Markgraafschap Baden-Baden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
 De stad Baden-Baden hoorde bij dit graafschap, maar hier heeft de dubbele naam een enigszins andere oorsprong

Baden-Baden was een tot de Zwabische Kreits behorend markgraafschap binnen het Heilige Roomse Rijk. Het markgraafschap werd ook het Opper-Markgraafschap genoemd.

Baden-Baden
Baden-Baden

[bewerk] De deling van het markgraafschap Baden in 1515 en 1535

Markgraaf Christof I van Baden breidde de bezittingen van het huis sterk uit. Hij was stadhouder van Luxemburg in dienst van het Habsburgse bestuur in de Bederlanden. In 1492 werd hij beleend met de Luxemburgse heerlijkheid Rodemachern. In 1497 kocht hij een aandeel in de heerlijkheden Lahr en Mahlberg van de graven van Moers-Saarwerden. In 1503 erfde hij na het uitsterven van Baden-Hachberg de heerlijkheden Röteln en Sausenberg. Tenslotte kocht hij in 1505 een aandeel in het graafschap Eberstein. Christof wilde aanvankelijk dat hij zou worden opgevolgd door zijn lievelingszoon, de bekwame markgraaf Philips I. Nadat zijn gezondheid slecht was geworden, stemde hij toch met een deling in en legde deze bij testament in 1515 vast. Vervolgens trad hij af. De verdeling was:

  • Bernhard IV kreeg de Luxemburgse bezittingen en het aandeel in het graafschap Sponheim.
  • Philips I kreeg het gebied met Baden, Durlach en Pforzheim.
  • Ernst kreeg het landgraafschap Sausenberg, het markgraafschap Hochberg en de heerlijkheden Röteln en Badenweiler.

Na de kinderloze dood van Philips I in 1533 werd er op 13/24 augustus 1535 een verdelingsverdrag gesloten, waarbij de twee broers ieder een deel kregen. Door de slechte verhouding tussen Bernhard en Ernst ontstond er een onlogische verdeling.

  • Bernhard IV kreeg het gebied ten zuiden van de Alb met Baden, de heerlijkheid Beinheim in de Elzas en de voogdij over de kloosters Frauenalb en Herrenalb. Dit vormde het markgraafschap Baden-Baden.
  • Ernst kreeg het gebied ten zuiden van de Alb met Durlach, Pforzheim, Altensteig en Liebenzell. Verder het graafschap Eberstein. Dit vormde het markgraafschap Baden-Durlach.


[bewerk] Baden-Baden

Rodemachern was niet Reichsunmittelbar en diende enkele malen als zetel voor een zijlinie.

De reformatie werd in 1555 ingevoerd, maar later volgde een rekatholisering. In 1594 zijn er grote schulden ontstaat en dreigt een verpanding aan het huis Fugger. Om dit te voorkomen werd het land door door Baden-Durlach bezet. In die tijd werden Besigheim, Mundelsheim, Altensteig en Liebenzell aan het hertogdom Württemberg verkocht.

Tijdens de Dertigjarige Oorlog kwam er na de protestantse nederlaag in 1622 een eind aan de bezetting door Baden-Durlach. In 1635 gebeurde het omgekeerde: Baden-Durlach wordt bezet door Baden-Baden. Paragraaf 26 van artikel 4 van de Vrede van Osnabrück in 1648 regelt de teruggave van het markgraafschap, Verder werd geregeld dat beide markgraafschappen voortaan in de rijksdag en in de Zwabische Kreits wisselend de rangorde innemen.

In 1676 kwamen werd ook het andere aandeel in het graafschap Eberstein verworven. In 1689 werd de residentie Baden door Franse troepen verwoest. In 1698 werden Kehl en Sundhein als rijksleen verworven. Deze plaatsen waren in 1684 door Frankrijk ingelijfd en er werd nu een rijksvesting gebouwd. In 1705 werd de residentie verlegd naar Rastatt.

In 1771 stierf het huis Baden-Baden uit, waarna het markgraafschap herenigd werd met Baden-Durlach.

[bewerk] Lijst van heersers

regering naam geboren overleden familie
1535-1536 Bernhard 7-10-1474 29-6-1536 zoon van Christof I
1536-1569 Philibert 22-1-1536 3-10-1569 zoon
1569/71-1588 Philips II 19-2-1559 17-6-1588 zoon
1588-1596 Eduard Fortunatus 17-9-1565 18-6-1600 volle neef
1596-1622 Baden-Durlach
1622-1677 Willem 30-7-1593 22-5-1677 zoon van Eduard Fortunatus
1677-1707 Lodewijk Willem 18-4-1655 4-1-1707 kleinzoon
1707-1761 Lodewijk Georg 7-6-1702 22-10-1761 zoon
1761-1771 August Georg 14-1-1706 21-10-1771 broer
 
Persoonlijke instellingen