Medusaceratops

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Medusaceratops
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Medusaceratops NT.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Ornithischia
Familie: Ceratopidae
Onderfamilie: Chasmosaurinae
Geslacht
Medusaceratops
Ryan, 2010
Typesoort
Medusaceratops lokii
Afbeeldingen Medusaceratops op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Medusaceratops op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Medusaceratops is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de groep van de Ceratopia, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

Naamgeving en vondst[bewerken]

De typesoort Medusaceratops lokii is in 2010 beschreven door Michael Ryan, Anthony Russell en Scott Hartman. De geslachtsnaam verbindt Medusa, een verwijzing naar de slangachtige uitsteeksels op het nekschild die lijken op de haren van deze gorgo, met een gelatiniseerd Grieks ceratops, "hoorngezicht", een gebruikelijk element in de namen van de Ceratopia. De soortaanduiding verwijst naar Loki, de Noorse god van het bedrog, omdat Ryan de resten van Medusaceratops eerst aanzag voor die van Albertaceratops.

De fossielen werden vanaf 1992 bij de Milk River waar deze door de vallei Kennedy Coulee stroomt, aangetroffen in een beenderlaag, het Mansfield Bonebed, in Hill County, Montana. Eerst werden de vondsten aangezien voor resten van Styracosaurus en ze werden als zodanig in 1993 gerapporteerd in een wetenschappelijk artikel. Het terrein werd later aangekocht door een commerciële fossielenhandel, Canada Fossil, Inc. Het bedrijf consulteerde Ryan over de precieze aard van de vondsten. Ook hij verwarde de vondst met een andere vorm, en wel een die hij opgegraven had op het Pinhorn Grazing Reserve. Hij zou die nieuwe soort in 2007 als Albertaceratops benoemen en er het materiaal van het Mansfield Bonebed aan toewijzen maar had toen al grote twijfel of dit niet een aparte soort vertegenwoordigde. In 2003 had hij die al benoemd als Medusaceratops maar in een niet-gepubliceerde dissertatie zodat het een nomen nudum bleef. Na 2007 veranderde hij opnieuw van mening en besloot alsnog officieel een tweede taxon te benoemen. Pas de beschrijving uit 2010 maakt de naam geldig. De aardlagen, deel van de Judith River-formatie, stammen uit het vroege Campanien, 77,5 miljoen jaar oud. Het holotype, WDC-DJR-001, bestaat uit een stuk wandbeen. Als paratype is aangewezen WDC-DJR-002, een ander stuk wandbeen.

Medusaceratops is vooral bekend van schedelfragmenten. Ryan wees alle chasmosaurine fragmenten uit de vindplaats toe aan aan Medusaceratops maar stelde dat er ook resten van centrosaurinen te vinden waren. Het Fukui Dinosaur Museum in Japan zou volgens hem een chimaera verkocht zijn: een skelet met een schedel waarvan de bovenste rand van het nekschild van Medusaceratops was en de hoeken van de schedelkraag van een nog niet geïdentificeerde centrosaurine. Sommige schedels zijn vrij compleet, zoals WDCB-MC-001, maar kunnen doordat het nekschild beschadigd is, niet betrouwbaar aan enige soort worden toegewezen..

Beschrijving[bewerken]

Medusaceratops heeft een geschatte lengte van ongeveer zes meter en een gewicht van twee ton, wat hem tot een van de grotere ceratopiërs maakt.

De achterrand van het nekschild is versierd met huidverbeningen, epoccipitalia, waarvan de middelste bovenop het schild uitzonderlijk lang en plat zijn en naar buiten krommen.

Ryan heeft de volgende onderscheidende kenmerken weten vast te stellen. Het wandbeen, paries, draagt op de achterrand slechts drie epiparietalia, de epoccipitalia van het wandbeen. Deze hebben een brede basis, zijn pachyostotisch, dat wil zeggen: hun bot is opvallend verdikt, en in het midden wat toegeknepen. Het bovenste of eerste, "P1" is verreweg de grootste; "P2" is veel kleiner; "P3" is het kleinst en raakt bijna het squamosum, het been dat de zijwand van het nekschild vormt. P1 en P2 krommen zeer sterk; P3 heeft echter min of meer de vorm van een normaal epoccipitale.

Ryan verklaarde de verwarring met Albertaceratops door het sterk gelijken van P1 bij Medusaceratops op P3 bij de andere soort. P1 zou ongeveer de helft van de breedte van P2 overhangen.

De verdere eigenschappen van Medusaceratops zijn volgens Ryan niet met zekerheid vast te stellen. Als al het chasmosaurine materiaal inderdaad aan Medusacertops toe behoort zijn de wenkbrauwhoorns erg robuust, ongeveer drie voet lang. De parietaalvensters waren vermoedelijk vrij groot.

Fylogenie[bewerken]

Ryan wees Medusaceratops binnen de Ceratopidae toe aan de Chasmosaurinae, voornamelijk omdat — anders dan bij het samengestelde skelet in Fukui — de vier kleinere epiparietalia (P4 tot en met P7) ontbreken die de Centrosaurinae kenmerken. Het is daarmee de oudste chasmosaurine die uit Noord-Amerika bekend is, een miljoen jaar ouder dan Chasmosaurus russelli. Omdat hij op een noordelijke vindplaats is aangetroffen, ondersteunt dit de hypothese dat de chasmosaurinen in het noorden geëvolueerd zijn en pas later naar het zuiden trokken.

Literatuur

  • Ryan, M.J., 2003, Taxonomy, systematics and evolution of centrosaurine ceratopsids of the Campanian Western Interior Basin of North America. Ph.D. dissertation, University of Calgary, Calgary, Alberta, Canada, 578 pp.
  • Ryan, M.J., Russell, A.P., & Hartman, S., 2010, "A New Chasmosaurine Ceratopsid from the Judith River Formation, Montana", In: Michael J. Ryan, Brenda J. Chinnery-Allgeier, and David A. Eberth (eds), New Perspectives on Horned Dinosaurs: The Royal Tyrrell Museum Ceratopsian Symposium, Indiana University Press, 656 pp.