Marta (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marta (links) en Maria

Marta of Martha (in het Aramees: מַרְתָּא of Martâ, 'de dame') is een Bijbels figuur. Behalve hetgeen er in de Bijbel staat is er geen historische informatie over haar bekend. Volgens het Evangelie volgens Johannes was zij de zus van Lazarus en Maria van Bethanië, en ze was aanwezig toen Jezus haar broer Lazarus uit de dood opwekte.

Vermeldingen[bewerken]

Marta wordt alleen vermeld in Lucas 10:38-42, en in Johannes 11 en 12. De Aramese vorm komt voor in een inscriptie uit Puteoli (Italië). De inscriptie bevindt zich nu in het museum van Napels. De inscriptie dateert uit het jaar 5. Marta wordt ook genoemd in een inscriptie gevonden in Palmyra (Syrië), waar de naam Μαρθειν (Marthein) wordt gebruikt. Deze inscriptie dateert uit het jaar 179.

Bijbelse Marta[bewerken]

Volgens Johannes woonden Maria, Marta en Lazarus in Bethanië, maar Lucas suggereert dat ze, in ieder geval een keer, in Galilea woonden. Uit de tekst van Johannes 11:1 blijkt dat de familie verhuisd was. De gelijkenis tussen de beschrijvingen van Marta door Lucas en Johannes is groot. De zeer vriendschappelijke omgang tussen Jezus en de eenvoudige familie die Lucas schetst wordt bevestigd door Johannes wanneer hij het volgende vertelt "Jezus hield veel van Marta en haar zuster, en van Lazarus." (11:5)

Marta's bezorgdheid wordt duidelijk gemaakt in Johannes 11:20-21: "Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. Marta zei tegen Jezus: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn.'" Ook het feit dat ze zich vaak bezighield met het bereiden van maaltijden bevestigt haar zorgzaamheid. Dit staat in Lucas 10:40: "Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.'" Ook Johannes maakt er melding van in 12:2: "Daar hield men ter ere van hem (Jezus) een maaltijd en Marta bediende."

Johannes geeft ook de andere, diepere kant van haar karakter aan wanneer hij haar groeiende geloof in Jezus beschrijft in Johannes 11:20-27: "Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. Marta zei tegen Jezus: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ ‘Ja Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat u de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’" Na dit gesprek met Jezus gaat ze naar haar zus Maria en zegt "De meester is er, en hij vraagt naar je." (11:28)

Église Collégiale Sainte Marthe in Tarascon

Uitbreiding van de Martatraditie[bewerken]

Volgens de legende verliet Marta Judea na de dood van Jezus, rond 48, en is ze naar de Provence gegaan met haar zus Maria van Bethanië (misschien Maria Magdalena) en haar broer Lazarus. Marta ging eerst wonen in Avignon (Frankrijk) en daarna ging ze naar Tarascon, waar een monster, de Tarasque, de bevolking bedreigde. Het lukte Marta het monster te temmen en ze stierf in Tarascon, waar ze werd begraven. Haar tombe zou zich in de crypte van de Église Collégiale Sainte Marthe bevinden.

Herdenking[bewerken]

Marta is een christelijke heilige. Haar feestdag is op 29 juli. Paus Johannes Paulus II bouwde het Huis van de Heilige Martha voor het Heilig College van Kardinalen; hier kunnen zij resideren tijdens een conclaaf.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties