Maurice Merleau-Ponty

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maurice Merleau-Ponty
Maurice Merleau-Ponty.jpg
Algemene informatie
Geboren Rochefort-sur-Mer, 14 maart 1908
Overleden Parijs, 3 mei 1961
Nationaliteit Vlag van Frankrijk Frankrijk
Beroep filosoof
Bekend van Phénoménologie de la perception (1945)
Zie ook fenomenologie
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Maurice Merleau-Ponty (Rochefort-sur-Mer, 14 maart 1908 - Parijs, 3 mei 1961) was een Franse fenomenologisch filosoof, sterk beïnvloed door Karl Marx[1], Edmund Husserl en Martin Heidegger en wordt geassocieerd met Jean-Paul Sartre (die later zal stellen dat hij door Merleau-Ponty tot het marxisme is "bekeerd"[2]) en Simone de Beauvoir.

De kern van Merleau-Ponty's filosofie bestaat uit de idee dat de waarneming een fundamentele rol speelt in ons begrijpen van de wereld als ook onze interactie ermee. Als fenomenoloog valt hij op doordat hij uitgebreid het debat aanging met de wetenschappen, en voornamelijk met de psychologie. Daarnaast legde Merleau-Ponty de nadruk op het lichaam als primair middel om de wereld te kennen, dit in tegenstelling tot de klassieke filosofische traditie die het bewustzijn als vertrekpunt van kennis aannam. Deze nadruk op de lichamelijkheid leidde Merleau-Ponty in zekere zin weg van de fenomenologie naar - wat hij noemde - een "indirecte ontologie" of ook wel de ontologie van "het vlees van de wereld" (la chair du monde). Dit komt vooral naar voren in zijn postuum gepubliceerde werken, Le visible et l’invisible (1964) en L’œil et l’esprit (1960).

Leven en werk[bewerken]

Na zijn middelbare school in Le Hâvre en Parijs, Lycée Louis-le-Grand, ging hij naar de École Normale Supérieure in dezelfde stad. Dit was in de tijd dat ook Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir hier hun opleiding volgden. Hij studeerde af in de filosofie en werd leraar in Beauvais en Chartres. Tijdens de Schemeroorlog was hij luitenant en na zijn terugkeer uit de krijgsgevangenschap sloot hij zich aan bij de kleine verzetsgroep van Sartre, Socialisme en Vrijheid. Na de oorlog werd hij hoogleraar in Lyon en nadien in Parijs (Sorbonne; Collège de France). Tot zijn diepgaande meningsverschil met Sartre werkte hij ook als redacteur van het destijds invloedrijke maandblad Les Temps Modernes.

Merleau-Ponty was erg bereisd. Zo bezocht hij Oost-Europa, het Amerikaanse continent, Noord-Afrika, het Verre Oosten en voormalig Frans-Afrika (hij schreef onder meer over de door de Franse kolonialisten bloedig neergeslagen onafhankelijkheidsstrijd op Madagaskar).

In 1961 stierf hij onverwacht aan een hartaanval.

Merleau-Ponty's filosofie, zeer sterk beïnvloed door Edmund Husserl (Merleau-Ponty voerde bepaalde aspecten van de fenomenologie van Husserl door in zijn eigen werk, dat voor een belangrijk deel onder andere was gebaseerd op onderzoek van Husserls manuscripten), moet gerekend worden tot het domein van de fenomenologie. Zijn twee belangrijkste werken zijn La Structure du comportement (1942) en Phénoménologie de la Perception (1945). Hierin komt onder andere naar voren dat la perception (de waarneming) als uitgangspunt moet worden gezien in de filosofie, als een eigen actieve dimensie. Centraal daarin staat een verwerping van het cartesiaanse 'cogito', en daarmee van het (volgens Merleau-Ponty) misleidende onderscheid tussen het object en de 'cogito'. Middels en vanuit deze verwerping poogt Merleau-Ponty een kritiek te formuleren op de reductionistische tendens die de wetenschappen beheerst. In zijn fenomenologie speelt het lichaam, als middel van zowel waarneming als expressie, een centrale rol: mon corps est la texture commune de tous les objects et il est, au moins à l'égard du monde perçu, l'instrument général de ma compréhension [mijn lichaam bepaalt het gemeenschappelijke weefsel van alle objecten en het is, in ieder geval wat betreft de waargenomen wereld, het algemene instrument van mijn begrijpen] (1945:272) .

Filosofie[bewerken]

Het primaat van de waarneming[bewerken]

Al in zijn werken La Structure du comportement (1942) en Phénoménologie de la perception (1945) tracht Merleau-Ponty aan te tonen, in tegenstelling tot een traditie die ontstond bij John Locke, dat de waarneming of perceptie niet het causale product is van atomaire sensaties. Deze atomair-causale opvatting was zeer invloedrijk in die tijd, ook in de psychologie, voornamelijk in de stroming van het behaviourisme. Merleau-Ponty was echter van mening dat waarneming een actieve dimensie heeft, in de zin van een primordiale openheid tegenover de leefwereld (Lebenswelt). Zo schrijft hij:

"‘De bewering dat ik een gezichtsveld heb, zegt dat ik door mijn positie toegang heb tot en opensta voor een systeem van bestaande dingen, van zichtbare dingen, dat deze op grond van een soort primordiaal contract en dankzij een gave van de natuur, zonder enige tussenkomst mijnerzijds, aan mijn blik ter beschikking staan, het wil dus zeggen dat het zien voorpersoonlijk is."[3]

Deze primordiale openheid is de kern van zijn pleidooi voor het primaat van de waarneming. De fenomenologie van Husserl stelde dat "al het bewustzijn, bewustzijn van iets is". Hierbij is er dus het onderscheid tussen de "de act van het denken" (de noesis) en "het intentionele object van het denken" (de noema). Deze correlatie tussen noesis en noema is dus de eerste stap in de analyse van het bewustzijn.

Toen Merleau-Ponty echter het postume werk van Husserl bestudeerde (hij heeft een tijd aan het Husserlarchief in Leuven verbleven), merkte Merleau-Ponty echter op dat er bepaalde fenomenen niet in termen van deze correlatie kunnen beschreven worden. Dit is vooral het geval bij iets als het lichaam (dat zowel als object en subject kan gezien worden), tijdsperceptie (bewustzijn van tijd is noch een act van het denken, noch het object ervan) en de Ander (dit komt bijvoorbeeld sterk naar voren in de filosofie van Emmanuel Levinas, de vroegere opvattingen van Husserl brachten hem daarentegen tot solipsisme).

Het onderscheid tussen de act van het denken (noesis) en het intentioneel object van het denken (noema) lijkt op deze manier niet onvoorwaardelijk in allen gevallen te gelden. Het lijkt daarentegen een resultaat de zijn van een hoger niveau van analyse. Merleau-Ponty verschuift zo van de opvatting dat "alle bewustzijn, bewustzijn van iets is" naar de stelling dat "alle bewustzijn, perceptueel bewustzijn is". Op deze wijze legt hij de fundamenten voor een belangrijke verschuiving in de fenomenologie, die zijn basis concepten moet herzien in het licht van dit primaat van de waarneming. Zo stelt hij dat "de oorspronkelijke waarneming een non-thetische, preobjectieve en voorbewuste ervaring is."[4]

Lichamelijkheid[bewerken]

Vertrekkend vanuit de studie van de waarneming, bracht dit Merleau-Ponty tot het inzicht dat iemands eigen lichaam (le corps propre) niet enkel een ding is, een potentieel object als wetenschappelijk studieobject, maar ook een permanente voorwaarde voor ervaring, een onderdeel van de perceptuele openheid naar de wereld toe. Het primaat van de waarneming houdt zo ook een primaat van de ervaring in, in zover dat waarneming als een actief en constituerend dimensie wordt gezien.

Merleau-Ponty betoogt voor een nauwe band tussen lichamelijkheid en bewustzijn, en verder dus van een intentionaliteit van het lichaam, dat hij beschrijft als een "motorische intentionaliteit", dat hij definieert als "een door het lichaam zelf geregeld anticipatie of een vooruitgrijpen op het resultaat."[5]. Dit staat in schril contrast met de traditionele dualistische ontologie van lichaam-geest dat ontstond bij René Descartes.

Merleau-Ponty's visie op lichamelijkheid is nauw verbonden met zijn visie op de ruimte (l'espace) en het primaat van de dieptedimensie (la profondeur), beide aanwezig in de term van Heideggers In-der-Welt-sein (wat Merleau-Ponty être-au-monde noemt) en van iemands eigen lichaam (le corps propre). [6]

De sterke nadruk op het feit dat de lichamelijkheid intrinsiek een dimensie van uitdrukkingsvermogen heeft die fundamenteel blijkt te zijn voor de constitutie van het Ich kwam al naar voren als een van de conclusies in La Structure du comportement (1942), maar komt ook regelmatig terug in het latere werk. Hierop aansluitend gaat Merleau-Ponty verder in op hoe dit lichamelijk subject in staat is om het organische niveau van het lichaam te overstijgen, iets dat zich manifesteert in intellectuele handelingen en onze cultuur.

Invloed[bewerken]

Het werk van Merleau-Ponty heeft onder andere een sterke invloed gehad op de 'heideggeriaanse' contemporaine denker Hubert Dreyfus, die in zijn What computers still can't do een evaluatie geeft van een fenomenologische reflectie op de gang van zaken binnen het vakgebied van de kunstmatige intelligentie. Zijn werk krijgt ook enige aandacht binnen de neuropsychologie. Cognitiewetenschappers als Oliver Sacks en Antonio Damasio tenderen naar een bewustzijns-denken zoals dat bij Merleau-Ponty terug te vinden is.
In Nederland is de filosofie van Merleau-Ponty toegankelijk gemaakt door onder anderen Kees Kwant, Reinout Bakker[7] en Nico Luijpen. Ook heeft zijn werk sterke invloed gehad op F.J.J. Buytendijk. Een hedendaagse (2008) expert is dr. T.M.T. Coolen.

Bibliografie[bewerken]

  • La structure du comportement, Paris, puf, 1942 7e éd. en 1972
  • La Phénoménologie de la perception, Paris, nrf, Gallimard, 1945
  • Humanisme et terreur, Paris, Gallimard, 1947
  • L’union de l’âme et du corps, Chez Malebranche, Biran et Bergson, Vrin, 1968, cours présentés par J. Deprun
  • Sens et non-sens, Paris, Nagel, 1948
  • Les sciences de l’homme et la phénoménologie, Centre de Documentation universitaire, réédité en 1975
  • Les relations avec autrui chez l’enfant, Paris, Centre de Documentation universitaire, réédité en 1975
  • Éloge de la philosophie, leçon inaugurale faite au collège de France, le jeudi 15 janvier 1953, nrf, Gallimard, 1953
  • Signes, nrf, Gallimard, 1960
  • Le visible et l’invisible, publié par Cl. Lefort, Gallimard, 1964
  • L’œil et l’esprit, Gallimard, 1960
  • Résumé de cours (1952-1960), Gallimard, 1968
  • La Prose du monde, Gallimard, 1969.

Vertalingen[bewerken]

  • De wereld waarnemen, uitgeverij Boom, 2003
  • Fenomenologie van de waarneming, uitgeverij Boom, 2009
  • Oog en geest, uitgeverij Parrèsia, 2012

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Marxism and Totality: The Adventures of a Concept from Lukács to Habermas, By Martin Jay (1986), page 361-85
  2. Marxism and Totality: The Adventures of a Concept from Lukács to Habermas, By Martin Jay (1986), page 361
  3. Merleau-Ponty, M., Fenomenologie van de waarneming, Boom, Amsterdam, 2009, p. 292.
  4. Merleau-Ponty, M., Fenomenologie van de waarneming, Boom, Amsterdam, 2009, p. 322
  5. Merleau-Ponty, M., Fenomenologie van de waarneming, Boom, Amsterdam, 2009, p. 174.
  6. Zie voor recent onderzoek rond deze probleemstelling: Nader El-Bizri, "A Phenomenological Account of the ‘Ontological Problem of Space’," Existentia Meletai-Sophias, Vol. XII, Issue 3-4 (2002), pp. 345-364; zie ook de gerelateerde studie rond ruimte en diepte: Nader El-Bizri, "La perception de la profondeur: Alhazen, Berkeley et Merleau-Ponty," Oriens-Occidens: sciences, mathématiques et philosophie de l’antiquité à l’âge classique (Cahiers du Centre d’Histoire des Sciences et des Philosophies Arabes et Médiévales, CNRS), Vol. 5 (2004), pp. 171-184. Zie ook de connectie met Heidegger in: Nader El-Bizri, 'Being at Home Among Things: Heidegger’s Reflections on Dwelling', Environment, Space, Place 3 (2011), pp. 47-71
  7. Zie Bakker, R., Kerngedachten van Merleau-Ponty, J.J. Romen & Zonen, Boeimond, 1969, 242 pagina’s.