Martin Walser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Martin Walser tijdens een lezing in Aken, april 2008

Martin Johannes Walser (Wasserburg am Bodensee, 24 maart 1927) is een Duits schrijver van romans, verhalen en toneel, en vooraanstaand intellectueel.

Leven[bewerken]

Walser werd geboren als zoon van een kolenboer en houders van een stationsrestauratie. Nadat hij begin 1944 toetrad tot de ‘Reicharbeitsdienst’, maakte hij het einde van de Tweede Wereldoorlog mee als soldaat bij de Wehrmacht. Na de oorlog studeerde hij literatuurwetenschap, geschiedenis en filosofie in Regensburg en aan de Eberhard-Karls-Universiteit in Tübingen, alwaar hij in 1951 promoveerde met een dissertatie over Franz Kafka.

Reeds tijdens zijn studieperiode werkte Walser als journalist en begon hij te werken als schrijver, aanvankelijk van hoorspelen. In 1953 sloot hij zich aan bij het literaire genootschap Gruppe 47. Na zijn romandebuut in 1957 werd hij voltijd-literator. Vanaf de jaren zestig kenmerkt zijn leven zich in belangrijke mate door een sterk politiek engagement. Samen met andere linkse intellectuelen, waaronder Günter Grass, zette hij zich in voor de verkiezing van Willy Brandt als Bondskanselier, hij versloeg het Auschwitzproces in Frankfurt in 1963, hij voerde actief actie tegen de Vietnamoorlog, in de jaren zeventig gold hij als sympathisant van de Deutsche Kommunistische Partei en in de jaren tachtig werd hij een belangrijk pleitbezorger van de Duitse hereniging.

In 1998 baarde Walser opzien met een lezing in de Sint-Paulskerk te Frankfurt am Main, ter ere van de ontvangst van de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel. In deze lezing verwijt hij vooraanstaande Duitse groeperingen en politici misbruik te maken van de misdaden door de nationaalsocialisten door deze voortdurend te thematiseren en zich daarmee systematisch aan de “goede kant van het gelijk” te scharen. Volgens Walser werd het tijd een streep onder het verleden te trekken.

Walsers voorzichtige afwending van het linkse kamp in Duitsland, eigenlijk al vanaf de jaren tachtig, wordt gemarkeerd door de sleutelroman De dood van een criticus (2002), waarin hij de linkse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki hekelt. Dit kwam hem vooral vanuit linkse hoek op veel kritiek te staan en zelfs op verwijten van antisemitisme.

In 2007 stelde het Duitse culturele magazine ‘Cicero’ een lijst samen met de 500 belangrijkste nog levende Duitstalige intellectuelen en zette Walser op de tweede plaats, na Paus Benedictus XVI.

Typering van zijn werk[bewerken]

Walser schrijft hoofdzakelijk romans en verhalen, maar ook toneel. Zijn werk typeert zich vooral door de tekening van innerlijke conflicten, later vaak in combinatie met de tragiek van het ouder worden (de ouder wordende man die verliefd wordt op een veel jongere vrouw). Een steeds terugkerend thema vormen de mislukkingen in het leven van zijn antihelden. Ze zijn niet opgewassen tegen de eisen die aan hen gesteld worden, door anderen of door henzelf. Dat de innerlijke strijd die dat oplevert steeds in onderhuids blijft, zich onzichtbaar afspeelt in het zielenleven van de hoofdpersonen, en dat de uiterlijke gebeurtenissen slechts bijzaak zijn, maakt hem tot een typisch Duits schrijver van na de oorlog, in de geest van Heinrich Böll, Peter Handke en Siegfried Lenz.

Werken (selectie)[bewerken]

  • Huwelijk in Philipsburg (1957), zijn romandebuut;
  • Der Abstecher (1961), zijn eerste toneelstuk;
  • Halbzeit (1960), Das Einhorn, (1966) en Der Sturz (1973), romantrilogie over het verloren gaan van menselijke waarden onder druk van economische waarden, maar ook over het ouder worden;
  • Jenseits der Liebe (1976), waarin de onmenselijkheid van het zakenleven op de korrel wordt genomen;
  • Een vluchtend paard (1978), over twee mannen, Buch die een schijnleven leidt en Halm die vlucht in introvertie;
  • Ziele-arbeid (1979, over een man die zich helemaal aanpast aan de wensen van zijn chef;
  • Het zwanenhuis (1980), over een succesvolle man en diens innerlijke conflicten;
  • Brief aan Lord Liszt (1982), over de antiheld Franz Horn;
  • Messmers reizen (1985), een reisdagboek bij wijze van zelfonderzoek;
  • Branding (1985) over een Amerikaanse professor die verliefd wordt op een studente;
  • Dorle en Wolf (1987), over het thema van de Duitse tweedeling;
  • Een springende fontein (1998), over een jongen die opgroeit tijdens het opkomende fascisme in de jaren dertig,
  • De levensloop der liefde (2001), een Madame Bovary-achtige roman;
  • Dood van een criticus (2002), over Marcel Reich-Ranicki
  • Een ogenblik van liefde (2002), over een liefdesrelatie tussen de oudere geleerde Zurn met een jongere studente;
  • Angstbloesem (2004), over een bejaarde beleggingsadviseur die zich laat inpalmen door een jonge actrice, waardoor hij zijn huwelijk verspeelt en uiteindelijk met lege handen achterblijft;
  • Een liefhebbende man (2008) over de 73-jarige Goethe die verliefd wordt op de 19-jarige Ulrike von Levetzow.

Prijzen (selectie)[bewerken]

Handtekening Martin Walser

Externe links[bewerken]