Markgraafschap Antwerpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De mark Antwerpen in 1477

Het markgraafschap Antwerpen of de mark Antwerpen was sinds de elfde eeuw het gebied van de Heilig Roomse Rijk rond de steden Antwerpen en Breda.

Ontstaan[bewerken]

Algemeen wordt aangenomen dat de mark zijn ontstaan vond in de defensieve politiek van de Ottonen. Zij richtten verschillende marken op langs de westelijke grens van het Duitse rijk (hier kwam die overeen met de Schelde), als militair buffergebied tegen West-Francië, later het Franse koninkrijk. Aanvankelijk beperkte de mark van Antwerpen zich dus tot het gebied langs de Schelde, mogelijk te vereenzelvigen met het Land van Rijen. Toxandrië zou eraan toegevoegd zijn door Ansfried, de laatste graaf van Toxandrië en na 994 bisschop van Utrecht.

Geschiedenis[bewerken]

In de 11e eeuw behoorde de mark Antwerpen tot de ambtslenen van de hertogen van Neder-Lotharingen. Godfried van Bouillon verkreeg het graafschap in 1076 uit de handen van keizer Hendrik IV. In 1101 werd Hendrik I van Limburg tot markgraaf benoemd. De hervormingen van Godfried van Bouillon (afstand van de tienden aan de Antwerpse kerken) werden tenietgedaan.

In 1106 werd het hertogdom Neder-Lotharingen en het markgraafschap samengevoegd en toevertrouwd aan de Brabantse landgraaf Godfried I van Leuven. In 1190 werd op de rijksdag van Hall in Zwaben Brabant en Neder-Lotharingen verenigd en werd deze laatste titel louter ceremonieel. Hierdoor werd Brabant een hertogdom en voortaan zou het markgraafschap er blijvend deel van uitmaken. De titel 'markgraaf' of 'markies van Antwerpen' was hierdoor voor de hertogen van Brabant een ambtstitel ondergeschikt aan hertog van Neder-Lotharingen. Niettemin beriepen ze zich hierop om in het oorkondelijk protocol ook de titel van markgraaf van het Heilig Roomse Rijk (marchio Sacri Imperii) te voeren. Bovendien slaagden de graven van Leuven erin zich door de heer van Breda als leenheer te laten erkennen. Ook graaf Dirk VII van Holland maakte aanspraken op Breda, maar in 1200 werd de stad definitief bij het hertogdom Brabant gevoegd.

In 1549 vaardigde keizer Karel V de Pragmatieke Sanctie uit, waarin het markgraafschap Antwerpen apart werd vermeld als een territorium binnen de Zeventien Provinciën. Maar deze zelfstandigheid zette zich niet door; enige tijd later werd Antwerpen opnieuw deel van het hertogdom Brabant beschouwd. Maar na de Tachtigjarige Oorlog bleef Breda bij Staats-Brabant, terwijl Antwerpen terug in handen van de Spanjaarden viel (Val van Antwerpen).

Samenstelling[bewerken]

Het markgraafschap omvatte: de vrijheid van de stad Antwerpen, het markgraafschap Bergen op Zoom (met de zelfstandige heerlijkheid Steenbergen), de baronie van Breda, en verder acht kwartieren, negen heerlijkheden en de versterking van Zandvliet.

De acht kwartieren waren: het Land van Arkel met 13 dorpen, het Land van Rijen met 12 dorpen, de meierij Geel met 19 dorpen, de meierij Zandhoven met 21 dorpen, de meierij Turnhout met 15 dorpen, de meierij Herentals met 18 dorpen, de stad Lier met een bijvang van 8 dorpen en het graafschap Hoogstraten met 12 dorpen. De negen heerlijkheden waren: Borgerhout, Berchem, Wilrijk, Merksem, Dambrugge, Mol, Arendonk, Dessel en Retie. (bron: De vermakelijkheden van Brabant, De Cantillon, 1770, Amsterdam)

Tijdens de Franse bezetting werd het markgraafschap ondergebracht in het departement van de Twee Neten. Het noordelijke deel kreeg toen de naam Bataafs-Brabant.

Lijst van markgraven van Antwerpen[bewerken]

Externe link[bewerken]