Meerkoet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Meerkoet
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Fulica atra, adult and chick.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Familie: Rallidae (Rallen)
Geslacht: Fulica
Soort
Fulica atra
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Meerkoet op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Meerkoet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De meerkoet (Fulica atra) behoort tot de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).

Kenmerken[bewerken]

De vogel is 38 centimeter groot en 300 tot 1200 gram zwaar, geheel zwart met een witte snavel en voorhoofdsschild.

Leefwijze[bewerken]

De meerkoet duikt veel, met name bij het zoeken naar waterplanten. Hij vliegt niet graag, hij verplaatst zich liever rennend over het water. Ook bij het opstijgen uit het water wordt eerst een stuk rennend afgelegd. Bij migratie, die meestal 's nachts plaatsvindt, kan hij echter grote afstanden afleggen.

De meerkoet is een omnivoor, die zich hoofdzakelijk voedt met waterplanten, weekdiertjes en waterinsecten. De meerkoet is monogaam

Voortplanting[bewerken]

Het nest wordt aan de waterkant gebouwd van riet en waterplanten, maar ook van drijvend afval zoals stukken papier of plastic. In een nest worden 5 – 10 eieren uitgebroed in een tijdsbestek van 21 tot 25 dagen. De jongen, wanneer ze overleven, worden door beide ouders begeleid en kunnen na ongeveer 8 weken vliegen. Overleeft van een nest slechts een enkel jong of zelfs geen (omdat de jongen een gewilde prooi zijn voor reigers en meeuwen), dan doen de ouders een volgende poging. Per broedseizoen doen de ouders 2 tot 3 pogingen een nest jongen groot te brengen.

Verspreiding[bewerken]

De meerkoet is te vinden op grote wateren, plassen en meren, maar ook in parken, grachten en sloten. Hij komt voor in Europa, Noord-Afrika, Azië en Australië. In Nederland is het een algemene broedvogel - in 2000 waren er 180.000 broedparen. Buiten de broedtijd komen er grote groepen doortrekkers en wintergasten in Nederland voor. In het Noorden van Nederland wordt de meerkoet ook wel waterkip genoemd. Een meerkoet wordt gemiddeld tien jaar oud.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties