McCarthyisme
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
McCarthyisme is een term voor een periode van anticommunistische verdachtmakingen in de Verenigde Staten van Amerika die duurde van 1940 tot midden jaren vijftig. De term is een afgeleide van senator Joseph McCarthy, een republikein uit Wisconsin.
De periode van het McCarthyisme wordt ook wel eens de tweede Red Scare genoemd. Het is een periode van verhoogde angst voor communistische invloeden in Amerikaanse instellingen, spionage door de Sovjet-agenten, het succes van de Chinese burgeroorlog (1949) en de Koreaanse oorlog (1950 1953) waren de aanleiding voor het McCarthyisme.
Gedurende deze periode werden verscheidene mensen van verschillende rangen en standen, meestal werkzaam in de filmindustrie, staatsinstellingen of het onderwijs beschuldigd van communisme of sympathiseren met het communistische gedachtegoed. Ze werden slachtoffer van agressieve onderzoekstechnieken en ondervragingen, door allerhande regerings- of particuliere panels, comités en agentschappen. Verdachtmakingen werden vaak als waarheden aangenomen ondanks een gebrek aan voldoende bewijs. De graad van verdachtmaking hing af van de echte of veronderstelde linkse associaties of geloof van de persoon, en werd vaak overdreven. Velen raakten door de beschuldigingen hun werk kwijt, hun carrière werd verwoest, en velen werden zelfs gevangen gezet. De meeste van deze straffen kwamen er door een proces en een gerechtelijke uitspraak, die later ongedaan gemaakt werden. Op basis van ongrondwettelijkheid.
Inhoud |
[bewerken] Etymologie van McCarthyisme
De historische periode van het McCarthyisme begon nog voor McCarthy er zijn aandeel in had. Er zijn veel factoren die kunnen bijgedragen hebben tot het McCarthyisme, sommige redenen gaan zelfs terug tot de eerste red scare (1917 1920) En tot de interceptie van het communisme als een erkende politieke kracht. Dankzij de oprichting van vakbonden, en de vroege oppositie tegen het fascisme, groeide de Communistische Partij van de Verenigde Staten aan leden gedurende de jaren 1930, met een piek van 50.000 leden in 1942. De Verenigde Staten waren verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog, en zochten een bondgenoot bij de Sovjet-Unie. De kritiek die de Verenigde Staten hadden op het communisme werd gedurende die tijd stil gehouden. Bij het einde van wereldoorlog twee, begon de koude oorlog De communisten installeerden repressieve vazalstaten doorheen centraal en Oost-Europa. De spanningen namen toe tot een dramatische proportie in 1948 wanneer de Sovjet-Unie de doorgang naar West-Berlijn blokkeerde.
De gebeurtenissen tussen 1949 en 1950 dienden de verscherpte angst voor de communistische dreiging in de Verenigde Staten. De Sovjet-Unie experimenteerde en vervaardigde een atoombom in 1949 wat veel sneller was dan vele analisten hadden verwacht, dat ze de technologie zouden kunnen ontwikkelen. Ook in 1949 kreeg het communistische leger van Mao Zedong de controle over het vasteland van China. Ondanks grote financiële steun aan de oppositie Kwomintang door de Verenigde Staten. In 1950 begon de Koreaanse oorlog waarbij de V.N. Amerika en Zuid-Korea vochten tegen communisten uit Noord-Korea en China. 1950 was ook een periode dat er veel aan spionage werd gedaan, voornamelijk door de Sovjet-Unie tegen de verenigde Staten van Amerika. In januari 1950 werd Alger Hiss een hoge functionaris van het State Department veroordeeld wegens meineed. Hij werd schuldig bevonden aan spionage en hoewel de verjaring van deze misdaad bereikt was, werd hij veroordeeld voor meineed omdat hij schijnbaar gelogen had, wanneer hij de tenlastelegging ontkende, in vorige verklaringen aan House Committee on Un-American Activities. In Engeland bekende Klaus Fuchs het plegen van spionage in opdracht van de Sovjet-Unie gedurende zijn werkzaamheden aan het Manhattan Project aan de Los Alamos gedurende de oorlog. Julius en Ethel Rosenberg werden gearresteerd op beschuldiging dat ze atoombomgeheimen gestolen hadden voor de Sovjet-Unie.
Er waren ook meerdere subtielere invloeden die het McCarthyisme aanmoedigden. Het was lange tijd de gewoonte van de wat meer conservatieve politici om te verwijzen naar liberale standpunten als wetten tegen kinderarbeid, en vrouwenrechten als communistisch, en rode complotten. Dit werd zeker waar toen president Franklin Delano Roosevelt een nieuw beleid trachtte te bevestigen met zijn New Deal. Vele conservatieven plaatsten de New Deal onder het socialisme of het communisme en zagen in de New Deal het ultieme bewijs dat de regering zwaar beïnvloed werd door communisten tussen de raadgevers van Franklin D.Roosevelt. In het algemeen was de vage definitie van gevaarlijke communistische beïnvloeding een meer retorisch thema bij anti-Communistische politici, dan spionage, of enig andere specifieke activiteit.
[bewerken] Senator Joseph McCarthy zijn bijdrage aan het McCarthyisme
Joseph McCarthy zijn invloed op het fenomeen dat zijn naam zou dragen begint bij een speech die hij hield op Lincon Day (9 februari 1950) op een republikeinse bijeenkomst van de vrouwen vereniging in Virginia hij toonde een lijst dat hij zou hebben met al de namen van bekende communisten, die voor de State Department werkten. McCarthy wordt gequoteerd als zeggende I have here in my hand a list of 205 people that were known to the Secretary of State, as being members of the Communist Party, and who, neverthelesse, are still working and shaping the policy of the State Department( ik heb hier een lijst in mijn handen van 205 mensen die bekend zijn bij de staatssecretaris als leden die lid zijn van de Communistische Partij. En zij zijn niettegenstaande deze informatie nog steeds werkzaam en geven vorm aan de State Department). Deze speech resulteerde in een enorme toevloed van media- en persbelangstelling voor McCarthy en zette hem op het pad dat de rest van zijn carrière en leven zou karakteriseren. Het eerste geschreven bewijs van de term McCarthyisme was in een politieke cartoon van de Washington Post op 29 maart 1950 door de cartoonist Herbert Block hij tekende vier leidende republikeinen die een olifant (het symbool van de republikeinse partij) probeerden te duwen op een stapel van tien pek emmers, waarbij de bovenste emmer McCarthyism gelabeld was.
[bewerken] De McCarthyisme Instituten
Er waren vele anti-communistische comités, panels, en loyaliteit onderzoeksbureaus in de verschillende echelons van het beleid, zowel federaal, provinciaal, als gemeentelijk bestuur. Er waren ook vele private agentschappen die onderzoek deden naar de vraag van firma's die bezorgd waren over mogelijke communisten tussen hun werknemers.
[bewerken] Loyaliteitsrapporten van Truman
Op het federale vlak installeerde president Truman een programmarapport omtrent de loyaliteit van zijn federale werknemers, in 1947 Truman's Executive Order die de rapporten bewerkten stelde vast aan de hand van de resultaten dat als er enige grond van een vermoeden dat de werknemer niet loyaal is aan de Amerikaanse regering ontzet werden uit hun baan. Truman, een democraat, handelde naar de republikeinse opmars bij de Congressional election van 1946, en voelde de nood om de groeiende kritiek van de conservatieven en de anti-communisten te counteren. Gelijkaardige loyaliteitsrapporten vonden hun ingang in verschillende gemeentelijke en provinciale besturen alsook enkele private industrieën doorheen het land.
[bewerken] Eisenhower de verstrenging
Wanneer president Eisenhower in 1953 zijn positie opneemt als president van de Verenigde Staten verstrengde en breidde hij de loyaliteitsrapporten van Truman uit. Hij zorgde ervoor dat de werknemers minder mogelijkheden hadden om tegen hun ontslag in te gaan bij een negatief rapport. Herman Bingham die in The Civil Service Commission Loyalty Review Board zetelde verklaart later dat hij gedwongen werd om de nieuwe regels toe te passen als just not the american way to do thing's. In 1958 werden uitgerekend dat er ongeveer één op vijf werknemers in de Verenigde Staten het slachtoffer werd van de loyaliteitsrapporten. de Attorney General begon een lijst te verzamelen van van subversieve organisaties beginnende in 1942. De lijst werd publiek bekend in 1948. Het bevatte toen maar liefst 78 items. Op zijn hoogetpunt bevatte de lijst 154 organisaties, waarbij 110 van de organisaties geïdentificeerd waren als Communistisch. Lidmaatschap bij een genoteerde organisatie riep vragen op, maar niet beschouwd als disloyaal tegenover de Amerikaanse regering. Een van de meest voorkomende redenen van vermoeden van communisme was het lidmaatschap van de Washington Bookshop Association een links-aanleunende organisatie dat lectuur ter beschikking stelde, boekbesprekingen hield, en waar men naar klassieke muziek kon luisteren, en die serieuze afprijzingen hield op boeken.
In het Congress werden verscheidene onderzoeken bevolen naar Communistische activiteiten. de meest notabele en beruchtste onderzoekorganen waren House Committee on Un-American Activities, Senate Internal Security Subcommittee en Senate Permanent Subcommittee on Investigations tussen (1949 en 1954) werden er een 109 zulks onderzoeken uitgevoerd door deze onderzoekscomités en andere in opdracht van het Congress.
[bewerken] HUAC
Was de meest prominente en actieve regeringsgroep die betrokken was met het anti-Communisme onderzoeken. Opgericht in 1938 toen nog bekend als de Dies Committee en voorgezeten door Martin Dies tot 1944. HUAC onderzocht een grote verscheidenheid aan activiteiten, onder andere de activiteiten van Duits-Amerikaanse Nazi's tijdens de tweede wereldoorlog. Het Committee concentreerde zich nadien op het communisme, beginnende met een onderzoek naar Communisten in het Federal Theatre Project in 1939. HUAC bereikte zijn grootste faam en beruchtheid met zijn onderzoek in de Hollywood filmindustrie In oktober 1947 begon HUAC film acteurs, regisseurs, en script schrijvers te dagvaarden om te getuigen in verband met het Communistische geloof, associaties naar henzelf,verklaringen, en peilingen naar hun kennissen. Het was bij deze getuigenissen dat er een bepaalde vraag bekend werd als de $64 vraag Are you now or have you ever been a member of the Communist party in The United States? (bent u nu, of ooit lid geweest van de Communistische partij in de Verenigde Staten?)Tussen de eerste van de film industrie die gedagvaard werden waren tien mensen bij die weigerde mee te werken. Deze mensen zouden bekend worden als de Hollywood Tien citeerde The First Amendment die de vrijheid van mening garandeert, die hen op een wettelijke manier beschermd om verplicht te worden om op de vragen van het comité te antwoorden. Deze tactiek mislukte, en de 10 werden veroordeeld tot een gevangenisstraf, wegens minachting van het Congress. 2 van de 10 werd veroordeeld tot 6 maanden, de rest tot een jaar opsluiting. In de toekomst zullen getuigen die vastberaden zijn niet mee te werken met het comité de Fifth Amendment pleiten, dat ervoor zorgt dat de getuigen zichzelf niet kan beschuldigen of in een nadelig parket kan brengen. Dit beschermde hen wil tegen de minachting van Congress regel, werd het niet aanvaard en verworpen door verscheidene gouvernementele organisaties en privaat organisaties voor het ontzetten van hun werknemers. de wettelijke vereisten om het vijfde amendement bescherming waren in die aard dat een persoon niet kan getuigen tegen zichzelf over zijn associaties met de communistische partij, en weigerde nadien ook om namen te noemen van collega's met communistische interesses. Zo werden vele voor het dilemma gesteld om ofwel door de modder te kruipen om een informant te worden, zoals acteur Larry Parks het vernoemd, of bekend worden als een vijfde amendement-communist, een uitlating dat vaak gebruikt werd door senator Joseph McCarthy.
[bewerken] Slachtoffers van het McCarthyisme
- Charlie Chaplin, acteur
- Aaron Copland, componist
- Bartley Crum, advocaat- Op de zwarte lijst gezet door zijn beroep, pleegde zelfmoord in 1959;
- Jules Dassin, Regisseur
- W.E.B. DuBois, activist en auteur
- Howard Fast, auteur
- Lee Grant, actrice
- Dashiell Hammett, auteur
- Lillian Hellman, playwright
- John Hubley, animator
- Langston Hughes, auteur
- Sam Jaffe, acteur
- Gypsy Rose Lee, actrice
- Philip Loeb, acteur - op de zwarte lijst gezet en werkloos geworden pleegde zelfmoord in 1955;
- Joseph Losey, regisseur
- Burgess Meredith, acteur
- Arthur Miller, playwright en essayist
- Zero Mostel, acteur
- Clifford Odets, auteur
- Robert Oppenheimer, natuurkundige,
- Paul Robeson, acteur, atleet, zanger, auteur,activist
- Edward G. Robinson, acteur
- Waldo Salt, auteur
- Pete Seeger, folk zanger
- Artie Shaw, jazz muzikant
- Howard Da Silva, acteur
- Paul Sweezy, economist en stichter-editor van Monthly Review
- Tsien Hsue-shen, Fysicus
- Orson Welles, acteur, auteur en regisseur
[bewerken] Reacties
De natie stond niet als een blok achter de activiteiten en de manier van werken welke later bekend zou staan als McCarthyisme. Er waren velen die kritiek leverden, op de verschillende aspecten van het McCarthyisme waaronder vele figuren die wel bekend stonden niet zo liberaal te zijn.
- Bijvoorbeeld in zijn veto op de McCarren International Security Act in 1950 scheef president Truman: In a free country, we punish men for the crimes they commit, but never for the opinions they have (In een vrij land, straffen we mannen voor de misdaden die ze gepleegd hebben, maar nooit voor de meningen die ze hebben). Truman's veto op de Taft-hartley Act mislukte. De act beperkt de macht van de vakbond, weigert de vakbonden om afgevaardigden te beschermen, en verkiezingen te houden, tenzij de kandidaten een document tekenen waarin ze verklaren dat ze niet communistisch zijn en dit ook nooit zullen worden.
- Op 1 juli 1950 hield senator Margreth Chase Smith een republikeinse uit Main een speech in de senaat die ze Declaration of Conscience noemde. Een duidelijke aanval op het McCarthyisme; riep ze op om een einde te maken aan persoonlijkheidsmoorden en noemde sommige basis principes van Amerika: het recht om kritiek te uiten, het recht om er onpopulaire ideeën op na te houden, het recht om te protesteren, het recht van individueel denken en als toetje zei ze dat de vrije meningsuiting in Amerika niet meer is wat ze geweest was. Ze kreeg de steun van nog zes andere senatoren, die de tactieken van het McCarthyisme veroordeelden.
- Wayne Morse
- Irving M.Ives
- Charles Tobey
- Edward John Thye
- George Aiken
- Robert Hendrickson
- Elmer Davis een gerespecteerde oorlogsjournalist, sprak regelmatig zijn afkeuring uit tegen wat hij noemde de excessen van het McCarthyisme. Op een bepaald moment gaat hij zelfs zo ver dat hij verscheidene lokale anti-communistenbewegingen waarschuwt dat ze een alles omvattende aanval plegen, niet enkel op scholen, bibliotheeken, leraars, en schoolboeken, maar tegen alle mensen die denken en schrijven, kortom een aanval op de vrijheid van de gedachten.
- Arthur Miller in zijn The Crucible gebruikte de Heksenprocessen van Salem als een metafoor voor het McCarthyisme suggererend dat de vervolgingen in McCarthyisme-style kunnen gebeuren op elk tijdstip of plaats. Het stuk focuste zwaar op het feit dat men eenmaal beschuldigd is het heel moeilijk blijkt te zijn om verschoning te krijgen, door het irrationeel en circulair denken van de rechtbanken en de publieke opinie. Miller zal later schrijven The more I read into te Salem panic, the more it touched off corresponding images of common experience in the fiftie's ( Hoe meer ik lees over de Salem paniek, hoe meer ik corrospondeerende beelden vind, van gelijkaardige belevenissen in de jaren vijftig)
- Joseph McCarthy kwam steeds meer in opspraak gedurende de jaren vijftig. Op 9 maart 1954 was het CBS verslaggever Edward R. Murrow die een heel kritisch rapport over Joseph McCarthy de air instuurde. De reportage gebruikte fragmenten van McCarthy zelf waaruit blijkt dat hij oneerlijk is in zijn speeches, en gewelddadig is tegenover getuigen. In april van datzelfde jaar begonnen de Army-McCarthy Hearings deze werden live uitgezonden op televisie. Dit laatste om zowel het publiek als de pers uit eerste hand te laten vernemen hoe McCarthy getuigen ondervroeg en zijn onconventionele technieken die hij hierbij gebruikte.
[bewerken] De afbrokkeling van het McCarthyisme
Terwijl de natie in de midden en late jaren '50 terecht komt, veranderen de attitude en de instituten van het McCarthyisme, ze verzwakt. Een veranderende publieke sentiment heeft zeer zeker bijgedragen, maar om een logische reden op te geven zullen de vele processen en gerechtelijke besluiten wellicht aan de basis gelegen hebben voor het verval van het McCarthyisme. Een sleutelfiguur in het bewerkstellen van het einde van de opmaak der zwarte lijsten is John Henry Faulk. Presentator van een komedie show op radio, was Faulk een actieve linkse activist in zijn vakbond. Hij werd zwart gemaakt door AWARE , een van de privaat firma's die individuen onderzocht voor tekenen van Comministische disloyaliteit. Gemerkt door AWARE als communist, werd hij ontslagen bij CBS Radio. Bijna een unicum tussen de andere slachtoffers die op de zwarte lijst werden gezet besloot Faulk om een gerechtelijk proces te starten tegen AWARE in 1957 hij won de rechtszaak uiteindelijk in 1962. Met deze gerechtelijke uitspraak, werden de private zwartlijsters en zij die de lijsten gebruikten verwittigt dat de lijsten strafbaar waren. Het informele zwartlijsten ging nog wel een tijdje door, maar de agentschappen die ze opstelden verdwenen in de loop van de tijd.
[bewerken] Voortdurende Controverse
Een bron van controverse is de represieve acties genomen werden tegen de radicale linksen tijdens de McCarthyperiode, worden bekeken als een historisch herhaling met dezelfde acties tegen moslims na de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Deze analogie werd zowel door de linkse als de rechtse politieke partijen gemaakt.

