Marinus van der Lubbe
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Marinus (Rinus) van der Lubbe (Leiden, 13 januari 1909 – Leipzig, 10 januari 1934) was een Nederlandse communist die door de meeste historici wordt aangezien als brandstichter van het Duitse Rijksdaggebouw (der Reichstag) of Parlement in Berlijn op 27 februari 1933.
Inhoud |
[bewerk] Persoonlijk
Van der Lubbe is geboren in Leiden, en bracht zijn vroege jeugd door in 's Hertogenbosch. Zijn vader was handelaar. Toen Marinus 12 jaar was, stierf zijn moeder. Hij ging vervolgens bij het gezin van zijn zus wonen, in Oegstgeest.
Hij heeft gewerkt als metselaar. Bij een ongeval op de bouw kreeg hij kalk in zijn ogen. Operaties om zijn sterk verslechterde zichtsvermogen te herstellen, mislukken. Hij kreeg een uitkering van 7 gulden 44 per maand. Hij verhuisde naar Leiden, waar hij in krakkemikkige woningen leefde.
Mensen die hem kenden omschreven hem als een wat schuchtere, aardige jongen. Een goedzak en een wereldverbeteraar, maar impulsief. Meisjes had hij niet. Tweemaal moest hij de gevangenis in. Eenmaal voor het demonstreren op straat en verzetten tegen de politie. En de tweede maal voor het ingooien van de ruiten van het Maatschappelijk Hulpbetoon. Hij wilde meer geld om van rond te komen.
Hij had communistische en anarchistische ideeën, en was lid van de CJB Communistische Jeugd Bond. In 1931 wilde hij naar de Sovjet-Unie, om te kijken hoe de arbeiders daar leefden. Hij kwam niet verder dan Polen. Vrij plotseling vertrok hij in februari 1933 naar Duitsland, inmiddels 75% blind. Een paar dagen later stond in de krant dat hij brand had gesticht in de Rijksdag.
Hij stierf door onthoofding op 10 januari 1934. Toen hij begraven werd, is zijn hoofd aan zijn romp genaaid. [1]
[bewerk] Brandstichting
Van der Lubbe is bekend geworden als de brandstichter van het Duitse Rijksdaggebouw (der Reichstag) in Berlijn, op 27 februari 1933. Dit was ongeveer een maand nadat Adolf Hitler op 30 januari 1933 rijkskanselier van Duitsland was geworden.
Er wordt door sommige historici getwijfeld of hij het wel gedaan had (er werd over gespeculeerd of de nazi's niet zelf de Rijksdag in brand hebben gestoken) en zo ja of hij geen hulp had gekregen. De nazi's voedden de theorie dat Marinus van der Lubbe hulp had gekregen van communisten, terwijl de communisten probeerden aan te tonen dat de nazi's het zelf hadden gedaan. Tijdens het Proces van Neurenberg is er zelfs een verklaring onder ede afgelegd door Generaal Franz Halder dat Göring op 20 april 1942 heeft gepocht dat hij de brand had gesticht (Zie: Theorieën over de Rijksdagbrand).
Van der Lubbes daad, die was ingegeven door de verontwaardiging die hij voelde over het onrecht dat de pas aangetreden nazi's pleegden, kwam voort uit een impulsieve opwelling.
Hij stond met vier andere communisten terecht: de fractievoorzitter van de Duitse communisten (de KPD) Ernst Torgler en drie Bulgaren waaronder Georgi Dimitrov. De nazi's wilden er een propaganda-show van maken maar deze vier communisten en met name Dimitrov wisten zich met zoveel verve te verdedigen dat ze werden vrijgesproken. Van der Lubbe werd als enige schuldig bevonden en veroordeeld tot de doodstraf. Op 10 januari 1934 werd hij onthoofd in Leipzig en anoniem op het Südfriedhof begraven. Daar staat nu sinds 13 januari 1999 een gedenkteken.
[bewerk] Gevolgen van de brandstichting
Voor de pas aan de macht gekomen nazi's kwam de brand kennelijk zeer goed van pas. Ze gebruikten het als aanleiding om met diverse politieke tegenstanders, waaronder vooral veel communisten, hardhandig af te rekenen. Al in de nacht van de brand werd het hoofdkantoor van de KPD doorzocht en duizenden partijleden gearresteerd.
De nazi's waren overigens wel behoorlijk geschrokken van het proces tegen de Bulgaren en waren vastbesloten een dergelijk fiasco niet meer te laten plaatsvinden (hoewel de vrijspraken snel werden vergeten). Naar aanleiding hiervan werd de rechterlijke macht grondig gezuiverd.
Volgens Sebastian Haffner was deze brand het sein tot de aanvang van Hitlers staatsterreur. De grondwet werd buiten werking gesteld en fundamentele rechten werden afgeschaft, waardoor politieke tegenstanders willekeurig konden worden gearresteerd. In maart 1933 opende Reichsführer-SS Heinrich Himmler de poorten van het concentratiekamp Dachau.
[bewerk] Epiloog
In de zaak Van der Lubbe is tot lang na zijn dood geprocedeerd. In 1967 werd zijn terdoodveroordeling omgezet in acht jaar tuchthuis. In 1980 werd hij na een herzieningsverzoek van zijn broer Jan zelfs vrijgesproken. Dit werd later weer ongedaan gemaakt wegens het ontbreken van een wettelijke basis voor de heropening van de zaak. Door toedoen van de Berlijnse advocaat Reinhard Hillebrand werd op 6 december 2007 het doodvonnis tegen Marinus van der Lubbe door het Duitse Federaal Gerechtshof van Karlsruhe opgeheven, waardoor de strafvervolging formeel werd stopgezet en de veroordeelde werd gerehabiliteerd. Dit gebeurde op basis van een in 1998 aangenomen wet die het mogelijk maakt bepaalde nationaal-socialistische vonnissen uit de periode tussen 1933 en 1945 ongedaan te maken, de zogenoemde "Gesetz zur Aufhebung nationalsozialistischer Unrechtsurteilen der Strafrechtspflege". Het vonnis betreffende de vrijspraak van de vier medeverdachten van destijds bleef onaangetast.
[bewerk] Herdenking
Bij de Morspoort in Leiden staat een gedenksteen voor Marinus van der Lubbe. Tussen de Middelstegracht en de Uiterstegracht werd een nieuwbouwcomplexje naar hem genoemd: het Van der Lubbehof. Het ligt op een steenworp afstand van het adres waar hij korte tijd woonde.
Op 27 februari 2008, precies 75 jaar na de brand, werd in het Van der Lubbehof een levensgrote foto van de geboren Leidenaar onthuld. De foto is afgedrukt op een emaillen plaat. De plaquette kwam tot stand door een initiatiefcomité in samenwerking met de gemeente Leiden en werd onthuld door Elisabeth van der Lubbe, een nicht van Marinus.
[bewerk] Literaire verwerking
[bewerk] Willem Elsschot
In 1934 schreef Willem Elsschot een gedicht "Van der Lubbe" waarvan de eerste en laatste strofe zo klinkt:
Jongen, met je wankel hoofd
aan den beul vooruit beloofd,
toen je daar je lot verbeidde
stond ik wenend aan je zijde
Moog je geest in Leipzig
spoken
tot die gruwel wordt
gewroken,
tot je beulen, groot en klein,
door den Rus vernietigd zijn.
[bewerk] Water en Vuur
Cineast Joost Seelen maakte in 1999 een onthullende documentaire over het leven van Marinus van der Lubbe, "Water en Vuur". In deze documentaire wordt aan Van der Lubbe een andere plaats gegeven in de geschiedenis dat de plaats die hem veelal wordt toegedicht. Van der Lubbe blijkt namelijk niet de 'sukkel' die de geschiedenis veelal van hem maakte. Seelen maakt van hem juist een bevlogen idealist die zijn leven lang streed tegen onrecht en het opkomend fascisme.
In de documentaire wordt een gedicht voorgedragen dat Van der Lubbe daags voor zijn onthoofding op een briefkaart voor zijn familie en vrienden heeft geschreven. Het gedicht (O arbeid) gaat als volgt:
- O arbeid
- Niet de partijen, niet de stellingen,
- niet de woorden, niet het zijn;
- Leven of sterven, winnen of verliezen,
- het is alles één;
- Recht of waarheid, blijft alles hetzelfde,
- zonder arbeid is er géén;
- Arbeid alleen kost al dit leven,
- Leven is dus arbeid alléén.
Er zijn meerdere films gemaakt over van der Lubbe. Waaronder meerdere Duitse films, met elke keer een iets andere interpretatie van de persoon van der Lubbe.
[bewerk] Literatuur
- Jef Last (in samenwerking met Harry Wilde): "Kruisgang der jeugd", 1939, W.L. & J. Brusse, Rotterdam. Tweede, herziene druk onder de titel "Rinus van der Lubbe, DOODSTRAF voor een PROVO", z.j. (1967) Uitg.mij. Interland, Dinxperlo
- ^ VPRO, Water en Vuur, /Geschiedenis 26-2-2008)
[bewerk] Externe link
- Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland
- Instituut voor Nederlandse Geschiedenis door historicus I. Schöffer die beweert dat Van der Lubbe de enige brandstichter was
- WikiQuote over Göring met de vermeende uitspraak dat hij de brandstichter was

