Matthew Meade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een afbeelding van Matthew Meade uit 1683, getekend door Robert White.

Matthew Meade (Leighton Buzzard, ca. 1630 - 16 oktober 1699) was een Engels theoloog en puriteins predikant.

Leven en werk[bewerken]

Matthew Meade (of Mead) werd geboren in Leighton Buzzard in het graafschap Bedfordshire in Engeland. Hij studeerde aan het King's College in Cambridge en werd vervolgens in 1649 godsdienstonderwijzer. Door de ontwikkelingen, die onder meer te maken hadden met de Engelse Restauratie vanaf 1660, was er steeds minder ruimte in de Engelse kerk voor verzet tegen het Rooms-Katholicisme. Puriteinse predikanten stelden zich daardoor bloot aan vervolging en ontheffing van hun ambten.

De bijna-Christen ontdekt[bewerken]

Het bekendste boek van Matthew Meade is uitgegeven in 1661 en draagt de titel 'The Almost Christian Discovered'. Dit boek is in 1687 vertaald naar het Nederlands onder de titel: 'De bijna-Christen ontdekt; of, de valse belyder beproeft en verworpen'. In dit boek gaat Meade in op de vraag in hoeverre de mens zichzelf kan scharen onder de 'ware gelovigen', waardoor de genade van Jezus Christus toegeëigend mag worden.

De centrale stelling die Meade in dit boek verdedigt, luidt:

"Er zijn zeer velen in de wereld die bijna, en niet meer dan bijna Christenen zijn; velen die dichtbij de hemel zijn en nochtans nooit dichterbij komen; velen die zich met een sprankje van zaligheid omgeven zagen, maar nooit de minste zaligheid genieten zullen; zij hebben uitzicht op de hemel, en desondanks zullen zij nooit het uitzicht op God krijgen."

Meade zegt daar zelf over: Wij beschrijven u hier een van de droevigste aanmerkingen welke gij bedenken kunt, en wel: hoe ver iemand kan gaan in de belijdenis van den Godsdienst en nochtans van de zaligheid verstoken blijven; hoe ver hij kan loopen, maar toch niet zoover, dat hij ze verkrijgt. Dit, zeg ik, is droevig: maar toch niet zoo droevig als waarachtig; want de Heere Christus getuigt wel uitdrukkelijk in Luk. 13 : 24, dat velen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen. Mijn oogmerk hierin is, om den uiterlijken en tragen belijder te doen ontwaken, en den waren hypocriet te ontdekken; doch ik vrees, dat den zwakken geloovige hierdoor de moed zal ontvallen; want gelijk het zwaar valt te zeggen, hoe laag een kind van God kan zinken, en toch ware genade kan hebben, en dat de zondaar de gelegenheid waarneemt, om des te stouter te worden, zoo kan men ook bezwaarlijk toonen, hoe hoog een geveinsde klimmen kan in de Belijdenis en toch geen ware genade heeft, zonder dat de geloovige daaruit eene gelegenheid kan nemen, om zich te wantrouwen. Om dit te voorkomen, heb ik zorgvuldig alle moeite aangewend, met aan te toonen, dat hoewel iemand ver gaan kan, en toch een bijna christen kan zijn, een mensch hierin te kort schieten kan, en toch een waar Christen is.[1]

Vervolgens roept Meade de lezer op om vijf plichten te onderscheiden in het leven:

  1. Pas ervoor op te rusten voor een schijn van Godzaligheid
  2. Probeer een uitnemendheid te zien in de Godzaligheid
  3. Ziet op de toekomende dingen (d.w.z.: de eeuwigheid)
  4. Schat [de waarde van] uw ziel zeer hoog
  5. Denk veel aan de strengheid en haastigheid van het oordeel, die ieder mens door moet voor hij in de eeuwigheid kan genaken.

Uniformiteitsacte[bewerken]

Net als onder meer de puriteinse predikanten Robert Franklin, Thomas Vincent, Thomas Doolittle, James Janeway en Hugh Baker, behoorde ook Meade tot de tweeduizend predikanten die als gevolg van het niet-gehoorzamen aan de Act of Uniformity (een wet die de bisschoppelijke regering in de kerk herstelde en het gebruik van het Book of Common Prayer verplicht stelde) werden afgezet. Deze predikanten, waaronder dus ook Matthew Meade, konden zich niet schikken onder de bepalingen die daaruit voortvloeiden. Meade heeft om die reden enkele malen Engeland ontvlucht en ook Nederland meerdere keren aangedaan.[1]

Stepney[bewerken]

In 1669 volgde Mead ds. W. Greenhill op als predikant te Stepney. Hij werd in het predikantsambt bevestigd door John Owen en Joseph Caryl. Meade's prediking kreeg steeds meer hoorders, ondanks de vervolgingen. In december 1682 drong Sir William Smith met een afdeling militairen de kerkzaal binnen, waar hij de preekstoel en de banken vernielde. In juni 1683 werd Meade zelfs gevangengenomen, onder verdenking betrokken te zijn bij het Rye House Plot.[2] In 1683 volgde Meade John Owen op als 'dinsdagmorgen lecturer', maar drie jaar later was hij opnieuw in Nederland, alwaar Meade een tijd in Utrecht heeft gepreekt.[1] In 1687 vertrok Meade opnieuw terug naar Engeland. Koning Jacobus II had een tolerantiewet afgekondigd, waardoor iedereen in Engeland weer vrij was geworden om eigen erediensten te beleggen. Dit leidde uiteindelijk tot de Glorious Revolution, waarbij de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland op uitnodiging van een aantal protestantse leiders in Londen de macht overnamen. Dit leidde ertoe, dat de vervolgingen van de puriteinen stopten: Mead en zijn gemeente zijn daarna niet meer vervolgd.

Matthew Mead overleed op 16 oktober 1699. Hij werd begraven op het kerkhof van Stepney.[1][2]

Bibliografie[bewerken]

  • 1660 - Spiritual wisdom improved (Geestelijke wijsheid verbeterd)
  • 1662 - The almost Christian discovered (De bijna-Christen ontdekt; of, de valse belyder beproeft en verworpen)
  • 1683 - The good of early obedience - Mayday sermons (Jong onder het juk van Christus)
  • 1688 - Het profyt der vroege gehoorsaamheydt.
  • 1703 - Twaalf preken, te Stepney gehouden door Ds. Matthew Meade, stenografische aantekeningen van zijn preken door James Andrews. (Twaalf preken over Hebreeën 10:31). Vertaald naar het Nederlands door ds. J van der Haar.
  • 1707 - A name in Heaven the truest ground of joy ... and The power of grace in weaning the heart from the world, (2 discourses)
  • 1710 - Vijf preken, gehouden te Stepney door Ds. Matthew Meade, stenografische aantekeningen van zijn preken door James Andrews. (Zes preken: één over Ezechiël 37:3, vier over Ezechiël 37:12 en één (afscheids)preek over 1 Korinthe 1:3). Vertaald naar het Nederlands door ds. J van der Haar.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d Meade, M. (1661), The Almost Christian Discovered. Vertaald in het Nederlands: De bijna-Christen Ontdekt; of, de valse belyder beproeft en verworpen (Amsterdam: Boekholt, 1687). Heruitgegeven in 1988 door H. Florijn
  2. a b Meade, M. (1710) Nieuw leven in de doodsbeenderen. Vijf preken, gehouden te Stepney; stenografische aantekeningen van zijn preken door James Andrews. Vertaald door ds. J. van der Haar, Middelburg Stichting Gihonbron, 2005 (online)