Maskerfuutkoet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maskerfuutkoet
IUCN-status: Bedreigd[1] (2012)
Maskerfuutkoet in Kuala Lumpur
Maskerfuutkoet in Kuala Lumpur
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Familie: Heliornithidae (Fuutkoeten)
Geslacht: Heliopais
Soort
Heliopais personatus
(G.R. Gray, 1849)
verspreiding van de fuutkoetenoranje: maskerfuutkoet
verspreiding van de fuutkoeten
oranje: maskerfuutkoet
Afbeeldingen Maskerfuutkoet op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Maskerfuutkoet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Maskerfuutkoet (Heliopais personatus) is een schuwe vogel uit de familie van de fuutkoeten (Heliornithidae), die voorkomt in Bengalen en Zuidoost-Azië. Het is de enige soort uit de familie Heliopais.

Kenmerken[bewerken]

De maskerfuutkoet is een circa 53 cm lange watervogel met een scherpe, gele snavel, een lange nek en groene, gelobde poten. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een zwart masker en wenkbrauwen die contrasteren met een witte streep aan de zijkant van de hals. De rest van de nek is grijs, de borst is bleek en de rug, vleugels en staart zijn bruin. De mannetjes hebben een geheel zwarte kin, terwijl de vrouwtjes een witte kin hebben.

Verspreiding[bewerken]

Het leefgebied van de maskerfuutkoet is ernstig versnipperd. De soort komt nu nog voor in kleine gebieden in Noord-oost-India, Bangladesh, Myanmar, Thailand, Laos, Vietnam, het vaste land van Maleisië en Sumatra. De populatie loopt op de meeste plaatsen sterk terug en zou op het moment minder dan 1.000 volwassen dieren kunnen tellen.

Gedrag[bewerken]

De habitat van de maskerfuutkoet bestaat in de eerste plaats uit rivieren met beboste oevers en verder uit andere zoetwater en brakke draslanden. De soort voedt zich vooral met insecten op overhangende vegetatie, maar ook met garnalen en kleine vissen.

Over het broedgedrag van de maskerfuutkoet is weinig bekend, omdat de soort meestal erg schuw is. Hij bouwt een nest van takjes in vegetatie dicht boven het water (circa 1,8 m), waar het legsel van drie tot zeven eieren door beide ouders wordt uitgebroed. Na het uitkomen van de eieren verlaten de jongen snel het nest.

Bronnen, noten en/of referenties