Mathieu Dumas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Louise Adélaïde Desnos, née Robin (1807-1870) - Le général Comte Dumas (1753-1837).jpg

Mathieu Dumas (23 november 1753 in Montpellier - 16 oktober 1837 in Parijs) was een Frans militair en politicus. Hij was lid van het Tribunaat en verdedigde in het parlement het voorstel om een Legioen van Eer in te stellen.

Dumas was actief als lid van het Tribunaat en bestuurde het door Frankrijk gedomineerde Koninkrijk Napels van 1806 tot 1808. Hij droeg het Grootkruis van het Legioen van Eer, het commandeurskruis van de Orde van de Heilige Lodewijk en was een Cincinnatus.

Loopbaan[bewerken]

Als aide-de-camp van generaal Rochambeau vocht hij in de Amerikaanse Vrijheidsoorlog. Hij mocht daarom een der Cincinnati worden. Na zijn inzet in Amerika verkende Dumas in opdracht van de Franse regering het oostelijk Middellandse Zeegebied. In 1787 was Dumas in Amsterdam waar hij de vrijheidslievende patriotten steunde in hun strijd tegen de oprukkende Pruisen die het bewind van stadhouder Willem V met geweld wilden herstellen.

Bij het uitbreken van de Franse revolutie was Dumas kwartiermeester-generaal en aide-de-camp van maarschalk de Broglie. Na de val van de Bastille was hij aide-de-camp van generaal La Fayette.

In 1791 was het Dumas, inmiddels commandant van de Nationale Garde, die de op zijn vlucht naar Varennes aangehouden Lodewijk XVI terug naar Parijs escorteerde. Hij was als organisator van de eerste compagnie veldartillerie een van de organisatoren van de Franse overwinning op de Eerste Coalitie tegen het revolutionaire Frankrijk.

Dumas was afgevaardigde in de Assemblée nationale, later bij de staf van het leger verantwoordelijk voor de landkaarten. In deze functie maakte hij de Terreur mee. Hij organiseerde de revolutionaire "Conseils de guerre" bij de legereenheden.

Op 18 fructidor (4 september) 1793 verscheen de naam van Dumas op de lijst van verdachten, de "Liste des proscrits". Dat kwam in de praktijk overeen met een doodvonnis. Dumas vluchtte naar Hamburg en kon pas onder het Consulaat van Napoleon Bonaparte terugkeren.

Dumas organiseerde de reserve van het Franse leger in Italië en onderscheidde zich als officier bij de gewaagde oversteek van de Grote Sint-Bernhardpas. Napoleon maakte hem na de Vrede van Amiens Staatsraad. In deze functie was hij betrokken bij de instelling van het Legioen van Eer. In 1805 werd hij divisiegeneraal en grootofficier van het Legioen van Eer.

In Napels werd Dumas Minister van Oorlog van de volledig onbekwame koning Joseph Bonaparte. Joseph maakte hem Groothofmaarschalk en Groot Dignitaris van de Orde van de Beide Siciliën. Op 14 februari 1810 werd de oude revolutionair tot Graaf van het Keizerrijk ("comte de l'Empire") verheven.

Dumas was verdienstelijk in de Slag bij Wagram en bij Znaïm. In 1812 werd hij als intendant van het Franse leger verwond in de Slag bij Leipzig. De krijgsgevangen Dumas keerde pas na de val van Napoleon terug naar zijn vaderland. Lodewijk XVIII benoemde hem tot honorair Staatsraad en gaf hem als commissaris de opdracht om de titels en aanspraken van oud-officieren te veroordelen. Dumas werd ook betaalmeester van het Franse leger.

Lodewijk XVIII benoemde graaf Dumas tot Commandeur in de weer ingestelde Orde van de Heilige Lodewijk en Grootkruis van het Legioen van Eer. Toen Napoleon terugkeerde va zijn ballingschap op Elba heeft Dumas geaarzeld over zijn loyaliteit. Joseph Bonaparte wist Dumas over te halen om zich toch bij Napoleon te melden. Dumas kreeg wederom de opdracht om de Nationale Garde te organiseren.

de oostelijke zuil van de Arc de Triomphe

De Honderd Dagen eindigden na de Slag bij Waterloo in het herstel van Lodewijk XVIII als Koning der Fransen. Dumas was niet langer in de gratie en werd op 4 september 1816 gepensioneerd. Hij was fortuinlijk, andere aanhangers van Napoleon zoals Ney werden geëxecuteerd. Dumas kon al in 1819 terugkeren als Staatsraad en President van de Commissie voor de Oorlog ("président du comité de la guerre"). In 1822 koos Dumas die nog steeds progressief was partij tegen de zeer reactionaire nieuwe koning Karel X van Frankrijk. Zijn stem voor de oppositie kostte hem zijn baan. In 1828 werd Dumas tot volksvertegenwoordiger gekozen voor het Departement Seine. In 1830 was hij een van de 221 parlementariërs die de politieke crisis en de val van de impopulaire koning van Bourbon uitlokten. Hij was een van de drie afgevaardigden die Lodewijk Filips, Hertog van Orléans uitnodigden om de macht over te nemen. Na de Julirevolutie werd hij, voor de derde maal, belast met de organisatie van de Nationale Garde. Hij werd bevelhebber van alle nationale gardisten in Frankrijk en Burgerkoning Lodewijk Filips maakte hem Pair van Frankrijk. In de Chambre des Pairs was hij een van de 36 progressieve pairs die met hun stem de opheffing van dit Franse Hogerhuis mogelijk maakten. Lodewijk Filips maakte hem in 1831 Inspecteur-Generaal van de Nationale Garde en opnieuw Staatsraad.

Dumas schreef belangrijke studies over de revolutionaire oorlogen. Hij kon deze reeks publicaties niet afmaken omdat hij langzaam blind werd. Hij stierf, vrijwel blind, op 83-jarige leeftijd en werd op het Cimetière du Calvaire op Montmartre begraven.

Zijn naam werd naast die van de andere grote bevelhebbers van de Franse troepen op de Arc de Triomphe aangebracht.