Massa-overschot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het massa-overschot (in wetenschappelijke literatuur doorgaans aangeduid met de Engelse term mass excess) van een nuclide is gedefinieerd als het verschil tussen de nuclidemassa en zijn massagetal (het aantal kerndeeltjes). De massa van een atoomkern wordt zeer goed benaderd door het massagetal van het betreffende element, hetgeen aantoont dat het grootste gedeelte van de nuclidenmassa afkomstig is van de samenstellende protonen en neutronen. Bijgevolg kan het massa-overschot worden beschouwd als een maat voor de kernbindingsenergie, relatief ten opzichte van de bindingsenergie per nucleon in een koolstof-12-kern (het massa-overschot van koolstof-12 bedraagt dus exact 0 MeV). Wanneer het massa-overschot negatief is, bezit de kern een grotere bindingsenergie van koolstof-12 en vice versa. Wanneer de nucleus een groot massa-overschot heeft ten opzichte van een naburige nucleair speciës, dan kan deze kern radioactief verval ondergaan (onder afgifte van energie).

Het massa-overschot wordt berekend door het massagetal af te trekken van de nuclidenmassa en de bekomen waarde vervolgens om te zetten naar een energie-hoeveelheid in kilo- of mega-elektronvolt. Voor koolstof-13 is dit dus:

13,003354838 - 13 = 0,003354838\ \mathrm{amu}

Dit massa-overschot komt overeen met een energie van 3,125 MeV.

Zie ook[bewerken]