Mathieu Kérékou

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mathieu Kérékou
Mathieu Kérékou 2006Feb10.JPG
Geboren 2 september 1933
Kouarfa, Dahomey
Politieke partij PRPB
President van Benin
Aangetreden 4 april 1996
Einde termijn 6 april 2006
Voorganger Nicéphore Soglo
Opvolger Yayi Boni
Aangetreden 26 oktober 1972
Einde termijn 4 april 1991
Voorganger Justin Ahomadegbé-Tomêtin
Opvolger Nicéphore Soglo
Portaal  Portaalicoon   Politiek

(Ahmed) Mathieu Kérékou (Kouarfa, 2 september 1933) was van 1972-1991 en van 1996-2006 president van Benin.

Kérékou behoort tot de Sombaof Ditammari en bezocht militaire scholen in Mali en Senegal en diende tot 1961 in het Franse leger. Hij bereikte de rang van majoor.

Na de onafhankelijkheid van Dahomey keerde Kérékou naar zijn geboorteland terug en diende in het leger van de jonge republiek. Daarnaast was hij militair raadgever van de eerste president, Hubert Maga. In 1967 nam hij deel aan de militaire staatsgreep die de militairen aan de macht brachten. In juli 1968 droegen de militairen de machten over aan een burgerpresident.

Van 1968 tot 1970 volgde Kérékou in Frankrijk een militaire vervolgopleiding aan een militaire academie. Na zijn terugkeer groeide zijn verzet tegen de burgerregering. In oktober 1972 pleegde hij een succesvolle coup en schoof president Justin Ahomadegbé-Tomêtin terzijde. Kérékou werd president en begon met het voeren van een links bewind. Nog in 1972 knoopte hij betrekkingen aan met de Volksrepubliek China.

In 1974 maakte Kérékou van Dahomey een socialistische republiek en in 1975 wijzigde hij de landsnaam in Benin. In datzelfde jaar richtte hij de eenheidspartij, de Revolutionaire Volkspartij van Benin (PRPB) op, een partij gebaseerd op het marxisme-leninisme. In 1977 kreeg het land een socialistische grondwet.

In januari 1977 vond er een landing plaats van oppositiekrachten die probeerden het bewind van Kérékou omver te werpen. Deze door Frankrijk gesteunde poging tot staatsgreep werd geleid door Bob Denard. Na een kort gevecht werden de guerrilla's verdreven.

In 1979 werd Kérékou tot president van Benin gekozen (hij was de enige kandidaat). Op 28 september 1980 bekeerde Kérékou zich na een bezoek aan Libië tot de islam en nam de voornaam Ahmed aan. Later noemde hij zichzelf weer Mathieu.

Onder Kérékou's eerste bewind als president werd Benin het Cuba van Afrika genoemd. Met straffe hand regeerde Kérékou zijn land en met financiële hulp van China probeerde hij het land om te vormen tot een arbeiders- en boerenstaat. Door de socialistische experimenten van Kérékou lukte dit niet en raakte de economie in een depressie terecht en verslechterden de levensomstandigheden van de inwoners van Benin. Hoewel het dogmatisch karakter van het regime sedert 1980 vermindert, neemt de ontevredenheid toe. De salarissen van het enorm gegroeide ambtenaren apparaat (van 9000 naar 47000) worden niet meer uitbetaald. Banken zijn failliet. De formele economie bestaat niet meer. Corruptie en banditisme teisteren het land.

Wanneer in 1988 en 1989 de ene staking na de andere het land plat legt en bovendien de muur van Berlijn gevallen is, beseft het regime dat het geen keuze meer heeft. De kentering wordt ingeluid door de katholieke kerk, die begin 1989 in een moedige pastorale brief, het regime en bloc veroordeelt. Kérékou buigt het hoofd. Hij zweert eind 1989 het marxisme-leninisme af, ontbindt het politbureau en centraal comité, en stemt in met de bijeenroeping in februari 1990 van de Conférence Nationale des Forces Vives de la Nation. Op deze historische conferentie, die in de daarop volgende jaren ook elders op het continent – met wisselend succes – navolging vindt, wordt in een periode van slechts 10 dagen de basis gelegd voor de huidige pluriforme Beninese samenleving.

Het succes van de conferentie is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het voorzitterschap, maar vooral ook de persoonlijkheid en het morele overwicht van Mgr Isedore de Souza, aartsbisschop van Cotonou, en zijn persoonlijke invloed op Kérékou. Met grote tact en discretie weet hij te bereiken dat Kérékou de conclusies van de conferentie tenslotte aanvaardt. In zijn slottoespraak betuigt Kérékou zijn schaamte voor zijn oorspronkelijke weerstand. De zaal reageert met een ovatie. Voor Kérékou betekent dit ook een persoonlijk keerpunt, hij bekeert zich tot vroom christen. Deze episode is relevant, omdat het voor een deel verklaart, hoe Kérékou zes jaar later op democratische wijze herkozen kon worden als president van Benin.

Een nieuwe periode breekt aan voor Benin. Conform de conclusies van de Conferentie treedt een interim regering aan, met Kérékou als President a.i. en de Wereldbankfunctionaris Nicéphore Soglo als Eerste Minister. Eind 1990 wordt een nieuwe grondwet aangenomen, waarin de basis gelegd wordt voor het nieuwe democratisch bestel. Er komt volledige vrijheid van meningsuiting, een veelheid van politieke partijen, kranten, en radiostations wordt opgericht, politieke gevangenen worden vrijgelaten, verbannen dissidenten keren terug. De militairen in overheidsfuncties worden vervangen door burgers.

In de eerste democratische presidentsverkiezingen in Benin in 1991 wint Soglo met 67% van de stemmen de presidentsverkiezingen van Kérékou, die zich op het laatste moment kandidaat heeft gesteld.

Bij de presidentsverkiezingen van 1996 werd Kérékou echter opnieuw tot president gekozen, nu voor de partij Actie door Vernieuwing en Ontwikkeling (FARD). In maart 2001 werd hij herkozen voor 5 jaar. Herverkiezing in 2006 mag niet volgens de grondwet.

Stond Kérékou's eerste periode als president bekend om zijn socialistische experimenten, sinds 1989 voert hij een beleid gericht op de vrije markt.