Max Liebermann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Max Liebermann in 1904
Max Liebermann woonde en werkte in dit zomerhuis aan de oever van de Wannsee.

Max Liebermann (Berlijn, 20 juli 1847 - aldaar, 8 februari 1935) was een Duitse schilder.

Leven[bewerken]

Max Liebermann was de zoon van een Joodse zakenman. Vanaf 1868 volgde Liebermann onderricht aan de academie van Weimar. In 1873 ging hij naar Parijs en later naar Barbizon. Hij ontmoette Munkácsy, Troyon, Daubigny, Corot, Millet en Manet. Van 1874 tot 1914 schilderde hij in de zomer in Nederland, soms samen met Isaac Israëls. Vooral Laren, Scheveningen en Noordwijk. Van 1899 tot 1911 was hij voorzitter van de Berliner Sezession. Van 1920 tot 1933 was hij voorzitter van de Pruisische academie. Vanwege zijn Joodse achtergrond moest hij in 1933 aftreden.

In zijn werk is een overgang van realisme naar impressionisme zichtbaar.

Werk[bewerken]

Liebermann was meer dan zestig jaar actief en maakte zo’n 1200 olieverfschilderijen. De eerste decennia van zijn carrière werd zijn werk door de kritiek verguisd, hij schilderde toen nog naturalistisch. Het was niet een gebrek aan vakmanschap dat de critici deed steigeren, wél de keuze van zijn onderwerpen: vrouwen die ganzen plukken of groenten wassen, zulke dingen schilderen dééd men niet. Bijbelse taferelen, maar toch geen boerin die haar varken voert! Jarenlang werd Liebermann de ‘apostel van de lelijkheid’ genoemd. Toch was hij baanbrekend en avant-gardistisch. Toen hij later portretten schilderde, vaak in opdracht, werden ook die neergesabeld omdat de kunstenaar weigerde zijn modellen te idealiseren. Het echt impressionistische werk kwam pas eind 1800. In Nederland liet hij zich inspireren door de weidse landschappen, de zee en het strand. In 1910 bouwde hij een zomerhuis aan de oever van de Wannsee, vanaf die tijd tot aan zijn dood schilderde hij voornamelijk zijn zelfontworpen tuin. De bloemem had hij uitgekozen met het oog op wat hij wilde schilderen. Liebermann was één van Duitslands toonaangevende impressionisten, hij was rijk genoeg om onafhankelijk heel zijn leven aan de kunst te kunnen wijden.

Citaten[bewerken]

  • "Ach, wissen Se, ick kann jar nich soville fressen, wie ick kotzen möchte." ("Ach, weet U, ik kan helemaal niet zoveel vreten als ik zou willen kotsen." - Bij de machtsovername door Hitler, toen de SA - de bruinhemden - langs zijn deur marcheerde.)
  • "Nach meiner Überzeugung hat Kunst weder mit Politik noch mit Abstammung etwas zu tun." - (1933, bij zijn gedwongen uittreden uit de Pruisische academie)

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]