Meer van Maracaibo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Meer van Maracaibo
Lake Maracaibo map.png
Basisgegevens
Oppervlakte 13.500 km²
Maximale diepte 250 m
Overig
Belangrijkste bronnen Río Catatumbo en Río Escalante
Belangrijkste uitlopen Bahia de Tablazo
Foto's
Maracaibo MODIS 2004jun26.jpg
Portaal  Portaalicoon   Geografie

Het Meer van Maracaibo, gelegen in westelijk Venezuela, is het grootste meer van Zuid-Amerika. Het is 13.500 km² groot en op sommige plaatsen 250 meter diep. Gezien de verbinding met de Caraïbische Zee is het water deels zout. Het meer kent bijna 365 dagen per jaar onweer (de zogenaamde Catatumbobliksem).

De Río Catatumbo en de Río Escalante monden erin uit. De Catatumbo delta is een belangrijk vogelgebied, veel vogelsoorten komen alleen in dit gebied voor. De nauwe uitweg naar zee, de Bahia de Tablazo, wordt door de lage duineilanden vrijwel afgesloten en was moeilijk bevaarbaar, maar sinds de kanalisering van de vaargeul tussen het Meer van Maracaibo en de Caribische Zee is Maracaibo ook voor zeeschepen bereikbaar.

In 1962 werd, na een bouwperiode van wel 40 maanden, El Puente sobre el Lago de Maracaibo (De Brug over het Meer van Maracaibo) geopend. Ze ligt in het noorden van het meer op het smalle punt waar het water de Golf van Venezuela instroomt. De betonnen brug, wel enkel geschikt voor voertuigen, heeft een lengte van 8.678 meter en verbindt Maracaibo met het rest van het land. Schepen met een maximale hoogte van 46 meter boven de zeespiegel kunnen er onderdoor varen. De brug is vernoemd naar generaal Rafael Urdaneta (1788-1845), een oorlogsheld in de onafhankelijkheidsoorlog.

Het meer (en omgeving) is een van de belangrijkste oliewingebieden in Venezuela. Al in 1913 was de Koninklijke Olie actief op zoek naar olie in de regio en in 1914 was de eerste commerciële productie, op bescheiden schaal, van start gegaan.[1] In 1920 werd bij het meer een groot olieveld gevonden, La Rosa. In december 1922 kwam de doorbraak toen de Barosso olieput werd geslagen en per dag stroomde zo'n 100.000 vaten olie naar boven.[1] Deze ontdekking trok veel andere oliemaatschappijen aan die in de omgeving ook naar olie gingen zoeken. De olieproductie van het land steeg explosief, van 1,4 miljoen vaten in 1921 naar 137 miljoen vaten in 1929.[1] Venezuela was in dat laatste jaar de op een na grootste olieproducent ter wereld, na de Verenigde Staten. Het gebied is nog steeds een belangrijk producent van olie. Per dag wordt er gemiddeld zo'n 0,7 miljoen vaten gewonnen, dit is ongeveer een kwart van de nationale olieproductie. Het gebied is thans in belang gepasseerd door grote vondsten van zware olie aan de monding van de Orinoco, vlak voordat de delta begint.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c (en) The Prize, Daniel Yergin, p. 235-236, Uitgeverij Simon & Schuster, New York, 1992, ISBN 0 671 79932 0