Kalanderleeuwerik
| Kalanderleeuwerik IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Melanocorypha calandra (Linnaeus, 1766) |
|||||||||||||
| Kalanderleeuwerik op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De kalanderleeuwerik (Melanocorypha calandra) is een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae). De leeuwerik leeft op graslanden en graanvelden. Deze soort broedt in gebieden rond de Middellandse zee, oostwaarts van Turkije tot in noorden van Iran en het zuiden van Rusland. De kalanderleeuweriken die in het noorden leven (Rusland) trekken 's winters naar zuidelijke landen, deze trek reikt tot het Arabische schiereiland en Egypte. De rest is overwegend standvogel. Het is een zeer zeldzame vogel in West-Europa en zal eerder gezien worden in het zuiden van Europa.
Inhoud |
[bewerken] Kenmerken
De bovendelen zijn gestreept grijsachtig beigebruin en de onderdelen zijn wit met fijne strepen op de borst en een zwarte halve maan die de kraag vormt. Opgerichte kruinveren geven de indruk van een kleine kuif. De buitenste staartpennen zijn wit. De grootte gaat van 18 tot 20 cm, met deze lengte behoort hij tot de robuuste onder leeuweriken. De snavel is groot en heeft een hoornachtige kleur.
[bewerken] Zang
De zang van de leeuwerik lijkt op die van de veldleeuwerik maar is langzamer. De vogel is een tijdlang als kooivogel gehouden vanwege zijn zang. De vogel zingt in de vlucht of vanaf de grond, vermengd met een gewone roep en imiteert voortdurend allerlei vogels.
[bewerken] Broeden
De vier à vijf bruingespikkelde eieren in een kommetje op de grond worden in 16 dagen door het vrouwtje uitgebroed. De jongen blijven 10 dagen in het nest, later vliegen ze uit.
[bewerken] Voeding
Deze soort voedert zijn jongen op de grond. In de winter eten ze zaden en plantaardige voeding, in de broedtijd eten ze insecten.
[bewerken] Externe link
Referenties |