Meerzorg (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Meerzorg was een plantage aan de Surinamerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage ligt aan de rivier tussen de plantages Mopentibo en Jagtlust.

Vroege geschiedenis[bewerken]

De plantage werd waarschijnlijk aan het einde van de 16e eeuw aangelegd door Paul Amsincq, een hugenoot die gevlucht was uit Rouen als een suikerrietplantage. Hij trouwde in 1693 met de Zeeuwse Anna Verboom, een dochter van commandeur Laurens Verboom. Paul en Anna kregen drie kinderen, André (1696), Maria Anna (1700) en Rijnbrandina (1702).

Anna was hiervoor getrouwd met Jan de Neel. Uit dit huwelijk kwamen Stephanus Laurentius Neale, de man die volgens de overlevering de koffieteelt in Suriname introduceerde en Anna Henriette. Zij trouwde met Nicolaas van Sandick, lid van één van de oudste Hollandse families in Suriname. Paul Amsinck werd in 1698 op voordracht van de inwoners door gouverneur Paulus van der Veen tot lid van het Hof van politie en crimineele justitie benoemd.

In 1712 werd zijn plantage bezet door de Fransen onder leiding van Jacques Cassard. Amsincq en zijn familie moesten het achterliggende oerwoud invluchten. Meerzorg werd ingericht als het Franse hoofdkwartier. Binnen korte tijd had Cassard bijna alle plantages aan de Surinamerivier bezet. Suriname gaf zich over en was toen bezet door de Fransen. Op Meerzorg werd een overeenkomst tussen de Fransen en vertegenwoordigers van de Surinaamse overheid getekend, waaronder Paul Amsincq. Cassard zag af van plundering van Suriname, in ruil voor een brandschatting van 15.000 oxhoofden suiker, of de tegenwaarde in koopwaren en slaven. Dit was ongeveer de opbrengst van één jaar productie, een enorm bedrag.

Bloeitijd[bewerken]

Rond 1713 werden de eerste koffieplantjes door de familie gepoot. De eerste die de in Suriname gekweekte koffie verscheepte was Nicolaas van Sandick. Deze koffie was van Meerzorg afkomstig. De eerste 50 ponden werden verzonden aan de weduwe Amsincq te Amsterdam, en bij aankomst goed van smaak bevonden. In 1723 werden al diverse schepen met partijen koffie uit Suriname naar Amsterdam gestuurd. Op de lijst van de verzenders staan Neale voor 140, zijn zwager van Sandick voor 935 en zijn moeder, Anna Amsinck, voor 600 pond.

Het volgende jaar bedroeg de uitvoer van koffie uit de kolonie 5627 Amsterdamse ponden, in 1726 honderdduizend, en in 1732 meer dan een miljoen pond. De koffiecultuur kwam op gang en er werden in Nederland schatten verdiend. Met de familie Amsincq ging het dan ook goed. Zo kocht Neale in 1733 van zijn halfbroer André Amsinck een huis, erf, tuin, stal en koetshuis aan de zuidzijde van het Lange Voorhout in Den Haag. Neale's nichtje Anna Agnes van Sandick was getrouwd met de Middelburgse regent Pieter Buteux, die sinds 1735 de provincie Zeeland in de Staten-Generaal vertegenwoordigde, zijn halfzuster Maria Amsinck was de vrouw van Pheenix Hurgronje, opperboekhouder van de Oost-Indische compagnie te Middelburg, zijn halfzuster Reinbrandina Amsinck was getrouwd met Pierre Changuion, raadsheer in de Raad van Brabant. Al deze familieleden werden eigenaar van de plantage Meerzorg. Zeker tot 1849 stonden de erven P. Amsincq als eigenaar van Meerzorg te boek. Ergens tussen 1793 en 1820 was Meerzorg weer teruggekeerd naar de teelt van suikerriet.

Na de emancipatie[bewerken]

Bij de emancipatie in 1863, waar 325 slaven de vrijheid kregen, was de Amsterdamse handelaar Bernardus Johannus Rothuijs Hendrikszoon de eigenaar. Hij handelde onder de firmanaam Rothuijs en Compagnie. De compagnie was in die tijd ook eigenaar van de plantage Groot-Marseille en mede-eigenaar van de plantages Berg en Dal en Breukelerwaard. Verder vertegenwoordigde hij de in Duitsland wonende eigenaren van plantage De Resolutie.

In 1888 was de plantage in het bezit van de erfgenamen van de Firma Pieter Poel uit Amsterdam die bij de emancipatie ook al eigenaar was van Sorgvliet. Deze firma was in 1836 al door 2/3e van de eigenaren aangesteld tot directeur van de administratie. Daarna werd in 1887 de West-Indische Landbouw Maatschappij opgericht. Een van de directeuren was Severenus van Lierop, een zwager van Jan Marie Gülcher, de eigenaar van plantage Rust en Werk. Van Lierop had in die jaren een groot aantal plantages onder zijn beheer.

Begin 1900 ging de maatschappij over in de Landbouwmaatschappij Abrasei. De eigenaar was dhr. P.M.S. Ruijs. Deze maatschappij werd begin 1906 overgenomen door de familie Van Everdingen die zich gelijk ingeschreven voor 130 hectare door het gouvernement gesubsidieerde bacovencultuur.[1] Later dat jaar wordt op nog eens 35 hectare ingeschreven.[2] De teelt van bacoven begon voorspoedig en in 1907 werd een verzoek ingediend voor het aanleggen van een tramlijn tussen plantage Spieringshoek en Meerzorg voor het vervoer van de bananen. De United Fruit Company, de afnemer van de bananen, zou dan gaan laden aan een steiger bij Meerzorg.[3] Dit plan ging echter niet door. In hetzelfde jaar is er ook sprake van een overname van de plantage. De nieuwe eigenaren wilden de Cultuurmaatschappij Meerzorg oprichten en 600 hectare in cultuur brengen voor de teelt van bacoven en rubber.[4]

Recente geschiedenis[bewerken]

In 1915 koopt het gouvernement de plantage met als de doel de bevordering van de kleine landbouw.[5] In 1929 had Meerzorg, dankzij de gunstige ligging ten opzichte van Paramaribo, zich ontwikkeld tot een der bloeiendste vestigingsplaatsen.[6] Samen met Mopentibo had zij een oppervlakte van 1.350 hectare, die vrijwel helemaal uitgegeven was in 1300 percelen van driekwart tot anderhalve hectare.[7] In 1930 werd de plantage uitgebreid met 72 hectare door de inpoldering van het voorland van de plantage. Dit gedeelte werd gebruikt voor de telt van rijst.[8] De beheerder was toen dhr. Chundro. Hij had al een lange staat van dienst in de Surinaamse landbouw. Hij was van 1900 tot 1907 directeur van plantage Dordrecht en daarna controleur van de Gouvernements Bacovencultuur. In 1925 werd hij benoemd tot hoofdopzichter van de kleine landbouw.[9]

Tegenwoordig is Meerzorg een plaats en ressort en verbonden met Paramaribo door de Jules Wijdenboschbrug.

Bronnen, noten en/of referenties