Maurits' veldtocht van 1597
| Maurits' veldtocht van 1597 | ||||
| Conflict | Tachtigjarige Oorlog | |||
| Datum | 1597 | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
|
||||
| Leiders | ||||
|
||||
| Situatie in de Nederlanden rond 1597 | ||||
Maurits veldtocht van 1597 was de succesvolle veldtocht die Maurits van Oranje ondernam met zijn leger in het oosten van de Republiek, van augustus tot en met november 1597. De veldtocht van 1597 was achteraf de succesvolste veldtocht van Maurits in de Tachtigjarige Oorlog.
Inhoud |
Voorgeschiedenis [bewerken]
De Staatse partij was al een aantal jaar aan de winnende hand in de Nederlanden. Ze veroverden grote gebieden ten opzichte van Spanje. Het grootste succesjaar tot dan toe was 1591, toen Maurits zijn eerste veldtocht begon. Hij veroverde in dat jaar vijf vestingsteden die strategisch lagen ten opzichte van de vaarwegen, zoals de IJssel en Waal. De jaren erna veroverde hij gebieden in het noorden en zuiden van de Nederlanden, waarbij de verovering van Groningen in 1594 het grootste succes was. 1595 was het geplande jaar voor een grootse veldtocht, maar deze mislukte al direct bij de eerste belegering, omdat de oude Spaanse veldheer Mondragon met zijn leger tussenbeide kwam. 1597, een jaar na de dood van Mondragon, werd het jaar voor een nieuwe veldtocht.
Veldtocht [bewerken]
Januari 1597 behaalde Maurits direct een groot succes. Tijdens de slag bij Turnhout werd een groot deel van het Spaanse leger verrast en verslagen. Hierdoor nam de kans op een aanval op Zeeland aanzienlijk af. De Staten-Generaal gaven daarna Maurits niet direct de opdracht voor een nieuwe veldtocht, in verband met geldproblemen. Wel werd een poging ondernomen om Venlo in te nemen middels een list, vergelijkbaar met het Turfschip van Breda. Deze aanval kon echter afgeslagen worden door de Spaanse troepen samen met de bevolking. De rest van het voorjaar werden Maurits' troepen in de kazernes gehouden. De kans was aanwezig dat de Engelse soldaten terug werden geroepen. Echter na een uitspraak van de Franse gezant Buzanval, die zei dat de Franse troepen teruggehaald werden en zo de republiek meer kosten moesten maken, werden de gewesten gedwongen om financieel meer bij te dragen. Daardoor was er ook geld voor een nieuwe veldtocht, die op 31 juli door de Staten-Generaal werd goedgekeurd, en Maurits door het oosten van de Nederlanden leidde. Bij de veldtocht nam Maurits ook zijn halfbroer Frederik Hendrik mee, die later in de Tachtigjarige Oorlog furore zou maken.
De Franse troepen werden terug geroepen, omdat in Frankrijk de Hugenotenoorlog woedde en de Franse koning Hendrik IV zijn troepen hard nodig had in de strijd tegen de Spanjaarden. De Fransen hadden een beleg opgezet bij de stad Amiens. Hendrik IV vroeg daarnaast of de Staten-Generaal van de Nederlanden extra soldaten naar Frankrijk kon sturen. De Republiek betaalde al een leger van 4000 soldaten dat in Frankrijk actief was om te strijden tegen de Spanjaarden. Dit was volgens het verdrag wat de Republiek in 1596 had gesloten met Engeland en Frankrijk, de Triple Alliantie. De Spaanse landvoogd van de Nederlanden Albrecht van Oostenrijk moest een keuze maken waar hij zijn leger in moest gaan zetten. Of Amiens ontzetten of de strijd tegen de Republiek opvoeren. Een extra probleem was dat de Spanje het jaar ervoor voor de derde keer failliet was gegaan, waardoor er weinig geld beschikbaar was en onder de troepen muiterij plaatsvond. Albertus koos voor Amiens, waardoor de Spaanse steden in de Republiek op zichzelf aangewezen waren en vaak al verzwakt waren.
Alphen en Rijnberk [bewerken]
Maurits had beschikking over een leger van 7.000 soldaten en 1.200 ruiters. Deze vertrokken op 4 augustus Vanuit Arnhem naar de Schenkenschanz, daar voegden zich schepen bij het leger beladen met veertig stuks geschut, kurkbruggen, en krijgsbehoeften. Frederik Hendrik neemt op een leeftijd van 13 jaar voor het eerst deel aan een veldtocht. Omdat de Staten in voorgaande jaren steeds hun plannen wijzigden lieten de Staten Generaal het beleid in handen van beide stadhouders en de Raad van State. Zij weigerden zelfs Gedupteerden te Velde te benoemen, ondanks de uitnodiging van Maurits.
Maurits besloot eerst Rijnberk aan te vallen, omdat vanuit die richting de noordelijk gelegen steden in het oosten Graafschap Zutphen, Twente en het Graafschap Lingen makkelijker in te nemen waren. Bij het passeren van de stad Alphen werd stad en kasteel bij verdrag ingenomen. Amalia van Nieuwenaar-Alpen (de weduwe van Hendrik van Brederode en Frederik III van de Palts), vrouwe van Alphen moest een neutraliteits verdrag tekenen, en zich afzijdig houden van de opstand. Dit bracht voor de Heerlijkheid Alphen een tijd van consolidatie. Zo kon het zijn dat Maurits al op 10 augustus voor Rijnberk stond. Hij ging meteen tot de aanval over. Vanuit Rijnberk werden grote aantallen berichten verspreid over het achterland. Na een belegering van tien dagen viel de stad op 20 augustus.
Meurs [bewerken]
Na Rijnberk trekt Maurits naar Grol toe, maar volgt deze weg wel via Meurs. Na een insluiting van de stad en het aanleggen van loopgraven, werd de gracht volgegooid, waardoor troepen de stad konden bestormen. Voordat de bestorming plaats kon vinden, gaf de stad zich op 3 september over aan de troepen van Maurits.
Grol [bewerken]
Op 11 september komt Maurits aan bij Grol. Hij had in 1595 al geprobeerd om de stad in te nemen, maar toen kwam Cristóbal de Mondragón met een ontzettingsleger, waarna Maurits zijn beleg opbrak. Grol was een vestingstad, strategisch gelegen in een moeilijk bereikbare regio. Na een zeventien dagen durende strijd, waarin Maurits de gracht weet af te tappen en vele galerijen tegen de stadsmuur lukt aan te bouwen, geeft de gehavende stad zich op 28 september over. Maurits liet ook een deel van het leger naar Goor trekken om deze plaats in te nemen. De Spanjaarden waren al vertrokken, waardoor dit geen krachten kostte.[1]
Bredevoort [bewerken]
Vanuit Grol trok Maurits naar het iets zuidelijker gelegen Bredevoort. Waar Grol al bij een moerassige omgeving lag, zo lag Bredevoort in het moeras. Hierdoor kon Maurits de stad moeilijker veroveren, maar beoordeelde de Spaansgezinde bevelhebber Hendrik van den Bergh dat hij onmogelijk met een ontzettingsleger de stad kon bevrijden. Tevens zorgde de moerassige omgeving ervoor dat Maurits de stadsgracht van Bredevoort niet kon dempen. Met behulp van een kurkbrug konden de Staatse troepen de gracht over komen en kon de stad, na een zeer bloedige strijd, tot overgave worden gedwongen op 9 oktober. De dagen erna werd Bredevoort door de Staatse troepen geplunderd en door een onvoorzichtigheid ontstond er ook nog een stadsbrand.
Enschede [bewerken]
Na een aantal dagen in Bredevoort verbleven te zijn, was nu Twente aan de beurt. Via Stadtlohn, Ahaus, Epe en Gronau[2] kwam Maurits bij Enschede aan en dreigde hij dat de stad dezelfde toestanden zou moeten doorgaan als Grol en Bredevoort, wanneer zij zich niet direct zou overgeven. Na het bekijken van Maurits geschut en een nachtelijk beraad, besloten de Spaansgezinde troepen zich zonder slag of stoot over te geven aan Maurits op 19 oktober.
Ootmarsum [bewerken]
Maurits zond, na de overgave van Enschede, overste Arent van Duivenvoorde naar Ootmarsum, om deze stad in te nemen. Deze stad weigerde zich echter over te geven, ook na hetzelfde dreigement dat Enschede had gekregen. De dag erna arriveerde vier kanonnen die de stad konden gaan beschieten. Vanuit de stad was er al die tijd hevig geschoten, dat al een aantal levens had gekost. Na het afschieten van drie sommeringsschoten en het overhandigen van de eisen van Maurits, gaf de stad zich alsnog op 21 oktober over.
Oldenzaal [bewerken]
Waar overste Van Duivenvoorde naar Ootmarsum was getrokken, was Maurits met een deel van het leger naar Oldenzaal getrokken. De stad verzet zich vier dagen tegen Maurits, maar is zwaar in de minderheid. Daarnaast heeft de stad maar één kanon tot haar beschikking.[3] Op 23 oktober geeft Oldenzaal zich over aan Maurits.
Lingen [bewerken]
De laatste vesting die Maurits verovert tijdens zijn zeer succesvolle veldtocht in 1597 is Lingen. Deze stad, onder leiding van Frederik van den Bergh weet hij ook tot overgave te dwingen, nadat hij al tot de stadsgracht genaderd was. Na ondertekening van de overgave op 12 november en inname van de stad, stuurt Maurits zijn troepen naar de winterkwartieren.
Verder verloop [bewerken]
Maurits' overwinningen betekenden een enorme opsteker voor de Republiek der Nederlanden. Er werd gesproken over 'het sluiten van de Tuin van de Republiek'. De veldtocht is het succesvolste jaar van wat later Tien Jaren zou gaan heten.
-
Gouden herdenkingsmunt in Fries Museum van deze veldtocht.
| Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen
pag. 49
Referenties
|