Maror

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Seiderschotel met de slabladeren die als maror worden gebruikt

Maror is het bittere kruid dat wordt gegeten tijdens de Pesachmaaltijd. Het woord is afgeleid van het Hebreeuwse woord מר dat 'bitter' betekent.

Volgens de Haggada, de traditionele tekst die wordt voorgelezen bij de Seidermaaltijd en waarin de gebruikte symbolen worden verklaard, staat maror voor de bitterheid van de slavernij van de Israëlieten tijdens hun verblijf in het oude Egypte, zoals dit staat weergegeven in het boek Sjemot (Exodus) van de Thora.

De maror wordt gedoopt in de zoete charoset. Maror wordt op twee plaatsen op de traditionele Seiderschotel geplaatst, te weten in het midden en aan de rand.

Een aantal kruiden mogen voor het maken van maror worden gebruikt. Meestal wordt mierikswortel of een bittere slasoort gebruikt. Het gebruik van mierikswortel is betrekkelijk nieuw omdat dit kruid pas tijdens de Joodse diaspora in Oost-Europa werd opgenomen in de Joodse keuken.

Trivia[bewerken]