Melanisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een melanistische huiscavia is relatief zeldzaam.

Melanisme is het tegenovergestelde van albinisme en betekent dat een enkel individu van een (meestal dier)soort een overwegend zwarte kleur heeft, terwijl andere individuen een andere, meestal lichtere kleur hebben.

Indien deze zwarte kleur voordelen biedt, en er meerdere exemplaren verschijnen die zich ook voort gaan planten, kan een gehele ondersoort melanistisch worden. Als de ondersoort door het melanisme dusdanig succesvol is dat het andere ondersoorten kan verdringen, kan zelfs een gehele soort melanistisch worden, maar dat is zeldzaam.

Bij reptielen, en met name bij hagedissen komt melanisme regelmatig voor. Hoe donkerder een hagedis is, hoe efficiënter het dier het zonlicht kan opvangen, waardoor het een groot voordeel heeft ten opzichte van soortgenoten met een lichte kleur. Als het voedsel schaarser wordt, kan een melanistische (zwarte) kleur de doorslag geven als overlevingsvoorwaarde. Het heeft ook nadelen; een zwarte kleur zorgt niet alleen voor een snellere opwarming, maar ook voor een snellere uitstraling van warmte. Er zijn ook andere voorbeelden: zwarte panters zijn melanistische luipaarden.

De bekendste en een van de eerste beschrijvingen van dit verschijnsel vond plaats in Engeland rond 1960. Het bleek dat de peper-en-zoutvlinder (Biston betularia, een nachtvlinder) die in heel Groot-Brittannië voorkwam als een witgekleurde mot, in sommige steden alleen als zwarte versie voorkwam. Het bleek dat deze populaties allemaal leefden in gebieden waar steenkolen werden verwerkt, en de zwarte roetgassen hadden de meeste bomen donkerder gekleurd, waar de motten overdag op schuilen en ze een goede camouflage nodig hebben. Normale witte exemplaren hadden daardoor veel minder kans om te overleven, en de gehele populatie werd melanistisch. Deze bevinding zou later een veel ingezet argument voor de evolutietheorie worden.

Zie ook[bewerken]

Een melanistisch Fries paard.