Maurice De Wilde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Maurice de Wilde)
Ga naar: navigatie, zoeken

Maurice De Wilde (Ledeberg (Gent), 25 november 1923 - Jette, 22 september 1998) was een Vlaams journalist en televisiemaker. De Wilde werd legendarisch dankzij zijn kritische en geëngageerde reportages die vaak bekroond zijn geweest. Vooral zijn reeksen over het Belgische collaboratieverleden, "De Tijd der Vergelding" en "De Nieuwe Orde" deden heel wat stof opwaaien.

Inhoud

[bewerken] Jeugdjaren

Maurice De Wilde werd geboren als zoon van een spoorwegarbeider. Toen hij zeven was verhuisde hij naar Mechelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep hij atheneum en studeerde Germaanse talen. Hij werd onderwijzer, maar droomde ervan journalist te worden bij de openbare radio-omroep, het N.I.R. De radiozender nodigde hem in 1948 uit voor een korte stage. Daarna werkte De Wilde een tijd voor het persagentschap Belga, keerde terug naar de radio en was vervolgens zes jaar actief als vertaler voor het Ministerie van Economische Zaken. Nadat hij nog een licentiaatsdiploma sociale wetenschappen behaald had begon hij in 1953 bij de pas opgerichte Vlaamse openbare televisieomroep.

Toen reeds, in 1949, kreeg De Wilde het aan de stok met toenmalige administrateur-directeur-generaal Jan Boon. De Wilde zou zich in "grove, beledigende" termen hebben uitgedrukt over het verzet tijdens W.O. II. Volgens Boon had De Wilde gezegd dat "alle weerstanders smeerlappen zijn", wat De Wilde verbeterde als "sommige weerstanders zijn smeerlappen." Alhoewel De Wilde altijd een grote afkeer en haat voor nazi's en collaborateurs had, zag hij ook altijd wel de keerzijde van de medaille. Ook later in zijn reeksen rond de Vlaamse collaboratie stak hij minder van leer tegen de kleine, passieve collaborateurs dan tegen de grote namen.

[bewerken] De jaren vijftig

De Wilde was meteen één van de eerste journalisten die voor het prille televisiejournaal werden aangenomen. Van 1953 tot 1956 was hij nieuwslezer, maar hierna begon hij een groot aantal reportages ter plaatse (door hem "enquêtes" genoemd) te verzorgen.

[bewerken] De jaren zestig

Mid jaren '60 nam hij een groot aantal "enquêtes" af over sociaal-economische problemen in België. Hij werd berucht vanwege zijn voor die tijd bijzonder scherpe en kritische interviews. Met zijn grondige dossierkennis en hardnekkige interviewstijl was hij een buitenbeentje in vergelijking met de veel bravere en gezagstrouwere berichtgeving op de Vlaamse televisie. De Wilde zette zich in om "de waarheid" te weten te komen en bleef vaak doorvragen als hij geen antwoord kreeg. Het bezorgde hem veel moeilijkheden, zowel met de overheid als met de BRT. Hij kreeg het vaak aan de stok met Paul Vandenbussche.

Zo werd zijn uitzending Mijnalarm (1966) rond de mijnwerkersstakingen in Zwartberg, Limburg uitgesteld en tenslotte pas in gecensureerde versie uitgezonden. De BRTN struikelde vooral over het feit dat De Wilde de socialistische vicepremier Antoon Spinoy twee keer dezelfde vraag had gesteld omdat Spinoy hierop geen antwoord had gegeven.

Een nieuwe rel ontstond naar aanleiding van De Wildes reportage rond de havens: Geen mammoets voor Antwerpen (soms ook Geen mammoets in de haven genoemd) (1967). Tijdens zijn verslag merkte hij op dat minister van Openbare Werken Jos De Saeger zijn ambtenaren verboden had aan de reportage mee te werken en daarnaast ook zelf weigerde voor de camera's te verschijnen. De BRTN liet De Wilde hierop zeven jaar lang de eindredactie verzorgen.

Dure elektriciteit leidde tot een proces met CVP-politicus Van den Daele over het eigendomsrecht van televisie-interviews, een geding dat uiteindelijk zou leiden tot een gezaghebbende uitspraak van het Hof van Cassatie in het voordeel van De Wilde en de BRT.

Op de BRT maakte hij geen promotie en mocht minder grote reportages maken. Hoewel hij zich ongelukkig voelde, wees hij in 1968 een verkiesbare plaats op de VU-kamerlijst af, omdat hij liever journalist bleef. Dat hij ooit de overstap naar de politiek overwogen heeft, had vooral te maken met het feit dat hij op dat moment tot journalistiek routinewerk op de redactie gedwongen werd. Korte nieuwsflitsen waren niets voor hem.

In de woorden van de voormalige directeur Informatie Karel Hemmerechts: Maurice wilde een soort Balzac van de televisiejournalistiek worden.

Zijn onthullende enquêtes uit de jaren ’60 waren de langste die de Vlaamse televisie tot dan toe gebracht had. De meeste daarvan pasten in een cyclus die de veelzeggende titel "Anatomie van België" droeg. De Wilde heeft die cyclus nooit kunnen afmaken.

[bewerken] De jaren zeventig

Tijdens de jaren zeventig werd de gedreven onderzoeksjournalist op de nieuwsredactie geplaatst en leek hij professioneel uitgebrand. Veel van zijn reportages waren gecensureerd of hadden geleid tot processen of conflicten met de overheid of de BRT-top. Tegelijkertijd had ook veel prijzen gewonnen voor zijn journalistiek werk.

Men liet hem voortaan in het buitenland reportages verzorgen. Tijdens de staatsgreep van Augusto Pinochet in Chili (1973) was De Wilde verslaggever ter plaatse. Hij wierp toen enkele van de politieke gevangenen die in een voetbalstadion werden gevangen gehouden uit medelijden een pakje sigaretten toe. Wat hem vooral choqueerde was het feit dat de gevangen in bedwang werden gehouden met Belgische FAL-geweren. Dit leidde ertoe dat hij een jaar later de reportage "De één zijn dood, de andere zijn brood" (1974) draaide rond de Belgische wapenindustrie.

In 1974 mocht hij van de BRT samen met geschiedkundige Etienne Verhoeyen een documentairereeks draaien rond de Belgische collaboratie. In totaal werkte hij 20 jaar aan 60 afleveringen rond het thema. Het project zou zijn levenswerk worden en pas in 1982 werden de eerste reeksen op televisie vertoond. De Wilde spitte heel wat dossiers en archieven door om informatie te verzamelen.

[bewerken] De jaren tachtig

In 1982 presenteerde De Wilde zijn eerste uitzending over Belgiës collaboratieverleden tijdens de Tweede Wereldoorlog : "De Nieuwe Orde". Deze en de reeksen die volgden: "De Verdachten", "De Collaboratie", "Het Verzet", "De Oostfronters" en "De Tijd der Vergelding" deden heel wat stof opwaaien.

De Wilde interviewde voor deze reeksen 300 getuigen en voerde lange mono- en dialogen met hen. Enkele van de meest spraakmakende figuren die geïnterviewd werden waren Maurice Naessens, Jef van de Wiele en Léon Degrelle. Zijn reeksen over de Tweede Wereldoorlog maakten veel indruk door de lange monologen en de opmerkelijke documentatie.

Er volgde heel wat protest en kritiek vanuit Vlaams-nationalistische en katholieke hoek: de pers (Gazet van Antwerpen, De Standaard, 't Pallieterke,...), de politiek (ex-CVP-voorzitter Robert Houben) en op 28 april reageerde zelfs Leopold III op De Wildes uitzendingen. Hij was niet opgezet met de wijze waarop De Wilde zijn rol in de collaboratie had blootgelegd en besloot geen woord los te laten over de hele kwestie.

Ondanks de kritiek op De Wilde als "journalist die blijft vragen tot hij hoort wat hij wil horen" en het linkse etiket dat hem werd opgekleefd, was De Wilde in zijn reportages altijd even kritisch geweest tegenover de socialistische partij als ten opzichte van andere partijen. Bovendien heeft men hem nooit op een fout in zijn dossiers betrapt. Hij verdedigde zijn interviewstijl met de woorden: "Ik geloof nooit dat mensen spontaan de waarheid vertellen."

De veelbesproken reportages waren hoe dan ook zeer belangrijke historische reportages en speelden een grote rol in de erkenning van mondelinge geschiedenis in Vlaanderen. Hij ontving er veel prijzen voor en zelfs een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit van Brussel (VUB).

[bewerken] De jaren negentig

Alle heisa rond zijn werk eiste veel van De Wildes gezondheid. In 1983 kreeg hij een hartaanval en in 1986 werd bij hem kanker vastgesteld. In 1988 had hij zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar bleef desondanks nog werken tot 1991. Toen werd hij definitief met pensioen gestuurd.

Zijn laatste reeks rond de collaboratie, "De Repressie" (1991), deed opnieuw stof opwaaien. De BRTN verbood zelfs de eerste aflevering omdat De Wilde zich zo had vastgebeten op de wandaden van het Belgische verzet. Ook andere mensen verweten hem dat hij te fel van leer trok tegen sommige weerstanders en een nauwelijks verholen pleidooi voor amnestie voor collaborateurs hield.

Toen deze laatste afleveringen afgerond waren had De Wilde nog steeds niet het gevoel klaar te zijn met zijn onderzoek naar de collaboratie. Hij betreurde het altijd dat hij nooit reportages had kunnen maken rond de bevrijding van Tongeren, Cyriel Verschaeve, Irma Laplasse, Leo Vindevogel en Dom Modest van Assche. Ook de economische collaboratie heeft hij nooit mogen onderzoeken.

In 1998 overleed hij op 74-jarige leeftijd aan kanker.

[bewerken] Eerbewijzen

Maurice De Wilde is wellicht de meest bejubelde journalist die België ooit gekend heeft. Hij ontving meer dan tien prijzen voor zijn televisiewerk, ook van Franstalige zijde. Hij mocht - vrij uniek voor een journalist - een eredoctoraat in ontvangst nemen aan de Vrije Universiteit Brussel. Die grote waardering was zonder twijfel de erkenning van inzet en talent, maar ook een gevolg van de grote ruchtbaarheid die zijn reportages kregen, zelfs nog voordat ze vertoond werden.

In 1982 ontving hij de Geuzenprijs en werd hij gehuldigd omwille van zijn niet-aflatende inspanningen om de waarheid kenbaar te maken, spijts alle druk en tegenkantingen. In 1992 was hij de eerste laureaat van de Gentse Prijs voor de Democratie, initiatief van Democratie 2000 en de vzw. Trefpunt.

Twee van zijn programma's werden bekroond met de HA! van Humo: 'De Nieuwe Orde' (in 1982) en 'De Tijd der Vergelding' (in 1988)

[bewerken] Prijzen

[bewerken] Trivia

  • Zijn bijnaam was "de pitbull van de Vlaamse televisie". Andere koosnaampjes die men hem in de loop der jaren gaf waren "de inquisiteur", "de substituut van krijgsheer-auditeur ten velde" en "de hertog van Alva van de BRTN".
  • Eén van De Wilde's medewerkers, Filip Van Meerbeeck, vertelde ooit volgende anekdote: "Als Maurice De Wilde iemand wilde interviewen, dan gaf hij niet gauw op. Legendarisch is de brief die een Antwerpse collaborateur destijds naar de BRT stuurde. 'Hij wilde niet weggaan. Ik heb hem als ne vuilen hond van mijnen hof moeten stampen.', schreef de man. Om u maar te zeggen hoe volhardend Maurice was."
  • Een andere anekdote betrof De Wilde's interview met voormalig VNV-kopstuk Bert Peleman. Om goede opnames te krijgen, besloot De Wilde om het gezicht van zijn gesprekspartner met een spot te belichten. Urenlang vuurde hij zijn vragen af op Peleman. Na afloop kreeg de BRT een schadeclaim van Peleman in de bus omdat het felle licht hem "dagenlang verblind en verbrand zou hebben."
  • In 2005 eindigde hij op nr. 335 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg, buiten de officiële nominatielijst.

[bewerken] Bronnen

  • BOUVEROUX, Jos, Overlijdensbericht in "De Standaard", 24 september 1998, blz. 14
  • VAN DEN BROECK, Karel, Overlijdensbericht in "De Morgen, 24 september 1998.
  • VAN DEN BROUCKE, Sander, Overlijdensbericht in "Het Nieuwsblad", 24 september 1998, blz. 15
  • VOS, Wim, Overlijdensbericht in "De Gazet van Antwerpen", 24 september 1998, blz. 9
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren