Matthew Shepard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Matthew Shepard (Casper (Wyoming), 1 december 1976 - Fort Collins (Colorado), 12 oktober 1998) was een homoseksuele student uit de Verenigde Staten die in oktober 1998 om zijn geaardheid dusdanig mishandeld werd dat hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen overleed.

In 1994 en 1995 zat hij op een Amerikaanse school in Zwitserland. Na zijn eindexamen keerde hij terug naar de Verenigde Staten en verhuisde naar Denver in Colorado. In datzelfde jaar schreef hij zich in voor de studie politicologie aan de Universiteit van Wyoming.

Op de avond van 7 oktober 1998 ontmoette Shepard Aaron McKinney en Russell Henderson in de Fireside Lounge in Laramie, Wyoming. Nadat hij hen verteld had dat hij homoseksueel was, namen ze hem mee in hun auto. Op een verlaten landweg beroofden ze hem, mishandelden hem zwaar en hingen hem vervolgens aan een hek. Een passant vond hem achttien uur later, bewusteloos en bloedend; Shepard had een schedelfractuur die vanaf zijn achterhoofd tot aan zijn rechteroor liep. Zijn hersenstam was zo zwaar beschadigd dat zijn hersens niet langer in staat waren zijn lichaamstemperatuur en hartslag te regelen. Shepard werd overgebracht naar een ziekenhuis in Fort Collins (Colorado), waar hij kunstmatig in leven werd gehouden. Op 12 oktober werd Matthew Shepard dood verklaard. Intussen had de politie de twee daders gearresteerd na de vondst van een creditcard en de schoenen van het slachtoffer in hun truck.

Tijdens het proces verklaarden McKinney en Henderson eerst dat ze in paniek waren geraakt toen Shepard had geprobeerd hen te verleiden. Later zeiden ze dat ze hem slechts wilden beroven maar niet doden. Op 5 april 1999 bekende Henderson schuld in ruil voor strafvermindering van de doodstraf naar tweemaal levenslang zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating. McKinney werd schuldig bevonden aan moord met voorbedachten rade, maar zijn straf werd omgezet van doodstraf in een levenslange gevangenisstraf. Sinds hun proces beweren beide veroordeelden dat hun daad gerechtvaardigd wordt door de Bijbel.

Shepards dood kreeg nationaal en internationaal veel aandacht. De openlijk lesbische comédienne Ellen DeGeneres leidde Matthews wake in Washington D.C., en Melissa Etheridge en Elton John (beiden homoseksueel) schreven een nummer over hem; het nummer van Elton John heet "American triangle". Ook schreef de Nederlandse Singer/Songwriter Marinus de Goederen van a balladeer een nummer over deze zaak: 'Poster Child'. De dood van Shepard is driemaal verfilmd. Matthews ouders zetten zich nu in voor de acceptatie van homoseksuelen; de toenmalige president van de Verenigde Staten, Bill Clinton, probeerde naar aanleiding van de moordzaak de federale wetgeving omtrent misdaden gepleegd op basis van vooroordelen en discriminatie uit te breiden naar homoseksuelen, vrouwen en gehandicapten, maar het voorstel sneuvelde in het Huis van Afgevaardigden in 1999.In oktober 2009 nam het Congres de Matthew Shepard and James Byrd, Jr. Hate Crimes Prevention Act[1] (kortweg de Matthew Shepard Act) aan en op 28 oktober 2009 werd deze met de ondertekening door president Barack Obama tot wet.

Fred Phelps en leden van zijn Westboro Baptist Church demonstreerden op Matthews begrafenis met borden waarop stond "Matthew Shepard rot in de hel" en "AIDS doodt flikkers". Phelps vroeg ook om toestemming om een granieten monument te bouwen waarop een bronzen plaquette bevestigd moest worden met de tekst "Matthew Shepard: kwam binnen in de Hel op 12 oktober 1998, vanwege zijn verzet tegen Gods waarschuwing: Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk." (Leviticus 18:22)". Tijdens de begrafenis organiseerde een vriendin van Shepard, Romaine Patterson, een tegendemonstratie, waarbij mensen gekleed als engelen met grote vleugels voor Phelps en zijn groep gingen staan om hen zo aan het gezicht van de voorbijgangers te onttrekken.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties