Meermin (schip)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Meermin was een VOC-schip dat in 1766 voor de kust van Zuid-Afrika verging tijdens een opstand van de slaven aan boord.

Het schip[bewerken]

De Meermin was een hoeker die in 1759 werd gebouwd op de Amsterdamse werf voor de Amsterdamse kamer van de VOC. Het schip was 110 voet lang (31 meter) en had een laadvermogen van 450 ton. De Meermin was niet specifiek bestemd voor slavenhandel, maar zou daartoe aan de Kaap aanpassingen ondergaan.

Reizen[bewerken]

De Meermin vertrok van de rede van Texel op 27 januari 1761 met 97 koppen naar Kaap de Goede Hoop. De schipper was Hendrik Worms. Het schip arriveerde op 15 juni bij de Kaap; het zou daar dienst blijven doen, en verschillende malen slaven vervoeren.

In 1765 voer de Meermin naar Madagaskar om een lading slaven op te halen bestemd voor Kaapstad. De bemanning bestond uit 62 koppen; de kapitein was Gerrit Christopher Muller. Op 20 januari 1766 waren ongeveer 140 slaven — mannen, vrouwen en kinderen — ingeladen en vertrok het schip richting Kaap.

Tegen de VOC-regels in werden de slaven uit de boeien gehaald en ingezet voor klusjes aan boord. Ze konden zich redelijk vrij over het schip bewegen. Op 18 februari ging het mis: opperkoopman Johan Godfried Crause was zo onvoorzichig een aantal slaven speren te laten schoonmaken die van Madagaskar waren meegenomen. De slaven maakten gebruik van de situatie en doodden de helft van de bemanning, met Crause als een van de eerste slachtoffers. Er ontstond een patstelling toen de resterende bemanning zich benedendeks verschanste en de slaven weliswaar vrij waren maar niet in staat waren het schip te zeilen.

Na onderhandelingen kwam men overeen dat de bemanning het schip terug zou zeilen naar Madagaskar. Zoals afgesproken werd oostwaarts gezeild, richting Madagaskar, maar 's nachts (wanneer de slaven de koers niet konden vergelijken met de stand van de zon) werd stiekem de steven naar het westen gewend. Toen er land in zicht kwam dachten de slaven zo Madagaskar voor zich te hebben, terwijl het de Struisbaai was, vlakbij Kaap Agulhas aan de Zuid-Afrikaanse kust. Zo'n zestig slaven gingen met sloepen aan land, met de afspraak drie vuren te ontsteken als alles veilig was. In de duinen, buiten het zicht van de Meermin, werden de slaven overmeesterd door boeren die de landing hadden gadegeslagen. De slaven aan boord wisten niet wat er gebeurd was en verkeerden in grote onzekerheid.

Een week later wist de bemanning ongemerkt twee berichten via flessenpost aan land te krijgen, met het verzoek drie vuren te ontsteken om zo de resterende slaven in de val te lokken. De vuren werden ontstoken en de slaven kapten de ankers om snel aan land te komen. Enkelen gingen al met een kano vooruit en werden op het strand overmeesterd. Toen werd de werkelijke situatie pas duidelijk voor de op de Meermin achtergebleven slaven. Ze vielen de bemanning aan, maar gaven zich over toen het schip aan de grond liep. Alle opvarenden en een deel van de lading (286 musketten, 12 pistolen, 5 bajonetten, kompassen, vaten buskruit en musketkogels) konden worden gered voordat het schip een maand later, op 9 april, in stukken brak en in de golven verdween.

Uiteindelijk hadden 112 slaven en 32 bemanningsleden de gebeurtenissen overleefd. De slaven werden over land naar Kaapstad vervoerd en daar te werk gesteld. Twee van hun leiders, Massavana en Koesaaij, werden op Robbeneiland opgesloten. Kapitein Muller werd schuldig bevonden aan nalatigheid en oneervol ontslagen.

De opgraving[bewerken]

Een team archeologen van de Zuid-Afrikaanse Iziko-musea is sinds 1999 op zoek naar resten van de Meermin. Er werden zes wrakken gevonden, maar de Meermin was er niet bij. De zoektocht gaat door.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties