Markenbinnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Markenbinnen
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Situering
Provincie Vlag Noord-Holland Noord-Holland
Gemeente Vlag Graft-De Rijp Graft-De Rijp
Algemeen
Inwoners (2004) 330
Detailkaart
Locatie in de gemeente
Locatie in de gemeente
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Dorpsstraat, Markenbinnen

Markenbinnen is een dorp in de gemeente Graft-De Rijp, in de Nederlandse provincie Noord-Holland. Het dorp heeft 330 inwoners (2004).

Markenbinnen is ontstaan bij de grote ontginning die vanaf ongeveer het begin van de jaartelling plaatsvond. De verkaveling van de Uitgeesterwouden, die tegenwoordig bestaat uit polder Het Woud en het Markerveld, doordat in 1637 de ringvaart van het toen droog te malen Starnmeer door dit gebied werd gegraven en het Markerveld met daarin Markenbinnen binnen de dijken van de Starnmeer sloot, heeft plaatsgevonden vanuit het veenstroompje de Stierop.

Ten noorden van Markenbinnen, aan de overkant van de Stierop, zijn vondsten gedaan uit de Romeinse tijd, die op grote ouderdom van deze stroom wijzen. De ontginning heeft in dit gebied waarschijnlijk in de 10e eeuw plaatsgevonden.

Tegenwoordig staat in Markenbinnen een hervormde kerk met toren en uurwerk. Voordat deze gesticht werd, in 1704, maakten de bewoners van Markenbinnen gebruik van een kapel die al in de middeleeuwen was opgericht. De katholieken richtten toen namelijk een gewoon woonhuis, met rieten dak, in als kapel. De kapel werd in 1820 afgebroken, omdat ze bouwvallig was en het aantal katholieken sterk was afgenomen.

Hennepnijverheid[bewerken]

In Markenbinnen werd vroeger het beeld van de werkgelegenheid bepaald door veeteelt, visserij (Markenbinnen was gevestigd aan een meertje dat verbinding had met de grote meren als de Starnmeer, de Schermer en de Beemster), deelname aan de zeevaart en door de hennepverwerkende nijverheid. In Markenbinnen was, net als in Krommenie, Westzaan, Wormer, Jisp en Uitgeest de fabricage van zeildoek in de 17e en 18e eeuw een belangrijke bron van inkomsten (de rolrederij). In de buurtschappen van de Uitgeesterwoude ligt zelfs de oorsprong van de Uitgeester rolrederij, volgens een getuigenverklaring van Maerten Lourens en Symon Dircxs van 26 mei 1649. De rolreders kochten hun hennep op in het Oostzeegebied, of in de Lopikker-, Krimpener- en Alblasserwaard. De opgekochte hennepstengels werden per schuit in schoven naar de Zaanstreek of het Schermereiland gebracht om gebeukt (geplet) te worden in de hennepkloppermolen. Hierna werd het gehekeld, waardoor de vezelbundels zo fijn mogelijk verdeeld werden. De gehekelde hennep werd daarna in de centrale werkplaats van de rolreder, het zied- of spinhuis, tot garens gesponnen en op klossen gespoeld. Het spinwerk vond ook vaak plaats bij de arbeiders thuis. Na het spinnen werden de garens in het ziedhuis gekookt in een loogoplossing waardoor ontkleuring van de vezels plaatsvond. Vervolgens werden de bundels garen opgehangen aan garenstokken, in de buitenlucht gedroogd en daarna gebleekt. Het volgende stadium was het weven op een weefgetouw, dat plaatsvond in een achterhuis of een schuurtje. Dit was zware arbeid, door mannen gedaan. Het weefgetouw werd met handen en voeten tegelijk bediend. De pedalen zorgden voor het inschieten van de spoel, die met de linkerhand werd opgevangen. Met de vrije hand werd de lade aangetrokken waarmee de draad op zijn plaats werd geslagen. Uiteindelijk ontstond er dan een eindproduct van ongeveer 34 meter dat voor bijvoorbeeld de scheepvaart en visserij goed toepasbaar was. Aangezien hier in de regio van Markenbinnen veel aan werd gedaan, was het een lucratieve markt.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]