Marino Faliero

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marino Faliero
Executie van Marino Faliero
Executie van Marino Faliero
Doge van Venetië
Periode 1354 - 1355
Voorganger Andrea Dandolo
Opvolger Giovanni Gradenigo
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis

Marino Faliero was de 53ste Doge van Venetië, verkozen op 11 september 1354. Hij werd ter dood veroordeeld in 1355.

Biografie[bewerken]

Faliero was al Doge, maar de machtsbeperkingen vielen hem zwaar. Nog in zijn eerste jaar in functie (1355) pleegde hij een staatsgreep. Zijn haat voor de adelstand, die zo op hem neerkeek, maar vooral zijn achterlijkheid (hij was de 70 al gepasseerd) zorgde voor deze gewaagde daad: hij wilde prins worden.

Zijn seniliteit werd pas echt op zijn proces duidelijk: hij pleitte schuldig op alle beschuldigingen en werd ter dood gebracht. Zijn lijk werd verminkt en samen met 10 andere aanstichters aan het Dogepaleis opgehangen.

Op zijn naam werd de Damnatio memoriae (Latijn: verdoemenis van de herinnering) toegepast: in praktijk betekende dit dat men zijn standbeelden en nalatennissen verwijderde en zijn naam als een soort ongeluksbrenger beschouwde. Daarom is het de eerste Doge wiens portret niet (meer) te kijk hangt in het Sala del Maggior Consiglio (Zaal van de Grote Raad) in het Palazzo Ducale. Waar normaal gezien zijn portret moet hangen, is er een zwart gedeelte met de tekst: "Hic est locus Marini Falieri decapitati pro criminibus" (Latijn: Hier bevindt zich de plaats van Marino Faliero, die onthoofd is voor zijn misdaden).

Faliero in de kunst[bewerken]

Het verhaal van Faliero's opstand werd gedramatiseerd door Lord Byron (1820) en Casimir Delavigne (1829). Laatstgenoemde versie werd bewerkt tot een opera op muziek van Gaetano Donizetti in 1835. Alle drie de drama's gaan uit van de traditionele veronderstelling dat Faliero handelde om de eer van zijn echtgenote te redden. In 1885 schreef de Engelse schrijver en dichter Algernon Swinburne een drama over de opstand van Faliero.