Mattheus Lestevenon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De gezanten M. Lestevenon en G. Brantsen overhandigen een gouden degen aan viceadmiraal Pierre André Bailly de Suffren de Saint Tropez (1729-1788)

Mattheus Lestevenon heer van Berckenrode (Amsterdam?, 1715 - Den Haag, 1797) was stadssecretaris en schepen in Amsterdam, vervolgens ambassadeur in Frankrijk. Lestevenon speelde een belangrijke rol in het jaar 1748 en in de onderhandelingen bij de Vrede van Parijs (1783). Pietro Locatelli droeg zes vioolsonates aan hem op.

Biografie[bewerken]

Lestevenon werd geboren in een aanzienlijke regentenfamilie. Zijn vader was bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie, heer van Strijen en vier keer Amsterdams burgemeester (tussen 1722 en 1736). Gerrit de Graeff, de vrijheer van Zuid-Polsbroek, was zijn zwager. In 1729 kreeg hij een baantje als stadssecretaris. Naar alle waarschijnlijkheid deed iemand anders het werk en dienden de inkomsten als studiebeurs.

Na een erfenis te hebben ontvangen door het overlijden van een oud-tante rentenierde Lestevenon in een paleis aan het Lange Voorhout in 's-Gravenhage. Er was zestien man personeel. Lestevenon trouwde in 1742 met Lady Catharina Windsor in London en ging op huwelijksreis naar Italië. Zijn vrouw overleed op de terugreis aan de kinderpokken. In 1743 trouwde hij met Baronnesse van der Duyn. Enkele maanden later Lestevenon erfde opnieuw considerabel veel gelt en goet na de dood van zijn vader. Lestevenon werd in 1745 benoemd als schepen van Amsterdam. Hij verhuisde naar het riante pand Keizersgracht 444-446. Omdat hij niet als opvolger van zijn vader werd benoemd, zou hij gefrustreerd zijn geraakt. In de nacht van 4 op 5 mei 1747 is zijn landhuis Berkenrode bij Heemstede door onvoorzichtigheid van het personeel afgebrand nadat het met kaarsen en vetpotjes was geïllumieerd ter ere van de verheffing van prins Willem V tot erfstadhouder.

Na het Pachtersoproer (1748) verzochten de Doelisten prins Willem IV de met elkaar verwante regentenkliek te verwijderen en de benoeming van burgemeesters te wijzigen. Van de veertig burgemeesters die tussen 1696-1748 werden gekozen, waren er slechts twee (sommigen beweren zelfs slechts één) niet verwant met eerdere burgemeesters. ...op aanwijzing van Lestevenon werden alle leden der sedert de dagen van Joan Corver te Amsterdam regeerende dynastieën uit hunne ambten ontzet. Ten slotte schrapte Lestevenon zichzelf uit de raad. De stadhouder veranderde van inzicht en meer dan de helft van de raadslieden kreeg zijn zetel terug. Lestevenon werd niet lang daarna benoemd als ambassadeur aan het hof in Versailles.

Zijn twee kinderen Maria Jacqueline en Willem Anne werden resp. in 1749 in Brussel en in 1750 in Parijs geboren. In juni 1755 is Lestevenon gescheiden van zijn tweede vrouw, Maria Wilhelmina, baronesse van der Duyn, toen zij zwanger bleek van een officier. Lestevenon trouwde vervolgens met Susanna Faulquier. Het pand op de Keizersgracht verkocht hij aan Thomas Hope. Het pand Singel 292, dat hij had geërfd van zijn grootvader Jan Trip van Berkenrode verkocht hij aan Joachim Rendorp.

Het voormalige woonhuis (in het midden)

Over zijn activiteiten als ambassadeur is weinig bekend. Meestal betreft het zijn ontmoetingen met La Vauguyon ter beëindiging van de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784). Lestevenon overleed in 1797 in Den Haag. Zijn zoon Willem Anne Lestevenon (1750 - La Ferté-Gaucher 4 oktober 1830) speelde inmiddels een belangrijke rol als patriot, maar ontvluchtte in 1797 de Republiek na beschuldigingen inzake sodomie.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Elias, J.E. (1903-1905, herdruk 1963) De vroedschap van Amsterdam 1578-1795, 2 delen.
  • Het dagboek van J. Bicker Raye, bewerkt door F.M. Bijerinck & M.G. de Boer, (1935).
  • Ligtelijn, M. (2006) Regentencoterieën 1650-1750. In: De Gouden Bocht van Amsterdam, p. 187. Redactie en samenstelling Milko den Leeuw en Martin Pruijs.