Martinus Willem Beijerinck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Martinus Willem Beijerinck
Beijerinck in zijn laboratorium in 1921
De buitenzijde van Beijerincks lab, anno 2010

Martinus Willem Beijerinck (Amsterdam, 16 maart 1851 - Gorssel, 1 januari 1931) was een Nederlandse microbioloog.

Beijerinck volgde de HBS in Haarlem en studeerde aan de Polytechnische School te Delft, waar hij in 1872 het diploma van chemisch technoloog behaalde. Dankzij een op verzoekschrift bij de minister van Binnenlandse Zaken verkregen vrijstelling van het toelatingsexamen voor de universiteit kon hij biologie in Leiden studeren. Na zijn kandidaatsexamen in 1873 werd hij achtereenvolgens leraar aan de landbouwschool en in 1875 aan de HBS te Warffum. Het doctoraal examen in 1875 te Leiden werd gevolgd door een leraarschap aan de HBS in Utrecht en het jaar daarop aan de Hogere Landbouwschool te Wageningen. In 1877 promoveerde Beijerinck te Leiden op het proefschrift Bijdrage tot de morphologie der plantegallen met als promotor Willem Frederik Reinier Suringar. In 1884 vonden Beijerincks wetenschappelijke verdiensten kennelijk reeds zodanige waardering dat hij tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) werd benoemd.

In 1885, trad hij in dienst bij de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek te Delft, waar voor hem een bacteriologisch laboratorium werd gesticht. Gedurende zijn jaren bij de Gist- en Spiritusfabriek deed hij tal van belangrijke onderzoekingen. Bij onderzoekingen van verschillende gistsoorten ontdekte hij ten slotte Schizosaccharomyces octosporus (1894). Ook ontdekte hij de stikstof-vastleggende knolletjes aan de wortels van peulvruchten.

In 1895 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in biologie en bacteriologie aan de Polytechnische School te Delft. Gedurende die hoogleraarsperiode zette Beijerinck zijn onderzoekingen voort. Verschillende ontdekkingen staan op zijn naam. Zo ontdekte hij de Spirillum desulfuricans als oorzaak van de sulfaatreductie (1896), waarmee hij de voornaamste veroorzaker van de stank van verontreinigde stadsgrachten had gevonden.

Hij is het bekendst geworden als de vader van de virologie. Hij ontdekte in 1898 met filtratie-experimenten dat de tabaksmozaïekziekte wordt veroorzaakt door iets dat kleiner is dan een bacterie. Hij noemde dit pathogeen een virus.

Beijerinck was een einzelgänger en had weinig contact met zijn collega's. Na zijn pensionering waren studenten verantwoordelijk voor de openbaarmaking van van zijn werk voor een groter publiek. Hij werd vereerd met de Leeuwenhoekmedaille (1905) en de Deense Emil Christian Hansen-medaille, maar ook met hoge Nederlandse ridderorden. De M.W. Beijerinck Virologie Prijs, ingesteld in 1965 door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, is naar hem vernoemd. De driejaarlijkse prijs wordt toegekend aan een internationale toponderzoeker die zich door een bijzondere prestatie op het gebied der virologie heeft onderscheiden.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Berkel, Klaas van, e.a. (1999) A History of Science in The Netherlands. Survey, Themes and Reference. Leiden/Boston/Köln: Brill