Marten Toonder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marten Toonder
Marten Toonder (1972)
Marten Toonder (1972)
Algemene informatie
Volledige naam Marten Toonder
Geboren 2 mei 1912, Rotterdam
Overleden 27 juli 2005, Laren
Land Nederland
Beroep stripauteur
Werk
Genre strip
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Toonder-monument Rotterdam
Grafmonument met de namen Marten Toonder, Jan Gerhard Toonder, Phiny Dick, Onno Marten Toonder, Maria Louise Toonder, Jeannette Swan Tjin Toonder Boler, Tera de Marez Oyens. Het graf bevindt zich op de kleinere van twee begraafplaatsen aan "The Grove" in de wijk Redford te Greystones (ten noorden van de grotere begraafplaats, beide met de naam Redford Cemetery).

Marten Toonder (Rotterdam, 2 mei 1912Laren, 27 juli 2005) was een belangrijk Nederlands stripauteur. Hij kreeg grote bekendheid als schrijver en tekenaar van Olivier B. Bommel en Tom Poes, en hij was de broer van schrijver Jan Gerhard Toonder.

Leven[bewerken]

Marten Toonder junior werd geboren te Rotterdam. Zijn vader, Marten Toonder senior, werd geboren in Warffum, waar zijn zoon ook gewoond heeft. Marten Toonder maakte kennis met strips door de comics die zijn vader, die zeekapitein was,[1] uit de Verenigde Staten van Amerika meenam. Na zijn HBS-eindexamen maakte hij met zijn vader een zeereis naar Argentinië, waar hij in 1931 de assistent van Disney-striptekenaar Dante Quinterno, Jim Davis, ontmoette, die hem inspireerde om zelf ook strips te gaan tekenen.[2] Hiervoor ging hij naar de Rotterdamse kunstacademie, maar die verliet hij al snel weer.

In 1935 trouwde hij met Alfine Kornélie Dik, oorspronkelijk een buurmeisje uit zijn jeugd, die onder de naam Phiny Dick zelf strips en kinderboeken heeft getekend en geschreven. Ook maakte Phiny Dick teksten bij de tekeningen van haar man voor de strip Kappie.

Marten Toonder richtte Toonder Studio's op, een bedrijf dat een afsplitsing was van Toonder-Geesink productie. Het bedrijf richtte zich in eerste instantie op het uitbrengen van stripverhalen, maar begaf zich later ook op het gebied van reclame en tekenfilms.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Toonder bij De Telegraaf, en werd lid van de Kultuurkamer. Naar eigen zeggen was hij een "verzetsman", maar na de oorlog is hij veroordeeld voor collaboratie.[3] Later ontving hij het Verzetsherdenkingskruis. Toonders verweer tegen de aanklacht van collaboratie door publicatie in de Duitsgezinde Telegraaf en het sluiten van een contract met de UFA in Berlijn was dat hij zijn tekenaars beschermde en een dekmantel voor illegale activiteiten verschafte. Toonder antedateerde in zijn memoires zijn verzetswerk dat pas na 1944 substantieel werd. Hij tekende anti-Duitse spotprenten in het verzetsblad "Metro" en vervalste Duitse stempels.[4] De Toonderstudio's waren ook betrokken bij het opzetten van een illegale drukkerij in Amsterdam.[5]

In 1964 verhuisde Toonder met zijn vrouw naar Greystones, in Ierland, om zich geheel te wijden aan het striptekenen. Hij merkte tot zijn verbazing dat het Ierse landschap erg leek op dat wat hij al jaren in zijn Bommel-strips had getekend.

De stad Rotterdam heeft Marten Toonder de Wolfert van Borselenpenning toegekend.

Phiny overleed in 1990, en in 1996 trouwde Toonder opnieuw, met de componiste Tera de Marez Oyens, die later dat jaar al ook overleed. Sindsdien woonde hij weer in Nederland, en wel in het Rosa Spier Huis te Laren.

Toonder overleed op 93-jarige leeftijd in zijn slaap.[6]

Marten Toonder was Officier in de Orde van Oranje-Nassau en drager van het Verzetsherdenkingskruis. Hij was onderscheiden met de Wolfert van Borselenpenning van de Stad Rotterdam. Hij was Officier in de Orde van Verdienste ("Pro Merito Melitense") van de Soevereine Militaire Hospitaalorde van Sint-Jan van Jeruzalem, Rhodos en Malta. Deze laatste onderscheiding ontving hij op voordracht van de Ierse afdeling van deze hospitaalorde. Marten Toonder had anoniem een ambulance geschonken.[5]

Werken[bewerken]

Toondermonument Rotterdam (detail)

In 1938 verscheen in een Zweedse krant voor het eerst een strip van hem. Vanaf 1941 verschenen in De Telegraaf de zogeheten stripromans die Toonder het meest bekend hebben gemaakt, met als hoofdpersonen Tom Poes en Olivier B. Bommel. De striproman heeft een eigen, karakteristiek formaat: een bladzijde tekst met een paginabrede band van plaatjes erboven, geen tekstballonnen. Hierdoor wordt de aandacht bij de plaatjes niet afgeleid door tekstballonnen en krijgt de tekst een eigen leven. Dit was een dwingende eis van toenmalig hoofdredacteur J.C. Fraenkel van de Telegraaf.[7] Er zijn 177 Bommelverhalen als striproman verschenen, later meerdere keren opnieuw uitgebracht in boekvorm. Ze worden meestal aangeduid met de term "dagbladstrips". Daarnaast zijn ook verhalen verschenen als gewone (ballon)strip in onder andere stripweekblad Donald Duck. Deze waren echter grotendeels door medewerkers geschreven en worden daarom meestal niet tot het echte Toonderwerk gerekend.

De beste verhalen kenmerken zich door subtiele humor en een min of meer verborgen maatschappijkritiek (bijvoorbeeld in de verhalen De Bovenbazen, Het monster Trotteldrom, Het huilen van Urgje, Het nieuwe denken en De bevrijding van Sollidee). Ook kennen ze een bijzonder taalgebruik. Woorden als denkraam en minkukel werden ook buiten de strips van Toonder bekend.

Toonder heeft niet alle Bommelverhalen zèlf kunnen tekenen en hij heeft ook niet alle teksten geschreven. Ook dan wanneer hij door tijdsdruk en gezondheidsproblemen met ogen, pols en overbelaste rechterhand het tekenen van de Bommelsaga aan medewerkers moest overlaten was hij zo dicht mogelijk betrokken bij het verloop van het verhaal. Hij wilde waar en wanneer mogelijk ook steeds de tekeningen corrigeren. Het tekenen van achtergronden en het voor de kwaliteit zo belangrijke "inkten" van de oorspronkelijke potloodtekeningen werd vaak uitgevoerd door medewerkers die daarvoor van Marten Toonder geen erkenning en weinig salaris kregen. Toonder bezat het auteursrecht van de figuren en liet anderen niet in zijn roem delen.[8]

In Oisterwijk heeft van 1955 tot 1959 een miniatuur-Rommeldam bestaan, waaraan ook Toonder heeft meegewerkt.

Een aantal van de Bommelverhalen zijn als tekenfilm uitgebracht, maar deze waren niet erg succesvol. De tekenfilms hadden wel de grollen, maar misten de subtielere humor die uit de verhalen spreekt. Een uitzondering is volgens sommigen de film Als je begrijpt wat ik bedoel naar de gelijknamige verhalenbundel. Deze kreeg een compliment van Walt Disney en Warner Bros. Toonder zelf was er echter niet onverdeeld gelukkig mee.[9] De film zou te veel het karakter van een slapstick gekregen hebben.

Andere series van stripverhalen van Toonder zijn:

In december 2005 verscheen het boek met dvd De Tao van Toonder van Frank van Hartingsveld bij uitgeverij Panda, die ook zijn volledige werk heeft uitgebracht. In dit boek wordt de levensfilosofie van Toonder uiteen gezet aan de hand van zijn uitspraken in interviews. Na een geschil over auteursrechten werd in 2006 een rechterlijk verkoopverbod van kracht voor De Tao van Toonder.

In december 2007 verscheen een studie naar occulte invloeden in het werk van Toonder, Heer Bommel en het para-abnormale, over de magie in de Bommelsaga, van de hand van Willem Venerius. De schrijver kreeg hiervoor de medewerking van Eiso Toonder.

Taal[bewerken]

Toonders handafdrukken in de Walk of Fame te Rotterdam

Veel van de zegswijzen uit de verhalen zijn deel geworden van de Nederlandse taal.

Enkele van de meest gebruikte neologismen zijn: bovenbaas, denkraam, grootgrutter, minkukel, onderknuppel, en zielknijper. Nieuwe uitdrukkingen zijn onder andere:

  • kommer en kwel
  • als je begrijpt wat ik bedoel
  • een eenvoudige doch voedzame maaltijd
  • verzin een list!

Eerbetoon[bewerken]

In 1992 ontving Toonder als 80-jarige de Tollensprijs voor zijn hele oeuvre.

Op 2 mei 2002 werd ter ere van zijn 90e verjaardag het standbeeld Ode aan Marten Toonder onthuld op het Binnenrotteplein in Rotterdam naast het Station Blaak aldaar.[10] Het bronzen en granito beeld is 6 meter hoog en werd ontworpen door kunstenaarsgroep de Artoonisten.

In 2009 werd de Marten Toonderprijs ingesteld, een onderscheiding voor een striptekenaar die een bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse cultuur. De prijs werd jaarlijks in maart uitgereikt en bestond uit een geldprijs van 25.000 euro. Ze werd uitgereikt aan Peter Pontiac, Jan Kruis en Joost Swarte, maar in 2013 alweer afgeschaft vanwege bezuinigingen.[11]

Toonderjaar 2012[bewerken]

Het jaar 2012 ging de boeken in als het "Toonderjaar". Het gehele jaar werd herdacht dat het honderd jaar geleden was dat Marten Toonder werd geboren.

Januari

Ter gelegenheid van het Toonderjaar ging op 21 januari 2012 een nieuwe Bommelmusical in première in het oude Luxor Theater te Rotterdam, Toonders geboortestad, onder de naam: 'De Nieuwe IJstijd'. Dit muzikale stripverhaal was geproduceerd en uitgebracht door Opus One, het Amsterdamse theatergezelschap dat in 1998 haar 10-jarig jubileum vierde met de musical De Trullenhoedster.[12] Koningin Beatrix was daarbij aanwezig.[13][14]

Maart

De stripdagen op 10 en 11 maart 2012 stonden in het teken van de biograaf van heer Bommel, Tom Poes en vele andere stripfiguren.[15]

April-september

Het Nederlands Stripmuseum in Groningen had van 24 april tot en met 30 september een speciale expositie gewijd aan Marten Toonders bekendste creaties onder de titel: Waarom is Bommel een beer? Het antwoord op die vraag werd gegeven door bioloog Midas Dekkers.

Oktober

In oktober 2012 verscheen een vuistdikke biografie over Marten Toonder, geschreven door Wim Hazeu.[16] Tegelijkertijd verscheen een Schrijversprentenboek van het Letterkundig Museum, samengesteld door Klaas Driebergen. Dat boek begeleidde de tentoonstelling Marten Toonder. Een dubbel denkraam in het Letterkundig Museum. Uitgeverij Personalia publiceerde in samenwerking met de Toonder Compagnie de "Bommelglossy",[17] een eenmalige uitgave ter gelegenheid van het Toonderjaar, met als fictieve hoofdredacteur Olivier B. Bommel en bijdragen van diverse tekenaars en schrijvers, zoals Jan Kruis, Dick Matena, Thé Tjong-Khing, Midas Dekkers, Wil Raymakers, Gerben Valkema, Patty Klein, Jan van Haasteren, Jan Steeman, Jean-Marc van Tol, Andrea Kruis, Arend van Dam, Wim Hazeu en Peter van Straaten.

Bibliografie[bewerken]

Autobiografisch[bewerken]

  • Vroeger was de aarde plat (autobiografie deel I, 1912-1939) (1992)
  • Het geluid van bloemen (autobiografie deel II, 1939-1945) (1993)
  • Onder het kollende meer Doo (autobiografie deel III, 1945-1965) (1996)
  • Tera (epiloog 1998) (1998)

De vier boeken werden in mei 2010 gebundeld tot één autobiografie.

Tom Poes- en Bommelverhalen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van verhalen van Heer Bommel en Tom Poes

1941

1942

1943

1944

1947

1948

1949

1950

1951

1952

1953

1954

1955

1956

1957

1958

1959

1960

1961

1962

1963

1964

1965

1966

1967

1968

1969

1970

1971

1972

1973

1974

1975

1976

1977

1978

1979

1980

  • De wadem; De minionen (verhalen)
  • Daar zit iets achter (verhalenbundel)
  • Had ik maar beter geluisterd (verhalenbundel)

1981

  • Het spijtlijden; Het volledig maken (verhalen)
  • Hier ligt een mooie taak (verhalenbundel)
  • De andere wereld (boekenweekgeschenk, met voorwoord)
  • Een ragfijn spel (verhalenbundel)

1982

1983

1984

1985

  • Het Bommel-verschiet (verhaal)
  • Daar kan ik niet tegen (verhalenbundel)
  • Soms verstout ik mij (verhalenbundel)

1986

  • Het einde van eindeloos (verhaal)
  • Dat geeft te denken (verhalenbundel)
  • Een Bommelding (uitgave als boek)
  • Een kleine handreiking (verhalenbundel)
  • Heer Bommel en ik

1987

1988

  • Ik voel dat heel fijn aan (verhalenbundel)
  • Als dat maar goed gaat (verhalenbundel)

1989

  • Vleugeljaren, poëmen van Querelijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt, bijeengelezen door M. Toonder

1990

  • Heer Bommel komt op (verhalenbundel)
  • Heer Bommel vervolgt (verhalenbundel)
  • start van de Integrale Bommel-Uitgave in veertig luxebanden

1995

  • De Thoma Fele nec non et de larva Bommelsteiniana (Latijnse vertaling van Het spook van Bommelstein)

1998

  • Heer Bommel sluit aan (verhalenbundel)

Overig[bewerken]

  • We zullen wel zien (2001) De Bezige Bij, Amsterdam

Bewerkingen[bewerken]

Vanaf 5 februari 2007 werd een hoorspelserie uitgezonden op Radio 6, Radio 4 en Radio 1, onder regie van Peter te Nuyl. Ze bestond uit 75 verhalen in 440 afleveringen van telkens een kwartier, waaronder de 48 verhalen die Marten Toonder zelf zijn beste vond. De uitzendingen zijn nog steeds te beluisteren via het bijbehorende verhaal op Wikipedia.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten
  1. Toonder, Marten Senior (1954) Klei en zout water. De Bezige Bij. ISBN 90-234-3356-4
  2. Marten Toonder legt het latere misverstand zelf uit in zijn autobiografie getiteld Vroeger was de aarde plat (autobiografie deel I, 1912-1939) (1992) op de pagina's 109-117. Hij heeft de Amerikaan Jim Davis in Buenos Aires ontmoet, die samenwerkte met Dante Quinterno.
  3. OVT: Marten Toonder, 30 december 2012
  4. MARTEN TOONDER: GEEN VERZETSHELD, EEN VERZETSMAN - Archief - TROUW
  5. a b Biografie door Wim Hazeu
  6. NOVA - detail - Uitzendingen
  7. Volgens Umberto Eco in zijn roman De mysterieuze vlam van koningin Loana, pagina 215, was het vervangen van tekstballonnen door ondertiteling Duits staand beleid als onderdeel van de oorlog tussen Duitsland en de USA.
  8. Biografie van Wim Hazeu
  9. Lutz R. (2008) Een heer vertelt Synthese Uitgeverij b.v. ISBN 9789062710485
  10. Comicbase.nl: Rotterdam eert Toonder met monument
  11. Marten Toonderprijs alweer afgeschaft, NU.nl, 23 juli 2013
  12. Musical De Nieuwe IJstijd | Toonderjaar 2012, het 100e geboortejaar van Marten Toonder
  13. Koningin bij première Toonder-musical
  14. Koningin Beatrix bij première De Nieuwe IJstijd
  15. Marten Toonder | Nieuws
  16. boeken.vpro.nl - Marten Toonder
  17. Bommelglossy

Literatuur en externe links