Maxwell Davenport Taylor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maxwell Taylor

Maxwell Davenport Taylor (Keytesville (Missouri), 26 augustus 1901 - Washington D.C., 19 april 1987) was een Amerikaanse generaal-majoor. Hij werd op 14 november 1946 bij Koninklijk Besluit door koningin Wilhelmina benoemd tot Ridder in de Militaire Willems-Orde.

Taylor krijgt zijn militaire opleiding aan de United States Military Academy in West Point van 1918-1922.

1922[bewerken]

In 1922 gradeerde hij op de Militaire Academie van West Point als vierde in een klas van 122 leerlingen. In de dertiger jaren diende hij onder Vinegar Joe Stilwell in China, waar hij redelijk Chinees leerde spreken.

Tot zijn verbazing werd Taylor desondanks niet naar de Pacific gezonden, toen de oorlog uitbrak, maar diende als artilleriecommandant van de 82e Airborne Divisie. In deze functie maakte hij de invasie van Sicilië mee. Ook speelde hij een belangrijke diplomatieke rol bij de overgave van Italië.

1943[bewerken]

Taylor werd in 1943 op een geheime missie naar Italië gestuurd om de acties van de 82nd Airborne Division met de acties van het Italiaanse leger bij Rome te coördineren. Hij ontmoette o.a. president Marshal Pietro Badoglio, die een overeenkomst met de Geallieerden sloot, zodat hij zich in de oorlog tegen Duitsland aansloot. Op het laatste moment bleek het een zelfmoordactie te worden aangezien de Duitsers al ter plekke waren. Taylor annuleerde de plannen en redde hierdoor veel levens. Zijn reis door het door de Duitsers bezette Italië leverde hem het DSM-kruis op. Doordat Major General William Lee, de vader van de U.S. Airbornes, door een hartaanval de 101ste Airborne Divisie niet meer kon aanvoeren voor de landing in Normandië, werd generaal majoor Taylor tot commandant benoemd.

1944[bewerken]

Taylor werd toen bevelhebber van de 101e Luchtlandingsdivisie, een luchtlandingseenheid die toen nog in Engeland trainde en later tijdens Operatie Overlord met zweefvliegtuigen en per parachute in Normandië afdaalde. Hij was ook betrokken bij enkele beslissende campagnes in Normandië en Italië. Alhoewel Taylor van de rivaal, de 82e Divisie kwam werd hij hartelijk ontvangen. Taylor, geen parachutist in hart en nieren ("I'd like to around with guys who like to jump"), had een veilige doch eenzame landing in Normandië. Hij landde in een wei tussen de koeien, die hem als een vreemde indringer aangaapten. Maar met behulp van de fameuze crickets ontmoette hij de eerste paratrooper, die hij als een verloren vriend omhelsde. "Vanaf dat moment was het gedaan met Europa".

De belangrijkste taak van de 101ste Divisie was het veroveren van de vier wegen die naar Utah Beach leidden. Aan de zuidflank leidde Taylor zelf een groep van ongeveer 90 paratroopers, onder wie generaal Higgings, generaal Mc Auliff en kolonel Ewell. Taylor merkte op dat "never so few were led by so many".

Er waren zo'n 3800 slachtoffers te betreuren, maar de 101ste onderscheidde zich in het gevecht. Taylor was een Eager Beaver, altijd op zoek naar taken voor zijn divisie, zo werd Market Garden de volgende operatie.

Tijdens de gevechten van de 101st Airborne Division in het gebied van Eindhoven in de periode na 17 september 1944 heeft Taylor de Militaire Willems-Orde verdiend. Het Koninklijk Besluit van 14 november 1946 nr 35 vermeldt dat Taylor "zich in den strijd door uitstekende daden van moed, beleid en trouw op de volgende wijze onderscheiden door als commanderend generaal van de 101ste Luchtlandingsdivisie van overleg, initiatief, gezond oordeel en grote bekwaamheid blijk te geven toen hij zijn plannen voor een parachutistenlanding in Nederland ontwierp en tot uitvoering bracht. Van 17 september 1944 tot 28 november 1944 traden zijn moed en zijn vastbeslotenheid om te slagen in het licht bij de talrijke malen, dat hij zijn troepeneenheden aan het front bezocht; hij raakte gewond door een mortierprojectiel toen hij zijn slaags geraakte troepen inspecteerde. Zijn tactisch deugdelijke plannen en buitengewone bekwaamheid stelden zijn troepen in staat hun doel op de Duitsers te veroveren en het binnendringen van de vijand in de stellingen te voorkomen. Zijn werk heeft bijgedragen tot de bevrijding van dat deel van Nederland, waarin hij was binnengevallen.

Na WOII[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog was Taylor als hooggeplaatst militair betrokken bij de Koreaanse Oorlog en de Vietnamoorlog. Onder president Kennedy werd hij voorzitter van het comité van chef van staven. Na een bezoek aan Vietnam in gezelschap van diens medewerker Walt Rostow adviseerde hij het inzetten van Amerikaanse gevechtstroepen. Uitvoering van zijn advies betekende een keerpunt in de Amerikaanse politiek.
Onder president Johnson werd Taylor van 1964 tot 1965 ambassadeur in Zuid-Vietnam.

Op 85-jarige leeftijd is Taylor in Washington overleden. Minister van Defensie Caspar Weinberger prees hem als "een van de grote militairen in de Amerikaanse geschiedenis".

Bronnen, noten en/of referenties