Marsilio Ficino

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marsilio Ficino geschilderd door Leonardo da Vinci

Marsilio Ficino, gelatiniseerd tot Marsilius Ficinus, (19 oktober 1433, Figline Valdarno - 1 oktober 1499, Careggi), was één van de meest invloedrijke humanistische filosofen van de vroege Italiaanse renaissance en astroloog. Hij stond mede aan de basis van het neoplatonisme (de heropleving van het platonisme uit de klassieke oudheid) en onderhield contacten met nagenoeg iedere vooraanstaande academicus en schrijver uit zijn tijd.

Gedurende de zittingen van het Concilie van Ferrara-Florence te Florence in 1439, tijdens welke vruchteloos gepoogd werd het schisma tussen de Latijnse en de Griekse kerken te herstellen, maakten Cosimo de' Medici de Oude en zijn intellectuele gevolg kennis met de neoplatonistische filosoof George Gemistos Plethon, wiens verhandelingen over Plato en de Alexandrijnse mystici de geleerde kringen van Florence dusdanig fascineerden dat hij wel de tweede Plato genoemd werd. In 1459 werd Ficino leerling van Johannes Agyropoulos, die te Florence Griekse taal en literatuur doceerde. Toen Cosimo de' Medici besloot Plato's Academie in Florence te herstichten, koos hij Ficino als leider, daar deze laatste verantwoordelijk was voor de klassieke vertaling van Plato in het Latijn (uitgegeven in 1482), naast de vertaling van het hellenistische Corpus Hermeticum en de geschriften van vele neoplatonisten zoals Porphyrius, Iamblichus en Plotinus. In navolging van suggesties van de kant van Gemistos Plethon probeerde Ficino het christendom en het platonisme te synthetiseren. In 1473 werd Ficino priester.

Marsilio Ficino's belangrijkste werk was zijn verhandeling over de onsterfelijkheid van de ziel, Theologia Platonica de immortalitate animae. Door zijn enthousiasme voor herontdekkingen uit de klassieke oudheid ontwikkelde hij een grote belangstelling voor astrologie, hetgeen hem in conflict bracht met de Rooms-katholieke Kerk. In 1489 werd hij voor paus Innocentius VIII beschuldigd van magie en er was een goed onderbouwde verdediging nodig om hem een veroordeling wegens ketterij te doen ontlopen.

Ficino's vader was een arts die Cosimo de' Medici als beschermheer had. Deze laatste nam Ficino op in zijn hofhouding en werd ook Ficino's levenslange beschermheer. De' Medici benoemde Ficino als privé-leraar voor zijn kleinzoon Lorenzo de' Medici. Daarnaast waren ook Giovanni Pico della Mirandola en Angelo Poliziano leerlingen van Ficino.

In 1492 verkondigde Ficino

Aanhalingsteken openen

Deze eeuw, als was het een gouden tijdperk, heeft de vrije kunsten, die welhaast uitgestorven waren, hersteld: letterkunde, dichtkunst, retoriek, schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, muziek... deze eeuw schijnt de astrologie vervolmaakt te hebben.

Aanhalingsteken sluiten

Ficino's brieven uit de periode van 1474 tot en met 1494 bestaan nog en zijn gepubliceerd; hij was ook de auteur van De Amore.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Yates, Frances A., Giordano Bruno and the Hermetic Tradition (London: Routledge & Kegan Paul, 1964).