om marinepiloten op te leiden tot nautische vlieger. Samen met de vliegdienst van de Koninklijke Landmacht oefende men vanaf de Vliegbasis Soesterberg. In april 1916 verhuisde het marinevliegtuig naar het vliegkamp bij Schellingwoude en in 1917 nogmaals naar het nieuwe marinevliegkamp De Mok op Texel. Op 18 augustus 1918 werd de Marineluchtvaartdienst formeel opgericht. In die tijd was de gedachte dat een aparte vliegdienst voor de marine gerechtvaardigd was doordat maritieme vliegers maritieme capaciteiten moesten bezitten. Nog hetzelfde jaar verhuisde de dienst eerst naar Veere en vervolgens naar Vliegveld De Kooy bij Den Helder. Aanvankelijk werd de MLD vooral voorzien van vliegtuigen van Van Berkel, Fokker, Koolhoven en Spyker. Vanaf 1926 deden ook buitenlandse types hun intrede. Hieronder de bekende Dornier Wal die vooral in Nederlands-Indië werd ingezet, vanaf vliegkamp Tandjong Priok (Java; vanaf 1919 in gebruik) en vliegkamp Morokrembangan (Soerabaja; vanaf 1926 in gebruik).

Tweede Wereldoorlog - Europa[bewerken]

In 1940 beschikte de MLD niet meer over vliegtuigen om vlootbasis Den Helder te verdedigen. Dit was de taak van de Fokker D.XXI-toestellen van de landmacht op De Kooy. Maar ondanks hevige tegenstand waren zij op 10 mei 1940 niet opgewassen tegen de Duitse overmacht. Een aantal MLD-vliegers zag wel kans om met acht Fokker T.VIIIw torpedobommenwerpers naar Engeland te vluchten. Op 22 mei 1940 arriveerden zij op de RAF basis Calshot. In augustus 1940 volgde de oprichting van de squadrons 320 Dutch Squadron RAF en 321 Dutch Squadron RAF met respectievelijk Fokkers T-VIIIW en Avro Ansons-toestellen. Die werden ingedeeld bij het Britse Coastal Command. Deze toestellen bleken in oorlogssituaties niet te voldoen. Vervangers waren de Lockheed Hudsons. Deze vliegtuigen moesten konvooien begeleiden en beschermen, maar ook vijandelijke ertstransporten op de scheepvaartroute Narvik- Rotterdam aanvallen. De grote verbetering kwam toen het squadron de beschikking kreeg over B25 Mitchell vliegtuigen en werd ingedeeld bij de 2nd Tactical Air Force van de RAF. Op 17 augustus 1943 voerde 320 Dutch Squadron RAF zijn eerste bombardement uit op de rangeerterreinen van Calais. Dit was het begin van 3500 missies waarbij 140 man om het leven kwamen. Zonder afbreuk te doen aan andere krijgsmachtonderdelen, kan gezegd worden dat 320 Dutch Squadron RAF het productiefste onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht was tijdens WO II. Op 2 augustus 1945 kwam het squadron onder de Marine Luchtvaart Dienst. In 2005 werd het squadron opgeheven.

Tweede Wereldoorlog - Nederlands-Indië[bewerken]

Het zwaartepunt van de MLD lag onbetwist in Nederlands-Indië. Zo voerde de MLD veel verkenningsvluchten uit voor de vloot. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog beschikte de MLD over 34 vliegboten van het type Dornier Do 24K en 25 Consolidated PBY Catalina vliegboten, 8 Fokker C-XI W drijvervliegtuigen voor de kruisers en 10 verouderde Fokker T-IVa’s. Het materieel was goed, maar in aantal onvoldoende om begin 1942 de invasie van een Japanse overmacht tegen te houden. De nog beschikbare vliegtuigen weken uit of werden door eigen personeel vernietigd.

Hr. Ms. Vliegboot X-22[bewerken]

Op 13 december 1941 raakte de Do 24K "X-22" als eerste Nederlandse vliegtuig in gevecht met drie Japanse jachtvliegtuigen. Eén jachtvliegtuig werd neergeschoten, de twee andere jagers deinsden daarna af.

Op 14 december 1941 werd door Japanse vliegtuigen een aanval uitgevoerd op Terempah, op het eiland Terempa (Staat van Karimata). De lokale bevolking werd met hulp van Dornier-vliegboten van de Marine Luchtvaartdienst (vlieggroep GVT 3) overgebracht naar Tandjong Pinang (Riouw Archipel). Het was de eerste Japanse aanval op een deel van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hr. Ms. Vliegboot X-32 & X-34[bewerken]

Op 17 december 1941 wist de Dornier Do 24 K vliegboot X 32 van de vlieggroep GVT 7 uit Tarakan onder commando van Bastiaan Sjerp de Japanse destroyer Shinonomé van de Fubuki-klasse tijdens de Japanse landingen bij Miri (Brits-Borneo) te bombarderen, waarbij het Japanse schip met twee voltreffers tot zinken werd gebracht. De Do-24 X 34 wist daarop een ander Japans schip aan te vallen maar werd echter neergeschoten door een Japans boordvliegtuig van de Kamikawa Maru, waarna de Dornier genoodzaakt was om een noodlanding te maken. Twee bemanningsleden kwamen daarbij hierbij om het leven. Twee uur later werd door zes Glenn Martin bommenwerpers van de ML-KNIL een aanval verricht op deze japanse landingsvloot.

Hr. Ms. Vliegboot X-30[bewerken]

Luitenant-ter-zee der Eerste Klasse-vlieger H.V.B. Burgerhout was op 17 december 1941 zojuist op het vliegveld van Ternate (Celebes) geland met zijn Dornier Do 24 K vliegboot X-30 toen een vijandelijk verkenningsvliegtuig, een viermotorige Japanse Kawanishi-vliegboot, langsvloog. Burgerhout startte direct hierop zijn Dornier en zette de achtervolging in, waarbij hij de Kawanishi "enige schade" wist toe te brengen. Omdat de boordschutters van de Kawanishi hem hadden geraakt moest hij met averij naar Ternate terugkeren.

Hr. Ms. Vliegboot X-27 [Verloren], GVT5 en GVT2[bewerken]

Op 23 december 1941 ondanks hevig luchtafweervuur van de wal, vanaf Japanse oorlogschepen en tegenacties door Japanse jagers werden door zes Dornier-vliegboten van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) (nl. X-11, X-12, X-25 [=GVT2; lees vliegtuiggroep nr2]; X-26, X-27 en X-30 [=GVT5]) bij Davao in de Filipijnen een Japanse kruiser en een tanker gebombardeerd. GVT2 wist, in gesloten formatie vliegend, enige treffers op en rondom de tanker "Tonan Maru" te boeken. Deze tanker brandde geheel uit na een voltreffer van een 300 kg bom te hebben ontvangen. Tijdens deze actie wist de Dornier-vliegboten X-27 en X-30 ieder een Japanse catapultjager uit de lucht te schieten. Door vijandelijk luchtafweervuur werd tijdens deze aanval de rechter motor van de X-27 buiten werking gesteld, terwijl de boot daarna een aanval van Japanse waterjagers kreeg te verduren. Nochtans zette de X-27 de aanval voort en bombardeerde de loodsen aan de kade[3]. De X-27 ging tijdens deze actie verloren, waarbij de bemanning kon worden gered door de X-30.

Gecombineerde actie van Hr. Ms. vliegboot X-35 en Hr. Ms. K XIV, 23 december 1941[bewerken]

Een van de eerste geallieerde successen na de Japanse aanval op Pearl Harbour werd behaald op 23 december 1941 voor de kust van Kuching op Sarawak – Borneo door een gecombineerde actie van de Koninklijke Marine. Slechts 16 dagen na de aanval op Pearl Harbor werd een Japanse invasievloot gespot die op weg was in zuidelijke richting naar Brits-Borneo. De Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. K XIV, gewaarschuwd voor hun positie, werd naar het westen gestuurd om een onderschepping te maken. Commandant van de onderzeeboot was toen luitenant-ter-zee eerste klasse C.A.J. van Well Groeneveld. De Japanse vloot veranderde echter in de nacht van koers naar het oosten op weg naar de stranden van Kuching - de tegenovergestelde richting aan die van de K XIV. De Marine Luchtvaartdienst groep GVT1 was met drie Dornier Do 24 watervliegtuigen gestationeerd te Pontianak. De patrouillerende Dornier 24 vliegboot X-35 van de Marine Luchtvaartdienst merkte de Japanse invasievloot op haar nieuwe koers op. Door een opmerkelijke toevallige ontmoeting werd ook de K XIV aan het oppervlak gesignaleerd en wist de vliegboot X-35 middels lichtsignalen het bericht de locatie, koers en snelheid van het Japanse konvooi door te geven aan de K XIV. Terwijl de vliegboot X-35 de verkenningsvliegtuigen van het konvooi weglokte voer de K XIV bij daglicht aan de oppervlakte op de vijand af en bereikte hem na het invallen van de duisternis. Hierdoor was de K XIV in staat om de Japanners bij verrassing in ondiepe wateren voor het landingshoofd bij Kuching aan te vallen waardoor de Japanners een gevoelige klap kregen. Drie schepen werden tot zinken gebracht en een werd zwaar beschadigd. De X-35 slaagde erin om, ondanks het feit dat ze werd bestookt door Japanse 'Pete' watervliegtuigen van een Japanse zware kruiser, veilig terug te keren naar de basis. Ook de K XIV wist door handig manoeuvreren naar Soerabaja te ontkomen.

Hr. Ms. Vliegboten X-11, X-12, X-25 & X-26 vernietigd[bewerken]

Op 26 december 1941 landden de Japanse troepen op Tarakan (Borneo) waar de aldaar aanwezige olieinstallaties nog net op tijd door Nederlandse troepen vernield konden worden (zie de Strijd om Tarakan (1942)). Nog diezelfde dag startte de X-30 om ca. 06.00 uur in de vroege morgen vanaf het Meer van Tondano voor een nieuwe verkenningsvlucht naar Davao. Op de terugweg ontving de boot bericht dat boven Tondano luchtalarm was. Toen de boot boven de basis verscheen, was de bemanning ooggetuige van de verschrikkelijke gevolgen van de kort daarvoor plaats gevonden aanval van Japanse Navy 0 jachtvliegtuigen. Alle Nederlandse Dornier vliegboten van GVT2 (nl. X-11, X-12 en X-25) alsmede de X-26 van GVT5 lagen brandend op het meer. In de nacht van 26 december 1941 werden de vliegboten van GVT2 en de X-26 van GVT5 gereed gemaakt voor een bomaanval op een Japanse scheepsmacht nabij Jolo. De vier boten lagen volgeladen met bommen en benzine aan de boeien gemeerd, toen om ca. 7.10 uur in de ochtend de zestal Japanse Navy 0 jachtvliegtuigen uitgerust met afwerpbare hulptanks, boven het meer verschenen. Het MLD-steunpunt bezat geen andere luchtafweer dan de boordmitrailleurs van de Dorniers, doch ondanks het hevige afweervuur wisten drie Navy 0 jagers alle X-boten van GVT2, benevens de X-26 van GVT5 (en de Sikorsky S.43 amfibievliegboot PK-AFT van de KNILM) in brand te schieten. Tijdens deze actie bleven de overige drie Japanse jachtvliegtuigen op grote hoogte boven het meer vliegen om eventueel ontsnappende vliegboten alsnog te kunnen onderscheppen en neer te schieten. De boordschutters beschoten de aanvallers tot op het laatste moment; in enkele gevallen wisten ze zich ternauwernood uit de brandende vliegboten te redden[3]. Lukte dit dan hadden ze nog de kans om door kogels geraakt te worden. Deze aanval op Tondano betekende voor de MLD een uiterst zwaar verlies. Niet alleen werden twee vliegtuiggroepen volledig uitgeschakeld, maar ook de verliezen aan mensenlevens waren hoog. In totaal verloren zes MLD'ers het leven, waaronder van de X-11 de sgt-vlieger R.Siezen (registratienummer 14003) en vliegtuigmakersmaat C.Bruinhout (14170) die als vermist moest worden opgegeven; van de X-12 werd de sgt-vlieger G.J. Evers (13461) levensgevaarlijk gewond; op 4 januari 1942 overleed hij ten gevolge van de bekomen verwondingen. Vier man werden zwaar gewond en dertien bemanningsleden liepen lichte verwondingen op. Mogelijk was dit een vergelding van de aanval van de MLD op 23 december 1941 bij Davao op de Filipijnen door de zes vliegboten van de GVT2 en GVT5, waaronder ook Hr. Ms. X-27 en X-30 van GVT5. De X-30 ging op 3 februari 1942 verloren bij het Japanse bombardement op Morokrembangan. Het vliegtuig lag toen in reparatie.

Hr. Ms. Vliegboot X-29[bewerken]

In december 1941 maakte Hr. Ms. vliegboot X-29 , onderdeel van GVT6 en onder commando van Paulus Lambertus Grimmius Adriani, verkenningsvluchten naar de Javazee, Noordwest Borneo en op 24 januari naar Groot Natoena, pikte aldaar vier Russische schepelingen op en bracht hen naar Pontianak; op 26 januari werd een Japans troepentransportschip in brand geschoten. Tijdens de aanval werd korporaal-vliegtuigmaker T. Veldman dodelijk getroffen door vijandelijk luchtafweergeschut. Er werden nog enige bombardementen op het vliegveld van Singkawang gedaan en vervolgens werd de X-29 op 29 januari naar het vliegkamp Morokrembangan van de Marine Luchtvaartdienst bij Soerabaja gebracht om gerepareerd te worden. Op 11 februari maakte de X-29 een evacuatietocht naar Banjarmasin, maar de stad bleek reeds door de Japanners veroverd te zijn. De X-29 werd vanaf de wal hevig beschoten maar wist te ontsnappen aan dit vuur. Tijdens de terugtocht naar Morokrembangan raakten twee motoren van de X-29 defect, waardoor een noodlanding moest worden gemaakt ter hoogte van het Westgat. Tijdens deze manoeuvre sloeg de X-29 over de kop en zonk. Adriani kon gered worden maar overleed de volgende dag aan zijn verwondingen. De drie andere slachtoffers waren: sergeant-vlieger P.J. de Ru (registratienummer 17476), korporaal-telegrafist J.J. Woltjes (14089), sergeant-zeewaarnemer J. de Vries (38018); allen werden als vermist opgegeven.

De Aanval op Broome, 3 maart 1942[bewerken]

De "X-1" was de eerste Dornier Do 24 die door de MLD werd besteld. Hij werd op 3 juli 1937 afgeleverd en ging verloren bij de aanval op Broome op 3 maart 1942

De aanval op Broome was een luchtaanval op 3 maart 1942 door Japanse jachtvliegtuigen op het vliegbasis van de Australische plaats Broome. Tenminste 88 personen vonden bij de aanval de dood. De Marine Luchtvaartdienst was zwaar getroffen, de Dornier Do-24 vliegboten X-1, X-3, X-20, X-23 en X-28 werden vernietigd, alsmede de Consolidated PBY Catalina vliegboten Y-59, Y-60, Y-67 en Y-70. Broome was een tankplaats voor vliegtuigen, gelegen tussen Nederlands-Indië en de grotere plaatsen van Australië aan de oostkust. Hierdoor kwamen langs Broome vele Nederlandse vluchtelingen, afkomstig van onder meer Java, die waren verjaagd door de Japanse invasie. Door haar ligging groeide Broome uit tot een significante geallieerde militaire basis. Begin 1942, rond de Slag om Java, passeerden meer dan 1000 vluchtelingen uit Nederlands-Indië Broome, voornamelijk aangevoerd met watervliegtuigen.

Operatiën vanuit Ceylon en Australië[bewerken]

Na de capitulatie van Nederlands-Indië waren er zes Do 24's naar Australië uitgeweken. De MLD leed een gevoelig verlies tijdens de Japanse Aanval op Broome. Vijf Do 24 toestellen werden uiteindelijk in april 1942 aan de RAAF overgedragen. Eén toestel bleef tot oktober 1943 in MLD-dienst en werd gebruikt voor het uitvoeren van verkennings- en ferryvluchten voor de Nederlandse Inlichtingendienst NEFIS. Tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerde de MLD met Catalina's vanuit onder andere Ceylon en Australië. Uitgeweken personeel en vrijwilligers namen dienst bij de Royal Air Force en de Fleet Air Arm, waar 320 Dutch Squadron RAF en resp. 860 (Dutch) squadrons werden opgericht. Het 320 squadron vloog aanvankelijk met de, uit Nederland, meegenomen Fokker T-8W's en enkele Avro Ansons. Later werd het squadron uitgerust met Hudsons en Mitchell bommenwerpers. Het 860 squadron deed met Fairey Swordfish toestellen dienst op de hulpvliegdekschepen Macoma en Gadila. Op Ceylon werd nog het 321 Dutch Squadron RAF opgericht.

Militaire Willemsorde[bewerken]

Bij Koninklijk Besluit van 9 april 1942 heeft Hare Majesteit Koningin Wilhelmina aan de Marine Luchtvaart Dienst toegekend de Militaire Willemsorde der 4e Klasse op het vliegveld Pittsfield in de Verenigde Staten wegens:

In den strijd tegen Japan van het oogenblik der oorlogsverklaring op 7 december 1941 af, bij voortduring en zonder uitzondering, uitmundende diensten en uitstekenede daden verricht bij verkenningen, bombardementen, onderzeebootbestrijding, mijnenleggen en convoyeren, tegen een overmachtige vijand, waarbij allen hun uiterste krachten en velen hun leven hebben gegeven in onophoudelijke luchtgevechten en bij het toebrenegen van groote verliezen aan den vijand.

Naoorlogse periode[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1955. Verslag van de tochten van Catalina-vliegboten van de Marine Luchtvaart Dienst van Biak naar de Wisselmeren. De toestellen verzorgen transport van mensen en goederen naar Nederlandse posten.
Fairey Firefly FR.4 van de MLD in 1952

Na de oorlog brak een bloeiperiode aan met het vliegdekschip Karel Doorman, waarvoor jachtvliegtuigen (Sea Fury, Sea Hawk) en anti-onderzeebootvliegtuigen (Firefly, Avenger, Tracker) werden aangeschaft. Vanaf vliegvelden op het land werd met lange-afstand patrouillevliegtuigen (Harpoon, Neptune, Breguet Atlantic, Orion) gevlogen. Veel vliegtuigen werden door de Verenigde Staten kosteloos verstrekt in het kader van het MDAP. Tot 1962 maakte de MLD nog gebruik van het vliegveld Biak op Nieuw-Guinea. In de jaren vijftig kreeg de MLD zijn eerste helikopters (S-51, S-55, UH-1), eerst voor reddingstaken, maar vanaf de jaren zestig ook voor onderzeebootbestrijding (S-58, Wasp, Lynx) vanaf schepen. In de jaren zestig kwamen ook de eerste schepen (Poolster, Van Speijk klasse) in gebruik met helikopterhangar en vliegdek. Tegenwoordig zijn de meeste grotere oorlogsschepen (fregatten, bevoorradingsschepen, amfibisch transportschip) van hangar en vliegdek voorzien.

In zijn grootste omvang - begin van de jaren zestig - telde de MLD meer dan honderd vliegtuigen in elf squadrons. Het vertrek uit de laatste kolonie, Nieuw Guinea (1962), in Azië leidde tot afschaffing van de Sea Hawk (1964) straaljagers en op termijn ook van het vliegdekschip (1968). De taken van de Tracker anti-onderzeebootvliegtuigen werden daarna overgenomen door Breguet Atlantic vliegtuigen, die samen met Neptunes nog ruim een decennium lang een belangrijke anti-onderzeebootcomponent vormden. Toch ontkwam de MLD niet aan inkrimpingen en bezuinigingen. De eigen les- en transportvliegtuigen werden al snel afgeschaft. In 1978 werd nog besloten de Neptunes te vervangen voor moderne Orions, maar de Atlantiques werden in 1986 afgedankt zonder vervanging. In de jaren tachtig werd de MLD georganiseerd in een Groep Vliegtuigen en een Groep Helikopters.

De Groep Vliegtuigen, die uit twee squadrons bestond en was gevestigd op vliegkamp Valkenburg, bij Katwijk is op 1 januari 2005 opgeheven. De groep telde dertien Lockheed Orion patrouillevliegtuigen, waarvan er jaren geleden wegens bezuinigingen al drie uit dienst waren genomen. Voor de resterende tien liep een moderniseringsprogramma, maar eind 2004 besloot Defensie alle toestellen te verkopen aan Duitsland en Portugal. Vliegkamp Valkenburg bleef tot 2006 open voor de opleiding van Duitse en Portugese bemanningen. De Orions waren aanvankelijk bedoeld voor onderzeebootbestrijding boven de Atlantische Oceaan, maar kregen na 1990 meer taken boven land. Ze werden regelmatig ingezet bij internationale missies, zoals boven voormalig Joegoslavië en in de Perzische Golf. Tevens waren er ooit permanent drie gestationeerd in de Nederlandse Antillen en een op de basis Keflavík in IJsland.

Het detachement van het militaire deel van de dr. Albert Plesman luchthaven (HATO) op Curaçao is opgeheven. De taken van de Orions in het Caraïbisch Gebied waren in 2007 tijdelijk overgenomen door twee F-60U transportvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht. Deze F-60U's zijn in verband met bezuinigingen uit dienst genomen en de kustwachttaken in het Caraïbisch Gebied werden overgenomen door twee De Havilland DHC-8 Long Range 100 vliegtuigen van de Canadese firma Provincial Airlines Ltd. Defensie heeft de kustwachttaak in 2006 voor de duur van tien jaar aan deze firma uitbesteed.

Opmerking[bewerken]

De MLD was in de jaren tachtig onderwerp van kritiek door de Rekenkamer, toen bleek dat de operationele en de onderhoudsdienst inefficiënt werkten.

Organisatie[bewerken]

De MLD, als zelfstandig onderdeel van de Koninklijke Marine, bestaat al enige tijd niet meer. De Groep Helikopters, gevestigd op Vliegkamp de Kooy bij Den Helder is op 4 juli 2008 opgegaan in het Defensie Helikopter Commando (DHC) van het Commando Luchtstrijdkrachten op vliegbasis Gilze-Rijen welke nu inzetgerede maritieme helikopters met bemanning levert aan de Koninklijke Marine. Hierbij wordt gebruikgemaakt van (luchtvaart)personeel van de Koninklijke Marine. De Westland Lynx is uitgefaseerd en vervangen door de maritieme versie van de NHIndustries NH-90. Het voormalig marinevliegkamp heet nu Maritiem vliegveld De Kooy waar 860 squadron met 12 NFH-90's wordt gedetacheerd. De Search And Rescue voor de Wadddenzee en het patiëntvervoer voor de Waddeneilanden worden nu door het CLSK vanaf vliegbasis Leeuwarden uitgevoerd maar deze taken worden in de toekomst door 860 Sqn overgenomen. Hiervoor worden de Agusta Bell AB-412 SAR helikopters van vliegbasis Leeuwarden naar het vliegveld De Kooy verplaatst.

Toekomst[bewerken]

NH-90 NFH

De Westland Lynx helikopters zijn vervangen door de NHIndustries NH-90 [4], een gezamenlijk product van Duitsland, Frankrijk (Eurocopter), Italië (Agusta) en Nederland (Fokker). Levering van de NH-90s werd vertraagd door aanpassingen in het ontwerp en problemen bij de fabrikant. Aanvankelijk wilde Nederland 18 stuks voor maritiem gebruik (NFH) maar vanwege gewijzigde behoeftestelling [5] is dit aangepast. Oorspronkelijk opteerde men voor 12 NH-90 helikopters full-mission geconfigureerd [6] en 6 toestellen met provisions-for, d.w.z. dat extra apparatuur gemoduleerd in de helikopter geplaatst kan worden; handig in verband met groot onderhoud.

De nieuwe behoefte bestond uit 12 'full mission' helikopters en 8 militaire transporthelikopters. Deze 8 stuks werden de landversie van de NH-90: de TTH [7]. De TTH onderscheidt zich van de NFH door een sterkere radar en zelfdichtende brandstoftanks. De TTH zou voor de marine aangepast worden tot MTTH [8], met voorzieningen voor deklandingen en opvouwbare rotorbladen. Openbreken van het lopende contract was te duur, zodat nu 20x NH-90 NFH worden aangeschaft, waarvan 8x geconfigureerd als transporthelikopter [9].

De behoefte is als volgt gebaseerd: 5x operationeel voor de vloot, 2x t.b.v. opleidingen, 2x t.b.v. SAR-taken en 2x in onderhoud. De 8 transporthelikopters zijn t.b.v. de gehele krijgsmacht voor inzet vanaf de amfibische transportschepen.

Vliegtuigtypen van de MLD na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Marineluchtvaartdienst (MLD) Dornier Do 24K-1 "X-19" op patrouille in Nederlands Indië, 1941
Vliegtuigen van de Marine Luchtvaartdienst
Type In gebruik Aantal Squadrons
Jachtvliegtuigen
Hawker Sea Fury 1946-1956 48 VSQ 3, VSQ 4, VSQ 860
Hawker Sea Hawk 1956-1964 22 VSQ 3, VSQ 860
Patrouillevliegtuigen (vliegdekschip)
Fairey Barracuda 1945-1946 12 VSQ 860
Fairey Firefly Mk.1 1946-? 30 VSQ 860, VSQ 861
Fairey Firefly Mk.4 1946-1961 40 VSQ 1, VSQ 2, VSQ 4, VSQ 6, VSQ 7
Fairey Firefly Mk.5 1949-1961 14
Grumman TBF Avenger 1954-1960 78 VSQ 1, VSQ 2, VSQ 4
Grumman Tracker S-2 1960-1974 43 VSQ 1, VSQ 2, VSQ 4
Amfibie vliegtuigen
Supermarine Sea Otter Mk.2 1949-1954 8
Martin Mariner PBM-5A 1955-1959 17 VSQ 321, VSQ 8
Catalina PBY-5A [10] 1946-1957 22 VSQ 7
Patrouillevliegtuigen (vanaf landbases)
North American B-25 Mitchell 1947-1952 9 VSQ 320
Lockheed Harpoon PV-2 1951-1954 18 VSQ 320, VSQ 8
Lockheed Neptune P-2V5 1954-1961 12 VSQ 320
Lockheed Neptune P-2V7 1961-1983 19 VSQ 320, VSQ 5
Breguet Atlantic SP-13A 1969-1984 9 VSQ 321
Lockheed P-3 Orion 1983-2004 13 VSQ 320, VSQ 321
Lesvliegtuigen
Fairey Firefly T-1 1946-1960? 2
Gloster Meteor T-7 [11] 1958-1962 10 VSQ 3
Auster Mk. 3 1947-? 4
Airspeed Oxford 1947-? 5 VSQ 320
North American Harvard 1947-1966 8
Beechcraft Navigator TC45J 1954-1974 6 VSQ 5
Fokker S-11[12]  ? -1973 9 VSQ 9 (uitgefaseerd KLu)
Transportvliegtuigen
Douglas Dakota C-47 1945-1961 15 VSQ 8, VSQ 321
Helikopters
Sikorsky S-51 1951-1954 1
Sikorsky S-55 1954-1962 3 VSQ 7
Sikorsky S-58/HSS-1 Seabat 1959-1974 12 VSQ 8
Agusta Bell UH-1 1962-1977 8 VSQ 1, VSQ 7
Westland Wasp AH-12A 1967-1983 12 VGSQ 860
Westland Lynx 1976-2012 24 VGSQ 7 en VGSQ 860 [13]
NH-90 NFH 2010- 12 860 (DHC) [14]
NH-90 landscoped NFH 2013- 8 300 (DHC)

Bekende militairen van de MLD[bewerken]

Cdt. MVK Morokrembangan (1e Politionele Actie), Sous-Chef MLD (MvM 1948-1951)

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Van Berkel W-A vliegtuig
  2. De bij oprichting en activering van het DHC gehanteerde organisatie tabel was in eerste instantie gebaseerd op 2300 personen volgens de in vooronderzoek vastgestelde verdeelsleutel 45:35:19:1 (45% luchtmacht, 35% marine, 19% landmacht en 1% burgers). Later werd deze in verband met reorganisaties en operationele behoeften teruggebracht tot 1500 personen volgens de verdeelsleutel 49:20:30:1 (49% luchtmacht, 20% marine, 30% landmacht en 1 % burgers) geimplementeerd.
  3. a b Verkennen en Bewaken - N.Geldhof
  4. NATO Frigate Helicopter
  5. Gedefinieerd in de Integrale Helikopterstudie van het Ministerie van Defensie, waaruit ook het Defensie Helikoper Commando is voortgekomen.
  6. I.c. met middelen voor opsporing/bestrijding van onderzeeboten, zoals MAD en sonar.
  7. Tactical Transport Helicopter
  8. Marinised Tactical Transport Helicopter
  9. Aangeduid met landscoped NFH of TNFH - Tactical NATO Frigate Helicopter
  10. Meer dan 80 Catalina PBY's hebben bij de MLD gevlogen. De eersten zijn al voor de oorlog aangeschaft. De 22 die hier genoemd zijn, zijn uitsluitend de exemplaren die nog vanaf 1946 dienst deden.
  11. De Gloster Meteors T Mk.7 zijn geleend van de Koninklijke Luchtmacht.
  12. De Fokker S-11's zijn geleend van de Koninklijke Luchtmacht.
  13. Thans onder het 860 sqn DHC.
  14. De NH-90 NFH wordt ingedeeld bij 860 sqn, de landscoped NH-90 waarschijnlijk als flight bij 300 sqn (KLu)