Matres

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Terracotta reliëf van de Matres, uit Bibracte, stad van de Aedui in Gallië

De Matres (Latijn "Moeders"[1]) en Matrones (Latijn "Matrones"[1]) waren godinnen die in Noord en West-Europa werden vereerd van de eerste tot de 5e eeuw van onze jaartelling. Zij worden afgebeeld op votiefstenen en altaren, meestal gegroepeerd in veelvouden van drie, met inscripties. Zowat de helft van de godennamen zijn Keltisch, en de andere helft Germaans. Ze werden ook vereerd in streken van Germania, Oost-Gallië, en Noord-Italië (met een geringe distributie elders), die in die tijd door het Romeinse Rijk werden bezet.[2]

De Matrones kwamen voor in Noord- en West-Europa. Hierboven de statistische regio's van Europa, bepaald door de Verenigde Naties:

██ Noord-Europa

██ West-Europa

██ Oost-Europa

██ Zuid-Europa

Gegevens over de religieuze cultuspraktijk rond de Matres zijn beperkt tot wat men op de stenen terugvindt: hun afbeelding en de inscripties, waarvan er zo'n 1100 zijn geattesteerd.[2] De Germaanse Matres zijn geassocieerd met de latere Germaanse dísir, Walkuren en Nornen die wijd verbreid in de 13e-eeuwse bronnen worden geattesteerd.[1]

De Aufanische Matronae (detail) uit de Gallo-Romeinse tempelplaats te Görresburg, Nettersheim (LVR-LandesMuseum Bonn)

Matres verschijnen ook op votiefreliëfs en in inscripties op andere plaatsen, die door het Roimeinse leger werden bezet, zoals Zuid-Oost-Gallië, waaronder Bibracte (zie illustratie) en eveneens in de oude Keltisch-Romeinse cultuur van Pannonia, in de vorm van gelijkaardige reliëfs en inscripties als de Nutrices Augustae, "de Voedsters van Augustus" gevonden in de Romeinse sites van Ptuj, Lager- Steiermark.[3]

Cultus[bewerken]

Verering van de drie godinnen bereikte in de 2e en 3e eeuw met name in de noordwestelijke provincies van het Romeinse Rijk een sterke verbreiding. Vooral in Duitsland, het gebied noord van de Eifel, en tussen Rijn en Maas, waren heiligdommen met in totaal honderden votiefmonumenten ter ere van zulke drietallen. In meer dan 500 inscripties worden ze genoemd als Matronae of Matres. Ook een altaar voor een drievoudige Nehalennia, aangeboden door Marcus Justinianus Albus, is gevonden.[4]

Attributen en motieven[bewerken]

Matres en Matrones vindt men afgebeeld op stenen met of zonder inscripties, zowel op altaren als votiefgiften. De afbeelding is steeds in vooraanzicht. Ze komen bijna uitsluitend voor als triaden, en telkens zit er één figuur bij met een fruitmand op schoot. Deze dames kunnen staand of zittend zijn afgebeeld. Bij sommige afbeeldingen is de middelste figuur met loshangend haar afgebeeld en draagt een hoofdband. De andere twee lijken een opgestoken haartooi of hoed te dragen. Er zijn ook afbeeldingen met offermotieven zoals wierook branden, of varkens, en eveneens kommen met fruit. Soms zijn de Matres zogend afgebeeld of houden een kind op schoot. Meestal vindt men niet één maar meerdere altaren en stenen tegelijk rond tempelgebouwen en heiligdommen.[5]

Vaak terugkerende motieven zijn die van slangen, kinderen en luiers. De versieringen bestaan uit motieven van vruchten, en ook planten en bomen.

Volgens Rudolf Simek zou het loshangend haar verwijzen naar de meisjestijd van de vrouw, terwijl het opgestoken haar de gevestigde status zou weergeven. De slangen zouden volgens hem geassocieerd zijn met de geest van de overledenen of de onderwereld, en de kinderen en luiers zouden erop wijzen dat deze Matres en Matrones een beschermende functie waarnamen tegen opzichte van de familie, en tevens als vroedvrouw optraden.[5]

Theorieën[bewerken]

Het zijn niet enkel vruchtbaarheidsgodinnen ten aanzien van de bodem, maar ze worden ook als beschermsters van huwelijk en moederschap beschouwd. Er zijn meer dan honderd namen en bijnamen van matrones gerecenseerd. Die welke voor interpretatie vatbaar zijn verwijzen hetzij naar een stam, hetzij naar een territorium (bijvoorbeeld suebae : "Suaben"), en soms ook naar hun functie (veel namen zijn afgeleid van *gebō : "geven", zoals Gabiae: zij die schenken).

Volgens R. Pascal zouden de Drie Maria's de gekerstende versie zijn van de Matres en Matrones.[6]

De Drie Maria's, Mikołaj (Nicolaus) Haberschrack, 15e eeuw

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. a b c Lindow (2001:224).
  2. a b Simek (2007:204-205).
  3. K. Wigand, "Die Nutrices Augustae von Poeticio" Jahreshrift Österreiches Archäologisches Institut 18 (1915), pp. 118-218, illus., genoteerd door Susan Scheinberg, "The Bee Maidens of the Homeric Hymn to Hermes" Harvard Studies in Classical Philology 83 (1979), p 2.
  4. Stuart P. (2003): pp. 67-8
  5. a b Simek (2007:206).
  6. R. Pascal observeerde de heidense oorsprong van Christelijke liturgische rituelen. ("On the origins of the liturgical drama of the Middle Ages" The Modern Language Review, 36.3 [July 1941:369-387] p. 372) dat "the three Maries are a Christianized form of the Celtic-Germanic deities, the mothers (matres, matrones) to whose cult hundreds of Rhenish inscriptions testify"; geeft als verdere referentie R. Stumpfl, Kultspiele der Germanen als Ursprung des mittelalterlichen Dramas (Berlin, 1936:215ff).

Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]